Opperhoofd (titel)
_-_KONB11-JACQUES-SPECX-RIJKSMUSEUM.jpg)
.jpg)
Een opperhoofd was ten tijde van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) een bestuurder van een gebied of factorij. Er waren VOC-opperhoofden in onder andere Birma, Dejima, Siam, Timor en Tonquin. De factorij Fort Lijdzaamheid, welke kortstondig in Mozambique gevestigd was, had ook een opperhoofd. Het cognaat opperhoved werd in Denemarken gebruikt om een koloniaal bestuurder van een gebied in Groenland of de Deense Goudkust aan te duiden.[1]
De werkzaamheden van een opperhoofd waren vergelijkbaar met die van een commandeur, directeur of gouverneur; een opperhoofd was echter lager in rang. De functie werd door koloniaal bestuurders geregeld gebruikt om ervaring op te doen, zodat zij later konden doorstromen naar een hogere rang.
Een opperhoofd bekleedde zijn ambt doorgaans twee tot vier jaar. In het Japanse Dejima mocht een opperhoofd van de overheid aldaar langere tijd niet meer dan een jaar dienen.
Zie ook
- ↑ opperhoofd - (aanvoerder, hoofdman). etymologiebank.nl (z.d.). Geraadpleegd op 2025-8-12.