Johan Willem de Sturler

Kawahare Keiga: Opperhoofd Johan Willem de Stürler, 8 oktober 1825. Detail van 'De groote partij' op Dejima.

Johan Willem de Sturler, ook Johan Wilhelm de Sturler, Jean Guillaume de Sturler (Sittard, 7 december 1774 - Parijs, 9 januari 1855) was kolonel in Nederlandse dienst.

Levensloop

Originele prent ligt in museum Volkenkunde te Leiden
Japanse prent van Keiga Kawahara waarbij J.W. de Sturler in het midden is afgebeeld in zijn ambtswoning op Dejima (1825)

Johan Willem de Sturler stamt af van het adelijke Zwitserse geslacht De Sturler. Hij trad in dienst als kadet der Artillerie in 1788. Hij woonde veldtochten bij onder erfstadhouder Willem V in 1793 en 1794, waar hij gewond raakte. Later was hij als Kommandant der Artillerie onder andere betrokken bij de bemachtiging van fort Halfweg bij Haarlem (onderdeel van de Stelling van Amsterdam) op 24 november 1813 en het beleg van Naarden op 13 mei 1814 tegen de Napoleontische troepen. In 1815 werd De Sturler benoemd tot onder-inspecteur van de militaire administratie in Nederlands-Indië.

Opperhoofd op Dejima (Japan)

Van 1823 tot 1826 was hij opperhoofd van de Nederlandse handel in Japan op het eiland Dejima. De Japanse schilder Kawahara Keiga heeft enkele scènes uit het dagelijks leven van De Sturler op het eiland vastgelegd[1]. In 1826 voltooide De Sturler de hofreis naar Edo (vergezeld door Von Siebold[2]) waar hij een bezoek bracht aan de shogun.

Siebold en De Sturler waren in 1823 op het zelfde schip van Batavia naar Nagasaki gereisd. Tijdens die reis en een eerste periode op Dejima konden beiden prima met elkaar overweg[3]. Dat veranderde vrij spoedig[4]. De Sturler trachtte een eind te maken aan de lucratieve maar verboden privéhandel van het Europees personeel met de vele Japanners die dagelijks op het eiland kwamen. Ook Von Siebold was hierin zeer actief. De Sturler had echter op die afstand van Batavia nauwelijks mogelijkheden zijn gezag ook effectief te laten gelden. Kort voor de hofreis escaleerde het conflict toen De Sturler bezwaar maakte tegen alle voorbereidingen die Von Siebold had genomen om tijdens die reis vooral voor zijn eigen handel en verzameling te zorgen. Het kwam haast tot een handgemeen tussen beiden. De Sturler had uiteindelijk geen andere keus dan Von Siebold zijn gang te laten gaan. Na de arrestatie van Von Siebold wegens smokkel van voorwerpen die hij niet in zijn bezit mocht hebben betichtte hij De Sturler ervan dat deze uit pure jaloezie de Japanse autoriteiten tegen hem had opgezet. Dat was een apert onjuiste bewering. De Sturler die inmiddels weer in Batavia was deed wel alle moeite om de autoriteiten daar te overtuigen dat Von Siebold bij terugkeer in Batavia voor de krijgsraad of rechtbank diende te verschijnen[3].

Na een eervol ontslag uit militaire dienst vestigde hij zich in Parijs, waar hij in 1855 overleed.

Rol in de kunstgeschiedenis

De Sturler speelde een cruciale rol bij het naar Europa brengen van werk van de Japanse schilder Katsushika Hokusai (1760-1849), dat in opdracht was gegeven door Jan Cock Blomhoff.[5] De Bibliothèque Nationale in Parijs bezit nog steeds deze collectie.[6] Aanvankelijk wilde Siebold Hokusai niet de volledige overeengekomen prijs betalen, maar De Stürler protesteerde en betaalde het volledige bedrag.[7]

Bronnen

  • Sturler, J.W.E. de (1882) ''Généalogische aanteekeningen van de familie De Stürler'', Deventer: P. Beitsema (herdruk)
  • Staat van Dienst van Johan Wilhelm de Sturler, 23 februari 1831, familie privébezit
Zie de categorie Johan Willem de Sturler van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.