Oosterbant
| Oosterbant | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gouw van het Frankische Rijk | |||||
| |||||
| Kaart | |||||
![]() | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Mogelijk Bouchain | ||||
| Talen | Picardisch | ||||
| Religie(s) | Christendom | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Graafschap | ||||
| Staatshoofd | Graaf | ||||
De Oosterbant of Oostervant was een gouw in het Frankische Rijk. De meeste reconstructies beschouwen de Scarpe (ten noorden) en de Schelde (ten oosten) als buitengrenzen. Op basis van de plaatsnamen Marcq en Marquette (een mark was een grensgebied) viel de zuidgrens vermoedelijk samen met de Sensée, tot Hamel waar de grens afboog naar de Scarpe.
Benaming
Geopperd is dat de gouwgraven lange tijd voogd waren van de naburige gouw rond Atrecht. Hun bezittingen vormden dus twee brede stroken: een "westerband" en een "oosterband". De oostelijke strook wordt in 9e-eeuwse en 10e-eeuwse documenten vermeld als pagus Ostrebantensis en pagus Austreba(n)tensis. De "b" vervloeide later tot een "v", zoals geattesteerd in de 11e en 12e eeuw: Ostrevan(t)ensis. Enkele gemeenten in de streek dragen sinds de 19e eeuw de toevoeging -en-Ostrevant, om een onderscheid te maken met gelijknamige gemeenten in andere streken.
Geschiedenis
De gouw ontstond toen het hertogdom van Dentelinus uiteenviel (7e eeuw). Bij het Verdrag van Verdun (843) werd de Oosterbant, evenals de gouw Atrecht, toegewezen aan West-Francië, het latere koninkrijk Frankrijk.
Omstreeks 895 werden de Oosterbant en Atrecht bezet door Boudewijn II van Vlaanderen en Rudolf van Kamerijk. Aan het einde van dit conflict was een zekere Rudolf van Gouy graaf van de gouwen. Rudolf werd in 926 opgevolgd door zijn halfbroer Rutger (of Roger II de Laon), maar deze verloor grote delen van de Oosterbant aan een andere pretendent genaamd Ernaud. Zodra Ernaud overleed, viel de Oosterbant ten prooi aan Arnulf I van Vlaanderen (943).
Later schonk Boudewijn IV van Vlaanderen de Oosterbant mogelijk als bruidsschat aan zijn dochter toen ze trouwde met Reinier, een zoon van Lambert I van Leuven. Omstreeks 1045 viel het graafschap aan hun neef, Reinier van Hasnon, maar amper twee jaar later vererfde het naar Herman van Bergen. De personele unie tussen de Oosterbant, het markgraafschap Valencijn en het graafschap Bergen groeide uit tot het graafschap Henegouwen.
De titel "gaaf van Oosterbant" bestond nog enige tijd. Zo noemde Willem VI van Holland zich omstreeks 1410 nog "van Oostervant". Zijn dochter Jacoba kreeg van Filips de Goede het vruchtgebruik van het "graafschap Oostervant" (1433).[1] In latere eeuwen werd het graafschap bestuurd door drie provoosten met zetel te Valencijn (la prévôté de Valenciennes), Bouchain (la prévôté de Bouchain) en Saint-Amand-les-Eaux (la prévôté de Saint-Amand). Alle drie proosdijen werden in de 17e eeuw veroverd door Lodewijk XIV van Frankrijk.
Literatuur
- Léon Vanderkindere, La formation territoriale des principautés belges au Moyen Age, volume 1.
- ↑ o.a. Bos-Rops, J. Hollands bestuur. teksten over het bestuur van het graafschap Holland in het tijdval 1299-1567
