Nijlpaardenhuis

Nijlpaardenhuis
Nijlpaardenhuis in circa 1980
Nijlpaardenhuis in circa 1980
Locatie
Plaats AmsterdamBewerken op Wikidata
Adres Plantage Kerklaan 38Bewerken op Wikidata
Onderdeel van ArtisBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Status herbestemmingBewerken op Wikidata
Gereed 1967Bewerken op Wikidata
Architectuur
Stijlperiode brutalismeBewerken op Wikidata
Bouwmateriaal beton, houtBewerken op Wikidata
Bouwkundige informatie
Architect(en) Mart KamerlingBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Nijlpaardenhuis is een gebouw op de terreinen van Artis waarin tot 2009 de nijlpaarden waren ondergebracht. Na 2009 kreeg het gebouw de naam Gorillahuis, maar binnen de architectuur wordt de oude naam Nijlpaardenhuis aangehouden.

Achtergrond

Op de terreinen van Artis staan allerlei gebouwen om de dieren onderdak te bieden. Vanuit de historie staan er nog andere gebouwen die vanwege hun historie en bouwstijl monument zijn. Artis kreeg haar eerste nijlpaarden in de jaren zestig van de 19e eeuw. Er was eigenlijk geen goed gebouw voor het verblijf van die dieren. Men vond destijds een verbouwing van een rijstpelmolen voldoende; het kreeg een binnen- en buitenverblijf. Er werd verbouwd en verbouwd totdat het begin jaren zestig van de 20e eeuw onder directeur Ernst Jacobi niet meer ging, alhoewel eerst nog gekeken werd of verbouwen voldoende was. Beoogd architect Mart Kamerling vond van niet en kwam met een ontwerp in brutalistische stijl na vijf jaar overleg. Dat brutalistische komt elders op Artis niet (meer) voor en ook in de wijde omtrek rondom de dierentuin is ze niet tot nauwelijks te vinden; die dateert immers ook uit de 19e eeuw.

Gebouw

Het gebouw werd in de jaren 1966 en 1967 gebouwd; de nijlpaarden werden elders ondergebracht. Het toen al bekende nijlpaard Tanja maakte de nieuwbouw niet mee omdat ze zwanger was; ze werd ondergebracht in Diergaarde Blijdorp. Vervoer heen en terug werden uitgebreid in de Nederlandse pers beschreven. Kamerling kon vrijwel direct verder met het olifantenverblijf en berenverblijf/berenburcht in dezelfde stijl; het had een gracht en een soort beeldhouwwerk om de rotsachtige omgeving weer te geven. Het gebouw kent een kale betonnen constructie die ook anno 2025 nog zichtbaar is. Door het gebouw op pilaren te zetten ontstaat een luchtig geheel terwijl er toch een grote betonnen rand te zien is. In het beton zijn nog sporen van bekistingen te zien, net als het grofkorrelige in het beton. Het gebouw lijkt een soort afdak te zijn boven de onderliggende gebouwtjes en het vele glas tussen de pilaren. Kamerling zei er zelf over dat zijn gebouw (in tegenstelling tot de bouwstijl) zo onopvallend mogelijk moest zijn en niet belangrijk was, de dieren kregen prioriteit. Hij moest echter toch een compromis sluiten; de Universiteit van Amsterdam had een ruimte op het terrein nodig voor een laboratorium. Kamerling loste dat op door een soort grote kas op zijn constructie te zetten, die deels achter de betonnen borstwering verscholen gaat. Een ander deel van zijn oorspronkelijk ontwerp was dat het gebouw een souterrain kreeg om van achter glas ook de onderwaterbewegingen van nijlpaarden te kunnen volgen. Hij zag al snel in dat dat niet zou werken; de nijlpaarden vervuilden het water zodanig dat zicht niet mogelijk was. Het bassin kwam wel, want de zeekoeien waren een stuk netter. Zo konden de bewegingen van die dieren wel gevolgd worden. Andere dieren die er hun onderdak vonden waren dwergnijlpaarden en tapirs uit Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika. De lucht werd fris gehouden door een luchtzuiveringsinstallatie. In de 21e eeuw kwam het besef op gang dat een dierentuin anders ingericht moest worden. In plaats zoveel mogelijk dieren onder te brengen, zoals nog onder de 20e-eeuwse directeur Ernst Jacobi, wilde men gebouwen die meer ten dienste kwamen van de bewoners. Het overlijden van nijlpaard Tanja werd besloten geen nijlpaarden meer te houden; Tanja was de laatste.

Verbouwing

Het gebouw werd na 2009 omgebouwd tot verblijf voor westelijke laaglandgorilla’s, Diana-meerkatten, stokstaartjes, Aldabra reuzenschildpadden, zwarte pacu’s, zebravissen. De naam wijzigde navenant: Gorillahuis.

De schrijvers Arjen den Boer, Martijn Haan, Martjan Kuit, Teun Meurs en fotograaf Bart van Hoek namen het gebouw mee in hun boek Bruut - Atlas van het brutalisme in Nederland (2023, ISBN 9789462585379), waarin de top-100 binnen die bouwstijl te vinden is. Een korte omschrijving luidde daarbij:

Geval op poten

— Bruut - Atlas van het brutalisme