Neogale africana
| Neogale africana IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2015) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Neogale africana (Desmarest, 1818) Originele combinatie Mustela africana | ||||||||||||
![]() | ||||||||||||
| Verspreidingsgebied van Neogale africana | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| Neogale africana op | ||||||||||||
| ||||||||||||
Neogale africana is een zoogdier uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) is daarvan de grootste soort van Zuid-Amerika. Hij heeft een donkere vacht met weinig kleurvariatie op de rug. De buik is lichtgekleurd met een donkere mediale lengtestreep die identiek is aan de rug. De soort is endemisch in het Amazonegebied. Bekend van ongeveer 30 waarnemingen gedurende twee eeuwen uit verschillende plaatsen in Brazilië, Ecuador en Peru, is hij mogelijk een van de zeldzaamste carnivoren in Zuid-Amerika. Wereldwijd wordt hij door de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN) als "niet-bedreigd" beschouwd.[2]
Beschrijving
Neogale africana is een marterachtige met korte poten, een kleine kop met korte oren een langwerpig nek en lichaam van samen ongeveer 50 cm. De vacht is kort, egaal kastanjebruin of roodachtig met weinig variatie over het lichaam, maar de neus is donkerder. Net als bij andere Zuid-Amerikaanse marterachtigen hebben jongen een donkerdere vacht dan volwassen exemplaren, en de vachtkleur varieert van donkerbruin in het westen naar roodbruin in het oosten. De buik is licht oranjebruin met een onregelmatige middenstreep met dezelfde kleur als de rug. De buikstreep kan doorlopen tot aan de voorpoten of de keel en bij sommige exemplaren loopt hij door tot aan de basis van de borst en splitst zich vervolgens in 2 of 3 takken die eindigen op de hals. De snorharen zijn kort en reiken niet tot aan de achterkant van het oor. De voetzolen zijn kaal, met een paar verspreide haren aan de onderzijde van de zwemvliezen. Het gebit is robuust en gespecialiseerd in een carnivoor dieet. De tandformule van de volwassen dieren is 3.1.2.13.1.2/3.2 × 2 = 30-32, dat wil zeggen drie snijtanden, een hoektand, twee valse kiezen en een ware kies in elke helft van de bovenkaak, en drie snijtanden, een hoektand, twee of drie valse kiezen en twee ware kiezen in elke helft van de onderkaak.[2]
Verschillen met verwante soorten
Volwassen Neogale africana zijn aanzienlijk groter dan de andere Zuid-Amerikaanse kleine marters, Neogale felipei met een kop-romplengte van zo'n 35 cm en de langstaartwezel van omstreeks 42 cm. Neogale africana heeft een bruine streep midden over de lichte buik die dezelfde kleur is als de rug. N. felipei heeft een een bruine vlek op de borst of nek en de langstaartwezel heeft geen bruine streep of vlek op de buik. De bruine staart is half zo lang als het lichaam wat vrij lang is voor een wezel. De voetzolen zijn niet behaard en er is een duimkussentje aanwezig op de voorvoet. De schedel van Neogale africana heeft een kleinere spieraanhechting op de rand van het wiggenbeen dan N. felipei, en de benige omkleding van het trommelvliezen en de gehoorgangen zijn smal, langwerpig en minder opgeblazen dan bij N. frenata en staan wijd uit elkaar. De neusvleugels vormen een driehoek, in tegenstelling tot bij N. felipei en de langstaartwezel, waarbij de zijranden aan de voorzijde bijna parallel lopen. De tweede valse kiezen ontbreken bij Neogale africana.[2]
Voorkomen
De soort komt voor ten zuiden van de Amazone in Brazilië in Brazilië, en haar zijrivieren de Ucayali en de Marañón in Peru en de Napo in Peru en Oost-Ecuador, van zeeniveau tot een hoogte van ongeveer 1250 meter. De grenzen van het verspreidingsgebied zijn echter slecht bekend en de soort komt mogelijk ook voor in het Amazonegebied van Colombia en Noord-Bolivia.[2]
- ↑ (en) Neogale africana op de IUCN Red List of Threatened Species.
- 1 2 3 4 Héctor E. Ramírez-Chaves, Heidi Liliana Arango-Guerra, Bruce D. Patterson (2014). Mustela africana (Carnivora: Mustelidae). Mammalian Species 46 (917): 110–115.

