Nederlands-Indische kentekens

Het Nederlands-Indische kenteken was een identificatiemiddel voor motorvoertuigen in het voormalige Nederlands-Indië. Aan de letter(s) op de kentekenplaat was te zien in welk gebied het voertuig geregistreerd was. Dit kenteken is de basis voor het huidige kentekensysteem van Indonesië.

Periode 1900-1917

Regelgeving voor auto's

Op 1 januari 1900 werd in Nederlands-Indië regelgeving ingevoerd voor het gebruik van auto’s.[1] Deze regelgeving heette voluit het “Algemeen Reglement op het gebruik van niet op spoorstaven loopende, door mechanische beweegkracht voortbewogen voertuigen (automobielen) op de openbare wegen in Nederlandsch-Indië”. De verkorte titel was het “Reglement op het gebruik van automobielen”. Volgens artikel 1 van reglement mocht een auto alleen op de openbare weg rijden als voor dit voertuig een vergunning was afgegeven.

In de bijbehorende “Voorschriften tot uitvoering van het Algemeen Reglement op het gebruik van niet op spoorstaven loopende, door mechanische beweegkracht voortbewogen voertuigen (automobielen) op de openbare wegen in Nederlandsch-Indië” werd vastgelegd:[2]

  • onder welke voorwaarden een vergunningen kon worden verstrekt;
  • welke autoriteit de vergunning mocht verstrekken.

Kentekenplaat

De gewesten werden aangewezen als de overheidsinstanties die de vergunningen moesten uitgeven. De vergunning kon worden aangevraagd in het gewest waar de auto zich normaal gesproken bevond. Op ieder voertuig moest een kentekenplaat (“merkplaat”) aanwezig zijn die op zo’n manier was aangebracht dat deze “ook na ingevallen duisternis, in het voorbijgaan goed zichtbaar is”.

Op de kentekenplaat moest het volgende te zien zijn:

  • de naam van het gewest dat de vergunning had verleend, en
  • het volgnummer van de vergunning.

De minimale afmeting van de de gebruikte cijfers en letters was ten minste 8 cm hoog en 4 cm breed. De enige andere eis die aan de karakters werd gesteld was “dat zij op eenigen afstand gemakkelijk zijn te lezen.”. Er werd dus niets gezegd over:

  • het materiaal waaruit de kentekenplaat moest bestaan;
  • de manier waarop de cijfers en letters zichtbaar moesten worden gemaakt (verf, perforatie, gestanst, etc);
  • het gebruik van kleuren;
  • het toe te passen lettertype;
  • de positie van de naam van het gewest ten opzichte van het volgnummer op de plaat (boven elkaar, achter elkaar, etc);
  • het aantal kentekenplaten dat men moest monteren;
  • de plek waar de kentekenplaten op de auto moesten worden gemonteerd (voorkant, achterkant, zijkant).

Het “Reglement op het gebruik van automobielen” werd op 1 oktober 1917 vervangen door het “Motorreglement”. Dit betekende een nieuw systeem van kentekenplaten. De oude platen bleven geldig tot en met 1 januari 1918.

Periode 1917-1949

"de achterkant van drie auto's uit de jaren dertig van de twintigste eeuw"
Auto's met Nederlands-Indische kentekenplaten op het eiland Bali in 1940. De lettercombinatie DK staat voor de residentie Bali en Lombok. Op de achtergrond is een plaat met de letter L te zien. Dit staat voor de residentie Soerabaja.

Met de invoering van het motorreglement op 1 oktober 1917 kwam er een volledig nieuw kentekensysteem in Nederlands-Indië. Het lijkt veel op het provinciale kenteken wat op dat moment in Nederland in gebruik was. Voor kentekenplaten kwamen duidelijke voorschriften over:

  • het uiterlijk van de kentekenplaat;
  • de positie van de kentekenplaat op het voertuig;
  • het aantal platen dat op een voertuig moest worden gemonteerd.

De uitgifte van kentekenbewijzen (“nummerbewijzen”) werd de taak van de gewesten. Het kenteken bestond uit 1 à 2 letters en 1 of meerdere cijfers. Aan de letter(s) was af te leiden welke lokale overheid het kenteken had uitgegeven.

Voor organisaties zoals garagebedrijven en autohandelaren werd het proefritkenteken ingevoerd: het “proefritbewijs”. Dit is vergelijkbaar met het huidige “handelaarskenteken” in Nederland.

Het kentekensysteem van 1917 is na de onafhankelijkheid in gebruik gebleven. Het is de basis van het huidige kentekensysteem van Indonesië.

Regelgeving kentekenplaat

Letters en cijfers

De kentekenplaat moest het kenteken tonen dat in het nummerbewijs stond van het voertuig. Iedere kentekencombinatie bestond uit 1 à 2 letters en 1 of meerdere cijfers. Er waren twee layouts van de plaat toegestaan:

  1. letter(s) boven de cijfers, waarbij de letter(s) in het midden boven de cijfers moest staan
  2. letter(s) voor de cijfers, waarbij er een verbindingsstreepje moest staan tussen de letter(s) en de cijfers.

Er gold een minimale afstand tussen de rand van de kentekenplaat en de letters en cijfers:

  • boven- en onderzijde: 10 mm
  • zijkanten: 15 mm

De minimale maatvoering van de letters en cijfers was:

  • hoogte: 90 mm
  • breedte (behalve van cijfer 1): 65 mm
  • dikte overal (met uitzondering van geringe afschuiving aan uiteinden): 15 mm
  • lengte van de horizontale streep: 15 mm
  • dikte van de horizontale streep: 10 mm
  • ruimte tussen de tekens: 15 mm

Bij het toepassen van grotere maatvoering moesten alle andere maten evenredig worden vergroot.

De genoemde minimale maten konden worden gehalveerd voor kentekenplaten op motorfietsen.[3][4][5]

Materiaal, vorm en positie

De kentekenplaat was van metaal en had een rechthoekige vorm. De montage van fysieke kentekenplaten was niet verplicht. Als alternatief kon men kiezen om de kentekenplaat met verf aan te brengen op de carrosserie.

Zowel de voorzijde als de achterzijde van het voertuig moest voorzien zijn van een kentekenplaat.[3][4][5]

"tekening van een zwarte rechthoekige kentekenplaat met in het wit de letter A boven de witte cijfers 324. Daaronder de tekening van een zwarte langwerpige kentekenplaat met in het wit het opschrift A, verbindingsstreep, 324."
Schets van de twee toegestane layouts van de reguliere kentekenplaat[6]: de letter(s) boven de cijfers of de letter(s) voor de cijfers met een verbindingsstreep tussen letter(s) en cijfers.

Reguliere kentekenplaat

De gewone kentekenplaten waren zwart met witte letters en cijfers. Het zwarte vlak mocht alleen de genoemde letters en cijfers van het nummerbewijs tonen.[3][4][5]

"tekening van een witte rechthoekige kentekenplaat met in het rood de letter A boven de rode cijfers 324. Daaronder de tekening van een witte langwerpige kentekenplaat met in het rood de opschrift A, verbindingsstreepje, 324."
Schets van de twee layouts van de proefritkentekenplaat.[6] Deze kentekenplaat is gebruikt in de periode 1933-1936.

Proefritkentekenplaat

De kentekenplaat die hoorde bij het proefritbewijs zag er qua uiterlijk en letter-cijfercombinatie net zo uit als een reguliere kentekenplaat. Alleen in de periode 1933-1936 is een afwijkende kentekenplaat in gebruik geweest. Deze was wit met rode letters en cijfers.[6][7] In 1956 heeft de Indonesische overheid dit type kentekenplaat weer in gebruik genomen.[8]

Internationaal kenteken en de landcode "IN"

Een inwoner van Nederlands-Indië die met zijn of haar voertuig buiten Nederlands-Indië wilde rijden liep tegen twee juridische problemen aan. Ten eerste verloor het kenteken volgens het motorreglement van 1917 zijn geldigheid zodra het buiten Nederlands-Indië werd gebruikt. Het tweede probleem was dat het kenteken zijn geldigheid verloor als het voertuig meer dan twee maanden buiten het bestuurlijke gebied werd gebruikt dan waar het was geregistreerd.

Ook als je buiten Nederlands-Indië een auto wilde kopen en daar mee wilde rijden voordat je terug was in Nederlands-Indië had je een probleem: het voertuig kon pas een kenteken krijgen zodra het in Nederlands-Indië was.

In praktijk werden deze regels niet nageleefd of er werd omheen gewerkt. Zo werd er toch met een regulier kenteken in het buitenland gereden terwijl dat volgens de regelgeving niet mocht. Kopers van een voertuig in het buitenland monteerde op hun nieuwe aanwinst een oud kenteken dat nog op hun naam stond of kregen een kenteken in bruikleen van de Java Motor Club.[9]

Om aan deze praktijken een einde te maken is op 1 september 1933 het internationaal kenteken ingevoerd in Nederlands-Indië. Dit kwam voort uit het internationaal verdrag betreffende het verkeer met motorvoertuigen dat op 24 april 1926 in Parijs is gesloten. De Koninklijke Nederlandsch Indische Motor Club (K.N.I.M.C.) in Semarang werd aangewezen als de partij waar het internationale kenteken kon worden aangevraagd. Ook gaven zij deze kentekens uit en moesten ze een registratie hiervan bijhouden.[10]

Als kentekencombinatie werd de letter X gebruikt gevolgd door een nummer. Voor de kentekenplaten golden verder dezelfde eisen als voor de reguliere platen.

Achterop de auto moest ook de landcode (het onderscheidingsteeken) worden aangebracht zoals dit in het verdrag van Parijs was afgesproken: een wit, ei-vormig veld met daarop in het zwart de hoofdletters IN voor Indes néerlandaises. Deze plaat was 30 cm breed en 18 cm hoog, met letters van ten minste 10 cm hoog en een streepdikte van 15 mm. Op een motorfiets mocht een kleinere plaat worden gemonteerd van 18 cm breed, 12 cm hoog met letters van van 8 cm hoog met een streepdikte van 10 mm.[11]

"tekening van een zwarte rechthoekige kentekenplaat. In de bovenste helft staat een witte hoofdletter D. Zowel links als rechts van deze letter staat onder elkaar een rood, wit en blauw vlak met onder elkaar de hoofdletters D, V en O. Op de onderste helft staat met witte cijfers het nummer 4853."
Schets van de militaire kentekenplaat. De maatvoering is in millimeters.[12]

Militaire Kentekenplaat

Op 16 september 1933 werd de kentekenplaat voor militaire voertuigen ingevoerd.[12] De kentekencombinatie was hetzelfde als die van reguliere platen. Dus met een letter (of letters) die aangaf in welk gebied het voertuig was geregistreerd en een volgnummer. De basis voor de plaat was ook hetzelfde: een zwart vlak met witte letter(s) en cijfers. Voor het uiterlijk golden de volgende aanvullende eisen:

  • alleen de layout met de letter(s) gecentreerd boven de cijfers was toegestaan
  • links en rechts van de letter(s) de afbeelding van de Nederlandse vlag met daarop onder elkaar de letters D, V en O (“Departement van Oorlog”).

M.T.D.-Kentekenplaat

Na de Japanse bezetting was er een groot gebrek aan motorvoertuigen. Om het vervoer zo snel mogelijk weer op gang te brengen werd op 10 oktober 1945 de Motor Transport Dienst (M.T.D.) opgericht. Deze dienst viel onder het Nederlands Indische Departement van Verkeer en Waterstaat. De M.T.D. kreeg de taak om het gebruik en onderhoud van al het beschikbare materieel te coördineren. Dit betekende onder andere dat alle particuliere auto's werden gevorderd. Daarna werden ze verhuurd aan diverse partijen. Het vorderingsproces werd ook gebruikt om voertuigen op te sporen die tijdens de bezetting onrechtmatig van eigenaar waren verwisseld.[13][14][15]

Voertuigen die in beheer waren bij de Motor Transport Dienst waren herkenbaar aan de M.T.D.-kentekenplaat. Voor een langere tijd mocht alleen op de openbare weg gereden worden met voertuigen die bij de M.T.D. in beheer waren. Met deze afwijkende kentekenplaten was het makkelijker te controleren of een voertuig al was gevorderd. Voertuigen van de van de geallieerde strijdkrachten waren uitgezonderd van deze verplichting. Na verloop van tijd nam het aantal voertuigen toe door import van nieuwe auto's. Gevorderde auto's werden teruggegeven en men mocht weer met een normale kentekenplaten rijden.

M.T.D.-afdelingen waren aanwezig in de grotere plaatsen van de gebieden die door Nederland werden bestuurd. De afdelingen gebruikte verschillende uitvoeringen van de kentekenplaat. De meest voorkomende platen lijken vrijwel hetzelfde als de militaire kentekenplaat van voor de bezetting. Met als verschil dat de letters "DVO" zijn vervangen door de letters "MTD". Op de plaat werden reguliere kentekencombinaties gebruikt, dus de letters(s) van het gewest waar de M.T.D.-afdeling zich bevond gevolgd door een nummer. Op archieffoto's is te zien dat dit type plaat is gebruikt in de gewesten:

  • Batavia (letter: B)
  • Priangan (letter: D)
  • Buitenzorg (letter: F) en
  • Oostkust van Sumatra (letters: BK)

De M.T.D.-afdeling in Soerabaja maakte ook gebruik van reguliere kentekencombinaties. Dat is de letter L voor Soerabaja gevolgd door een nummer. Op de plaat werd een MTD-teken aangebracht. Dit was een ruitvormig oranje vlak met een witte omlijning. Op het oranje vlak stonden in het zwart de letters "MTD".[16][17]

Volgens de regelgeving in Soerabaja bestonden er 3 uitvoeringen:

  • Kentekenplaat achterzijde voertuig: links en rechts van de letter L het MTD-teken.
  • Kentekenplaat voorzijde voertuig: langwerpige plaat met links van de letter L het MTD-teken of het MTD-teken boven het nummer.

Op archieffoto's is te zien dat er MTD-afdelingen zijn geweest die kentekencombinaties gebruikten bestaande uit de letters "MTD" gevolgd door een nummer. In sommige gevallen werd deze kentekencombinatie op het voertuig geschilderd.

Een Jeep met M.T.D.-kentekenplaat geregistreerd in de residentie Buitenzorg (letter F). (augustus 1947)
Een M.T.D.-kentekenplaat op een Oldsmobile geregistreerd in het gouvernement Oostkust van Sumatra (letters BK). (Pematang Siantar, 19 december 1947)
Chevrolet AK series vrachtwagen met M.T.D.-kentekenplaat geregistreerd in de residentie Priangan (letter D).Bandoeng, 30 april 1947)
Deze Jeep heeft de uitvoering van de M.T.D.-plaat met het ruitvormige teken zoals deze in Soerabaja werd gebruikt.[17] (Malang, 12 augustus 1947)
Een Austin K4 autobus met een kentekencombinatie die begint met de letters MTD. Opvallend is dat het nummer "1973" op de kentekenplaat ook is aangebracht achter de voorruit (Bonthain, Celebes, datum onbekend)

Kentekenplaten van de Staat Oost-Indonesië (N.I.T.)

Het Nederlands-Indische gouvernement De Groote Oost werd opgeheven op 23 december 1946. Daarvoor in de plaats werd de Staat Oost-Indonesië opgericht. De nieuwe staat bestond uit het gebied van het opgeheven gouvernement zonder de residentie Nieuw-Guinea.

Voor de Staat Oost-Indonesië is een afwijkende kentekenplaat vastgesteld.[18] Met een horizontale witte streep werd de plaat in twee helften verdeeld. In de bovenste helft kwam “N.I.T.” te staan. Dit is de afkorting voor de Staat Oost-Indonesië in het Maleis: “Negara Indonesia Timur”. De onderste helft van de plaat werd met een verticale witte streep opgedeeld. In de linker helft stonden de letters van het gebied (de “daerah”) waar het voertuig was geregistreerd. In het rechter vlak kwam het volgnummer.

Het kentekensysteem bleef hetzelfde als in de rest van Nederlands-Indië.

Overzicht letters

De letter (of letters) op de kentekenplaat staat voor de bestuurlijke eenheid die het kentekenbewijs (nummerbewijs) heeft uitgegeven. Het onderstaande overzicht is afgeleid uit de documentatie van de toenmalige regelgeving.[19][20][4][5][21]

In de periode 1917-1949 is de gebiedsindeling meerdere keren veranderd. Bestuursgebieden zijn opgesplitst, afgesplitst, samengevoegd en grenzen zijn verlegd. De belangrijkste wijzigingen zijn genoemd in de kolom met opmerkingen. Het is mogelijk dat een wijziging in de gebiedsindeling er pas later toe leidde dat een andere bestuurlijke eenheid de kentekenbewijzen uit ging geven.

Alle weergegeven letters zijn ingevoerd op 1 oktober 1917, tenzij anders aangegeven.

Foto's voertuigen met Nederlands-Indisch kenteken

Letters BA: residentie Sumatra's Westkust (Fort van der Capellen, maart 1938)
Letters BE: residentie Lampongse Districten (circa 1932-1933)
Letters BK: gouvernement Oostkust van Sumatra (Brastagi, september 1923)
Letter D: residentie Preanger Regentschappen (vanaf juni 1932: Priangan)
Foto genomen in december 1948. Letters DB: daerah Minahasa. Volgens de regelgeving van dat moment hadden de letters "N.I.T." boven de kentekencombinatie moeten staan.[18]
Motorfietskentekenplaten met Letter L: residentie Soerabaja (circa 1918)

Zie ook