Nationale Unie (Nederlandse partij)
| Nationale Unie (N.U.) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Personen | ||||
| Partijvoorzitter | R.C.A.F.J. van Lissa Nessel | |||
| Geschiedenis | ||||
| Opgericht | 7 januari 1956 | |||
| Opheffing | rond 1960 | |||
| Afsplitsing van | KNP | |||
| Algemene gegevens | ||||
| Actief in | ||||
| Richting | Rechts | |||
| Ideologie | Christendemocratie Conservatisme Nationalisme | |||
| ||||
De Nationale Unie (voluit: Nationale Unie op Algemeen Christlijke Grondslag, afgekort N.U.), was een Nederlandse politieke partij, die op 7 januari 1956 werd opgericht door een groep leden van de conservatief-katholieke KNP die zich niet konden verenigen met het besluit van die partij om zichzelf op te heffen en op te gaan in de KVP. Evenals voor de KNP waren de belangen van Indische Nederlanders en de band tussen Nederland en de overzeese gebiedsdelen belangrijke speerpunten van de nieuwe partij. Ook verzette ze zich fel tegen de rooms-rode coalitie en stelde ze zich kritisch op ten aanzien van het Nederlandse lidmaatschap van diverse supranationale organisaties, die ze als bemoeienis met de binnenlandse aangelegenheden van de hand wees. In tegenstelling tot de KNP was de Nationale Unie geen exclusief katholieke partij; onder de oprichters bevonden zich ook protestanten, van wie een deel afkomstig was uit andere conservatieve splinterpartijen.
In datzelfde jaar nam de Nationale Unie deel aan de Tweede Kamerverkiezingen. Lijsttrekker was de Haagse wethouder ir. Richard Carl A.F.J. van Lissa Nessel, die eerder burgemeester was geweest van Palembang en Magelang. Op de lijst stonden ook de namen van oud-admiraal Conrad Helfrich, Abraham Zeegers (oud-ARP) en Prosper Ego. Met 0,5 % van de stemmen bleef de partij echter ruim beneden de kiesdrempel. Na deze nederlaag leidde de partij nog enige tijd een kwijnend bestaan. In 1958 deed de Nationale Unie in enkele gemeentes mee aan de gemeenteraadsverkiezingen, maar behaalde geen enkele zetel. Van Lissa Nessel, oprichter en voorzitter van de partij, had deze al in 1957 verlaten om zich alsnog aan te sluiten bij de KVP.[1] Rond 1960 waren ook de meeste overgebleven leden vertrokken. Een deel van hen zou later nog opduiken in partijen als de Boerenpartij, de Liberale Staatspartij en de CDU.