N.V. Frijda's Handelsonderneming 'Asser Silo'

Het Noord-Willemskanaal in 1915 met in de verte de Asser Silo.

N.V. Frijda's Handelsonderneming 'Asser Silo' was een Nederlandse handelsonderneming gevestigd in Assen. Het bedrijf, dat tussen 1911 en 1937 actief was, hield zich voornamelijk bezig met de handel in granen, zaden en het exploiteren van een korenmalerij. Het bedrijfspand aan het Noord-Willemskanaal, bekend als de Asser Silo, was jarenlang een van de meest beeldbepalende industriële objecten van de stad.

Geschiedenis

Voorgeschiedenis en oprichting (1911–1914)

De basis voor de onderneming werd gelegd door Joseph Aron Frijda (1873–1943). Frijda gold als een moderne ondernemer; zo was hij in 1902 een van de eersten in Assen met een telefoonaansluiting (telefoonnummer 2). Nadat hij jarenlang als zelfstandig handelsagent en commissionair in olie en granen had gewerkt, richtte hij in 1911 de Naamloze Vennootschap J.A. Frijda's Handel Maatschappij op. Frijda werd directeur en grootaandeelhouder. In de jaren daarna werd de bedrijfsnaam nader gespecificeerd als N.V. Frijda's Handelsonderneming 'Asser Silo' .

Bouw en technische innovatie (1914–1927)

In 1914 verkreeg de vennootschap toestemming voor de bouw van een grootschalig graanpakhuis op de hoek van de Paul Krugerstraat en het Noord-Willemskanaal. Het complex, ontworpen door de Asser architect Markus de Vries, was voor die tijd zeer modern. Het bestond uit een graan- en meelpakhuis met een korenmalerij en een karakteristieke elevatortoren op de berm van de kanaaldijk. Deze toren was via een loopgang boven de weg verbonden met het hoofdgebouw.

In 1915 werd het complex aangesloten op de gemeentelijke gasleiding voor de aandrijving van de machines. In 1920 volgde een uitbreiding met een drooginrichting met warme lucht. In 1927 vond een grote technische modernisering plaats waarbij de oorspronkelijke gasmotoren werden vervangen door vier elektromotoren en er een ondergrondse brandstoftank van 2000 liter werd geïnstalleerd.

Bedrijfscultuur en liquidatie (1937)

Hoewel de onderneming formeel een naamloze vennootschap was, behield het het karakter van een hecht familiebedrijf. Werknemers omschreven de werksfeer als zeer plezierig en de directeur was geliefd onder het personeel.

Vanwege de verslechterende gezondheid van Frijda besloot de vennootschap in de zomer van 1937 de activiteiten te staken. Op 17 juli 1937 werd via de Provinciale Drentsche en Asser Courant de liquidatie aangekondigd. De volledige inventaris, van zware walsen tot de kantoorinrichting, werd verkocht en op 2 augustus 1937 werd de N.V. officieel opgeheven.

Het pand na de liquidatie

Na het stopzetten van de handelsonderneming bleef het gebouw negen jaar ongebruikt. In de Tweede Wereldoorlog werd de familie Frijda nagenoeg geheel weggevoerd en vermoord.

In 1946 werd het complex overgenomen door de Machinefabriek Stork voor de productie van pompen. De oude inventaris werd hierbij geveild.[1] In 1949 werd het pand door de erven Frijda officieel verkocht aan Stork. In de jaren 70 werd het markante gebouw uiteindelijk gesloopt om plaats te maken voor de Jan Fabriciusstraat en een nieuwe brandweerkazerne.