Joseph Aron Frijda

Het Noord-Willemskanaal in 1915 met in de verte de Asser Silo.

Joseph Aron Frijda (Assen, 25 augustus 1873 – Sobibór, 21 mei 1943) was een Nederlands ondernemer en bestuurder. Hij was de oprichter en directeur van de N.V. Frijda's Handelsonderneming 'Asser Silo' en speelde een belangrijke rol binnen de Joodse gemeenschap in Assen.

Biografie

Vroege jaren

Frijda werd geboren als zoon van Emanuel Frijda en Helena Isaac. Het gezin leefde in bescheiden omstandigheden aan de Noordersingel in Assen. Na het vroege overlijden van zijn vader aan tuberculose in 1886, moest de dertienjarige Joseph zijn droom om naar het gymnasium te gaan opgeven om als kostwinner voor het gezin op te treden. Hij begon als handelsreiziger langs boerderijen in de omgeving van Assen.

Frijda bleek een talentvol zakenman. Hij slaagde erin de schulden van zijn moeders failliete winkel af te betalen, kocht het ouderlijk huis en spaarde bruidsschatten bij elkaar voor zijn drie zusters.

Ondernemerschap en huisvesting

In 1902 was Frijda een van de eersten in Assen die een telefoonaansluiting liet installeren. Vanwege zijn toenemende welstand liet hij in 1909 een statig herenhuis bouwen in de net aangelegde Wilhelminastraat, waar het gezin in 1910 introk. Dit pand, tegenwoordig bekend als Wilhelminastraat 25, is in de huidige tijd aangemerkt als gemeentelijk monument. Frijda hield hier aanvankelijk kantoor aan huis.

In 1911 professionaliseerde hij zijn handelsactiviteiten door de oprichting van de J.A. Frijda's Handel Maatschappij. In 1914 liet hij de Asser Silo bouwen, een grootschalig graanpakhuis aan het Noord-Willemskanaal. Onder zijn leiding groeide de onderneming uit tot een belangrijke speler in de regionale graan- en zadenhandel. Hij stond bekend als een modern werkgever die zeer geliefd was bij zijn personeel. In 1937 hief hij het bedrijf op vanwege zijn verslechterende gezondheid.

Het herenhuis aan de Wilhelminastraat 25 in 2020.

Maatschappelijke functies

Frijda bekleedde diverse invloedrijke posities in de Asser samenleving:

  • Voorzitter van het 'Sub-Comité tot steun aan Joodsche Duitsche Vluchtelingen te Assen' (eind jaren 30).

Persoonlijk leven

In 1904 trouwde Frijda met Jeltje Kolthoff (1875–1943), een onderwijzeres uit een gegoede Asser familie. Het echtpaar kreeg twee dochters: Lena (1905) en Martha (1907). Martha werd later een van de eerste vrouwelijke tandartsen in de regio en hield praktijk in het ouderlijk huis aan de Wilhelminastraat. In november 1939 verhuisde het echtpaar naar de Dr. Nassaulaan. Hoewel de familie Frijda niet orthodox was, hielden zij vast aan tradities zoals de koosjere keuken en de Joodse school voor de kinderen.

Tweede Wereldoorlog en Holocaust

De Tweede Wereldoorlog had een verwoestende impact op het gezin. Na de capitulatie van Nederland in mei 1940 pleegde zijn oudste dochter Lena samen met haar echtgenoot zelfmoord. In april 1942 werden Joseph en zijn vrouw uit hun huis gezet.

Op 2 oktober 1942 werd het echtpaar Frijda opgepakt en naar Kamp Westerbork gebracht. Op 18 mei 1943 volgde deportatie naar het vernietigingskamp Sobibór, waar zij op 21 mei 1943 onmiddellijk na aankomst werden vermoord. Alleen zijn dochter Martha en haar gezin overleefden de oorlog.

Nagedachtenis

Hoewel de onderneming in 1937 werd geliquideerd, bleef de "Asser Silo" nog decennia lang verbonden met de naam Frijda. Het monumentale herenhuis aan de Wilhelminastraat 25 herinnert nog altijd aan de bloeitijd van de familie in Assen.

Zie ook