Muntji

Een muntji was een in Nederlands-Indië ongehuwde inlandse vrouw, die in de tangsi (KNIL-legerkamp voor de lagere rangen) leefde en als concubine een verhouding had met een van de veelal Europese militairen.

Zij vervulde die leefwijze hetzelfde als een njaj. De uit deze verhoudingen voortgekomen kinderen (anak kompenie) werden binnen het kamp opgevoed, waardoor hier een grote leefgemeenschap, die uit niet-Europese gezinnen was opgebouwd, ontstond. De muntji’s hadden eigenschappen overgenomen van hun voormoeders, zoals branie, ondernemendheid en vechtlust, en trokken ook mee met de militairen als die een strijd gingen voeren en vochten daarin even hard mee.

Hoewel de mannen daarna werden gedecoreerd met een onderscheiding, was er voor deze vrouwen geen honorering. Door Indo-Europese nazaten wordt de muntji via de matrilineaire afstamming gezien als inlandse voormoeder, die daardoor beschouwd wordt als een inbrengster van hun inlands bloed en hun inlandse DNA. De muntji droeg alleen een enkele naam, een voornaam.