Moritz Daniel Oppenheim
| Moritz Daniel Oppenheim | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Zelfportret, 1814-1816, Jewish Museum New York | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Hanau, 7 januari 1800 | |||
| Overleden | Frankfurt am Main, 26 februari 1882 | |||
| Begraafplaats | Old Jewish Cemetery | |||
| Nationaliteit | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Kunstacademie van München | |||
| Leermeester | Jean-Baptiste Regnault | |||
| Beroep | kunstschilder | |||
| Werkveld | schilderkunst | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl | portretschilder, historieschilderkunst | |||
| RKD-profiel | ||||
| ||||

Moritz Daniel Oppenheim (Hanau, 7 januari 1800 - Frankfurt am Main, 26 februari 1882) was een Duits kunstschilder en graficus. Hij schilderde voornamelijk portretten en historiestukken. Hij wordt gezien als een van de eerste joodse kunstenaars van het moderne tijdperk die zijn leven lang trouw bleef aan zijn afkomst.
Levensloop
Oppenheim groeide op in een orthodox joods en kleinburgerlijk gezin in het getto van Hanau bij Frankfurt. Als eerste orthodox joodse kunstenaar kreeg hij een academische opleiding. Al op veertienjarige leeftijd voerde hij opdrachten uit voor de minister van financiën van het Groothertogdom Frankfurt. Hij volgde les aan het Städelsche Institut in Frankfurt.[1] Op zijn zeventiende ging hij naar de kunstacademie in München. In zijn jonge jaren bezocht hij ook Parijs, waar hij les kreeg van Jean-Baptiste Regnault en Rome, waar hij tot de kunstenaarsgroep de Nazareners rond Johann Friedrich Overbeck behoorde. Hij studeerde daar bij Bertel Thorvaldsen, Barthold Georg Niebuhr en Overbeck.
Na zijn terugkeer in Frankfurt (1825) ontwikkelde hij zich snel tot een veelgevraagd portretschilder voor de gegoede joodse burgerij. Zo schilderde hij bijvoorbeeld portretten voor de familie Rothschild. In 1832 werd hij op voordracht van Goethe door de vorst Karel Frederik van Saksen-Weimar-Eisenach benoemd tot buitengewoon hoogleraar. Toch kreeg hij pas in 1839, na negen afgewezen aanvragen, als jood een permanente woonvergunning in Frankfurt.[1]
Relatie met het Jodendom
Oppenheims biografie wordt om meerdere redenen als bijzonder gezien; omdat hij een van de weinige kunstenaars van zijn generatie was die zijn hele leven lang jood bleef, zijn leven lang joodse thematiek oppakte in zijn werk en vooral reputatie opbouwde in joodse kringen, waarvan hij de idealen en gevoelens goed weergaf.[2] In Italië, in een vreemde omgeving en tussen collega-kunstenaars van wie verschillenden hem probeerden te bekeren tot het christendom, keerde hij terug naar zijn joodse wortels.[1] Hij schilderde in Rome vooral joods-religieuze motieven.
Werken
In zijn oeuvrecatalogus zijn meer dan zevenhonderd werken opgenomen, waarvan echter ongeveer dertig procent onvindbaar is. Een goed deel van zijn werk bevindt zich in de collectie van het Joods Historisch Museum Frankfurt en het Historisch Museum Hanau in Schloss Philippsruhe.
Oppenheim schilderde onder andere portretten van Keizer Jozef II, Moses Mendelssohn, Fanny Mendelssohn, Heinrich Heine en Carl Ludwig Börne. Na 1833 schilderde hij een reeks van 24 schilderijen rond het thema van het joodse familieleven met sentimentele inslag.[1]
Literatuur
- Ruth Dröse, Frank Eisermann, Monica Kingreen, Anton Merk: Der Zyklus „Bilder aus dem altjüdischen Familienleben“ und sein Maler Moritz Daniel Oppenheim, CoCon-Verlag, Hanau ISBN 3-928100-36-X
- Georg Heuberger, Anton Merk: Moritz Daniel Oppenheim - Die Entdeckung des jüdischen Selbstbewußtseins in der Kunst, Wienand Verlag, 1999 ISBN 9783879096541
Externe links
- Georg Heuberger/Anton Merk: Die Entdeckung des jüdischen Selbstbewußtseins in der Kunst[dode link]
- Moritz Daniel Oppenheim bij bing images
