Monbijou

Monbijou kan verwijzen naar verschillende lesbische clubs die actief waren in het vooroorlogse Berlijn. De eerste en meest exclusieve van deze clubs, was Monbijou des Westens, geleid door Elsa Conrad en Amalie 'Mali' Rothaug.[1] Een reeks andere clubs, die een variatie van de naam Monbijou hadden, werden kort daarna geleid door Käthe Reinhardt.[2]
Monbijou des Westens
Monbijou des Westens werd in 1927 opgericht door Conrad en Rothaug en was gevestigd in de Lutherstraße, tegenwoordig Martin-Lutherstraße, in de Berlijnse wijk Schöneberg. De bar waarin deze Monbijou zich bevond, heette Mali und Igel, een verwijziging naar de bijnamen van Conrad en Rothaug. Conrad en Rothaug maakten van Monbijou des Westens een zeer exclusieve club, waar de crème de la crème van de Berlijnse lesbische scene zich durfde te vertonen, wellicht door de afgeschermde en selecte sfeer in de bar. Grote namen zoals Louise Brooks en Marlene Dietrich bezochten de bar. Ruth Roellig schreef in Berlins Lesbische Frauen over de bar. Ook was de bar expliciet open voor Joodse lesbiennes, daar Conrad zelf Joods was. Van Rothaug werd wel aangenomen dat dit bij haar ook het geval was, maar zij was opgegroeid in een protestants gezin. In maart 1933 werd de bar op last van de net aan de macht gekomen Nazi's gesloten.[1][3]
Monbijou en het Deutscher Freundschaftsverband
Een jaar later, in 1928, werd een andere Monbijou op gericht. De club was verbonden aan het Deutscher Freundschaftsverband (DFV), de manager was dan ook Karl Bergmann, en was daardoor direct in concurrentie met Damenklub Violetta, een vergelijkbare club die echter aan de concurrerende Bund für Menschenrecht verbonden was en geleid werd door Lotte Hahm.[4] Hoewel hierdoor in eerste instantie frictie tussen beide clubs ontstond, wist de DFV al snel een groot deel van de Berlijnse lesbische vrouwen aan zich te binden; binnen een jaar waren er 2.000 leden en meer dan 15.000 bezoeksters bij de opgezette evenementen. Hahm besloot daarop de samenwerking met de dansleidster van Monbijou, Käthe Reinhardt, op te zoeken, die de gezamenlijke dansavonden die daarna werden georganiseerd zou leiden.[5][6]
Door de verbondenheid met het verband en de bond, die beiden ook tijdschriften uitgaven, was er een sterke verbinding tussen Monbijou en de Frauenliebe een tijdschrift voor lesbische vrouwen. Annette Eick, een bekende lesbische schrijfster uit deze tijd, zou beginnen met schrijven door haar contacten in onder meer Monbijou.[4] Opvallend is dat Monbijou, veel meer dan Violetta, waar ook ruimte was voor 'transvestiten',[a] vasthield aan een strikte verdeling tussen 'mannelijke' en 'vrouwelijke' lesbiennes. Dit bleek bijvoorbeeld bij de 'Dans van de bellen' die gehouden werd in de club. Hierbij kregen de 'mannelijke' lesbiennes een bel, die ze gebruikten om de 'vrouwelijke' lesbiennes aan te trekken.[7]
In 1929 ging de vrouwenclub Monbijou op in club Violetta. Hahm berichtte al langere tijd negatief over over Karl Bergmann - zo zou hij de club voor een aanzienlijk bedrag hebben willen verkopen, zette ze hem weg als intrigant en meende dat het 'grotesk' was dat een heteroseksuele man Monbijou leidde - en kreeg het voor elkaar dat hij als clubleider werd weggestemd. Daarna zou de club samengaan met Violetta, waarbij Reinhardt de danskundige leiding op zich nam en Hahm de leiding van de club als geheel. In 1933 werd de club verboden, waarna deze nog enige tijd clandestien voortgezet werd.[5][6]
Noten
- ↑ Deze term verwees in deze tijd in eerste instantie naar mensen die we nu als crossdressers zouden omschrijven, maar ging gaandeweg ook transgender mensen omvatten.
Referenties
- 1 2 (de) Schoppmann, Claudia (2012), 'Elsa Conrad, Margarete Rosenberg, Mary Pünjer, Henny Schermann: vier Porträts in: Eschebach, Insa (ed.), Homophobie und Devianz: weibliche und männliche Homosexualität im Nationalsozialismus, Metropol-Verlag, Berlijn, pp. 97-100. ISBN 3863310667. Geraadpleegd op 24 april 2025.
- ↑ schader, Heike (2016). Die Klubrevolte 1929. Die Dynamik der Berliner Damenklubs Violetta und Monbijou in den Jahren 1928–1929. Invertito – Jahrbuch für die Geschichte der Homosexualitäten, 18
- ↑ Kraß, Andreas e.a. (2021). Queer Jewish Lives Between Central Europe and Mandatory Palestine: Biographies and Geographies, p. 80-81.
- 1 2 Kraß, Andreas e.a. (2021). Queer Jewish Lives Between Central Europe and Mandatory Palestine: Biographies and Geographies, p. 82-83
- 1 2 schader, Heike (2016). Die Klubrevolte 1929. Die Dynamik der Berliner Damenklubs Violetta und Monbijou in den Jahren 1928–1929. Invertito – Jahrbuch für die Geschichte der Homosexualitäten, 18
- 1 2 Sturgess, Cyd, Different from the Others: German and Dutch Discourses of Queer Femininity (2022).
- ↑ Espinacio-Virseda, Angeles (2004). “I feel that I belong to you”: Subculture, Die Freundin and Lesbian Identities in Weimar Germany. Spaces of Identity 4.1