Missiehuis St. Michaël

Missiehuis St. Michaël
De kloosterkerk gezien vanaf de linker Maasoever
De kloosterkerk gezien vanaf de linker Maasoever
Adres Sint Michaëlstraat 7Bewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 20 NB, 6° 7 OL
Stroming katholicismeBewerken op Wikidata
Bisdom Bisdom RoermondBewerken op Wikidata
Gebouwd in 1880-84
Huidige bestemming klooster, missiehuis
Monumentale status rijksmonument (tevens onderdeel van beschermd dorpsgezicht)
Monumentnummer  524676
Architectuur
Architect(en)  H. Erlemann, M. Scholl, J. Prill en anderen
Bouwmateriaal  baksteen
Benedenkapel van de kloosterkerk met graftombe van de kloosterstichter Arnold Janssen
Benedenkapel van de kloosterkerk met graftombe van de kloosterstichter Arnold Janssen
Portaal  Portaalicoon   Religie

Het Missiehuis St. Michaël, ook wel Missiehuis Steyl, is een kloostercomplex in het kloosterdorp Steyl in de Nederlandse gemeente Venlo. Het in 1875 gestichte klooster is het moederhuis van de missiecongregatie Societas Verbi Divini (SVD, Gezelschap van het Goddelijke Woord), meestal aangeduid als Missionarissen van Steyl. Het complex bestaat uit het eigenlijke Sint-Michaëlklooster, het moederhuis met een imposante kloosterkerk, direct aan de Maas gelegen, en een groot aantal oostelijk van de Kloosterstraat en de Sint-Michaëlstraat gelegen gebouwen, waaronder het Sint-Gregorklooster, het Missiemuseum Steyl en de drukkerij. Daaromheen ligt een uitgestrekt park van ongeveer acht ha. Van het binnen het beschermde dorpsgezicht van Steyl gelegen kloostercomplex genieten 32 onderdelen bescherming als rijksmonument, waarmee het tot de grotere rijksmonumentale complexen in Nederland behoort.

Geschiedenis

Het klooster werd in 1875 gesticht door de uit het Duitse Goch afkomstige priester Arnold Janssen. Deze wilde in eerste instantie in eigen land een op de missie gerichte congregatie oprichten. Omdat de Rooms-Katholieke Kerk vanaf 1871 door Bismarck werd tegengewerkt (de Kulturkampf), week hij met drie andere paters uit naar het nabij de Duitse grens gelegen Steyl. Zoals in veel andere Nederlands-Limburgse grensplaatsen waren in Steyl meerdere kloostergemeenschappen uit Duitsland en Frankrijk neergestreken. In Steyl kocht Janssen de herberg met bijgebouwen van Nicolaas Ronck en hier vestigden de vier paters hun kloostergemeenschap. Twee paters verlieten de gemeenschap al snel, maar in 1876, een jaar na een moeilijk begin, startte de bouw van een eigen missiehuis met een kleine kloosterkapel.[1] Dat jaar werd tevens de eerste drukpers in gebruik genomen. Een jaar later werd het eerste bouwblok opgeleverd door aannemer Frans Peeters uit Baarlo. Tussen het missiehuis en de Maas werd van 1881 tot 1884 de kloosterkerk met twee torens gebouwd. In 1885 werd de Gemeenschap van het Goddelijk Woord (Societas Verbi Divini, SVD) officieel opgericht.[2]

In 1889 stichtte Arnold Janssen een congregatie van missiezusters, de Dienaressen van de Heilige Geest ("blauwe zusters"), in 1896 gevolgd door een congregatie van slotzusters, de Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijddurende Aanbidding ("roze zusters"). In 1904 betrokken beide congregaties het Heilig Hartklooster.

Het Missiehuis Steyl breidde zich gestaag uit. De kloostertuinen met beelden en grotten, grotendeels gelegen aan de overkant van de weg tegenover het missiehuis, werden tussen 1890 en 1900 aangelegd. In 1892 werd de oude Villa De Rijk aangekocht, daarna Gezellenhuis genoemd. Hier werd het noviciaat gevestigd, waar jonge kloosterlingen hun proeftijd doorbrachten. Van 1910 tot 1928 was er ook het generalaat ondergebracht. In 1894 werd een nieuw drukkerijcomplex in gebruik genomen. In 1909 werd de drukkerij voorzien van een stoommachine. De productiviteit kon hierdoor sterk toenemen. Tot 1912 werden er delen aan het missiehuis bijgebouwd.[3]

Het Missiehuis omstreeks 1885

In 1914 werd het Heilige Geestklooster opgeleverd, exclusief voor de slotzusters. Hierna werd het Heilig Hartklooster nog uitsluitend door de missiezusters bewoond. Het eerder door de zusters benutte Sint-Gregorklooster met de Sint-Gregordubbelkapel werd daarna door de missiepaters in gebruik genomen als noviciaat. In dit klooster werd later een verzorgingscentrum voor bejaarde paters ondergebracht.[4]

De Gemeenschap van het Goddelijk Woord, in 1901 goedgekeurd door de Heilige Stoel, was ten tijde van het overlijden van Arnold Janssen op 15 januari 1909 uitgegroeid tot een congregatie die ongeveer 500 paters telde, 1000 priesterstudenten en 700 lekenbroeders.[5] Sinds 1975, het jaar van zijn zaligverklaring, bevindt de sarcofaag van Arnold Janssen zich in de benedenkapel van de kloosterkerk. Het Gezellenhuis is in de jaren 1980 afgebroken. Arnold Janssen werd in 2003 heilig verklaard.

De Congregatie van het Goddelijk Woord is een van de grootste missiecongregaties in de Katholieke Kerk. Vandaag de dag telt deze over de hele wereld meer dan 6000 paters en broeders. Voor al deze missionarissen is de belangrijkste functie van Missiehuis Steyl thans die van retraitehuis .[6]

Gebouwen

Sint-Michaëlklooster

Sint Michaëlstraat met drukkerij (links) en St. Michaëlklooster

Het Sint-Michaëlklooster is een groot, bakstenen gebouw met een min of meer M-vormige plattegrond, waarvan de neogotische kloosterkerk het middelpunt vormt. Het drie verdiepingen tellende retraitegebouw met puntgevel dateert uit circa 1884, maar is rond 1980 gemoderniseerd. Aan weerszijden bevinden zich verblijfsvleugels. De rechtervleugel dateert uit 1876 en is in 1878-1879 uitgebreid. De linkervleugel ontstond in 1884. De voorgevel aan de Sint Michaëlstraat toont op beide hoeken een torenachtig bouwwerk uit 1911-1912, bekroond door een boogfries en kanteelachtige schoorstenen en kolommen. De zuidvleugel heeft aan de Maaszijde een octogonale, torenachtige, zes verdiepingen tellende uitbouw, eveneens met kantelen. De structuur, met entreehallen, gangen en trappenhuizen, is in het interieur van de verblijfsgebouwen grotendeels in tact gebleven. In de voormalige aula dragen afgeschuinde vierkante kolommen van natuursteen grote spitsbogen. In de sacristie bevinden zich nog de authentieke paramentenkasten met gebeeldhouwde panelen.

Kloosterkerk

Kloosterkerk en zuidvleugel Missiehuis

De kloosterkerk van Sint-Michaël is een grote driebeukige dubbelkapel met een pseudotransept, kooromgang en straalkapellen. Het ontwerp is van de Keulse priester-architect Joseph Prill.[7] De westzijde wordt gedomineerd door het hoge dubbeltorenfront, dat vanaf de overkant van de Maas van verre zichtbaar is. Tussen de torens bevindt zich twee loggia's of dwerggalerijen met spitsbogen. Het interieur van de bovenkerk heeft zijn neogotische inrichting grotendeels behouden. De hoog oprijzende zuilen hebben goudbeschilderde bladkapitelen. Op het priesterkoor staat een rijk gebeeldhouwd neogotisch vleugelaltaar. De straalkapellen bezitten gebrandschilderde ramen met afbeeldingen van heiligen die verbonden zijn met de missie. De gemoderniseerde benedenkerk heeft zware pijlers waarop kruisribgewelven steunen. Door het lage gewelf heeft dit deel de sfeer van een crypte. In het westelijk deel bevindt zich, sinds zijn zaligverklaring in 1975, de graftombe van Arnold Janssen. De moderne glas-in-betonramen hebben sprankelende kleuren. De benedenkerk is in tegenstelling tot de bovenkerk openbaar toegankelijk.[8]

Sint-Gregorklooster en Missiemuseum

Het Sint-Gregorklooster bestaat uit twee delen: Oud en Nieuw Sint-Gregor. Onderdeel van Oud Sint-Gregor is het voormalige wijnkopershuis Moubis uit 1810. Hier vestigden zich in 1876 Kanunnikessen van Sint-Augustinus van de Congregatie van Onze-Lieve-Vrouw uit Essen, die er een vleugel aan toevoegden en het 'Notre-Dame' noemden. Na hun vertrek in 1890 vestigden zich hier de missiezusters van Steyl. In de oude kloostervleugel bevindt zich de sterfkamer van de op 29 juni 2008 zalig verklaarde Hendrina Stenmanns ("moeder Josepha"), die na een verwoestende brand in 2008 is gerestaureerd en heringericht. Tot 2008 was in het complex het Limburgs Schutterij Museum gevestigd. De gevels met hardstenen deur- en vensteromlijstingen en het mansardedak zijn min of meer ongewijzigd. In het interieur zijn onder meer stucplafonds en twee schouwen in empirestijl bewaard gebleven. De haaks hierop aansluitende kloostervleugel met gebroken schilddak dateert uit 1876. De werkkamer van Arnold Janssen bevindt zich eveneens in Oud Sint-Gregor, dat rond 1895 werd verbouwd tot noviciaat en generalaat. Het complex werd in 1930 uitgebreid als missiemuseum. De ingang van het missiemuseum is aangebouwd om de lege hoek te vullen. De hardstenen raamlijsten zijn afkomstig uit de oude gevel. Na de Tweede Wereldoorlog zijn deze drie ramen verbreed. Sint Gregor (vanaf 1905) deed tot voor kort dienst als verzorgingshuis voor hulpbehoevende bejaarde of zieke missiepaters en -broeders.

Wijnkopershuis Moubis (links) en Sint-Gregorkapel met traptoren

De Sint-Gregorkapel is een bakstenen dubbelkapel uit 1895. De westelijke traptoren (zie afbeelding hiernaast) wordt bekroond door een leien kegeldak. De kapel telt zeven traveeën waarin rondboogvensters zijn geplaatst, de onderste vensters met dubbele rondbogen. Langs de dakrand loopt een rondboogfries. Het interieur van de boven- en benedenkapel zijn vrijwel identiek aan een dubbele rij van zes granieten zuilen met kubusvormige kapitelen. De benedenkapel heeft kruisribgewelven, de bovenkapel een tongewelf (in het midden) en kruisgewelven (aan de zijkanten). Het bovenste deel van de zuilen is zwart, het onderste deel grijs. De benedenkapel is met de komst van de slotzusters in 1897 in tweeën gedeeld: het westelijk deel werd toebedeeld aan de missiezusters, het oostelijk deel aan de slotzusters. Ook de bovenkerk is door de zusters als kerk gebruikt. Na 1904 zijn de beide zusterorden naar hun respectievelijke nieuwe kloosters verhuisd. De bovenkerk (bovenkapel) werd toen de kloosterkapel voor de paters en broeders van het missiehuis en was tevens enige tijd in gebruik als slaapzaal. In 1970 is de kapel ingericht als bibliotheek.[9] In de kapel opende in 2016 het pop-up Forgiveness Museum, dat aandacht schenkt aan het gegeven dat de van oorsprong Duitse kloosters in Steyl aan het eind van de Tweede Wereldoorlog maandenlang schuilgelegenheid boden aan honderden inwoners van het dorp. [10] Over dit bijzondere oorlogsverhaal verscheen in 2015 het boek 100 dagen in de kloosterkelders van Steyl. Het boek is inmiddels ook in de Duitse en Engelse taal uitgekomen. In 2022 is een film over oorlogsverhaal van de kloosterkelders opgenomen, die eind december dat jaar werd vertoond.

Het Missiemuseum Steyl is sinds 1931 gehuisvest in een geschakeld gebouw aan de Sint Michaëlstraat. De bezoekersingang, kassa en expositieruimte bevinden zich op de begane grond van het oudste bouwdeel, het voormalige wijnkoophuis Moubis. Het andere gebouw dateert uit circa 1895 en was onderdeel van het noviciaatshuis van de missiepaters. Het museum bezit dankzij de verzamelwoede van de paters van Steyl een unieke volkenkundige en natuurhistorische collectie. De indeling en presentatie zijn sinds 1931 nauwelijks veranderd.[11] Het museum vindt zijn oorsprong in een educatief kabinet bedoeld voor aankomende missionarissen, maar werd het al vrij snel een toonkamer voor bezoekers van het jonge missiehuis. Van 1893 tot 1931 was het elders in het kloostercomplex gevestigd.

Drukkerij en ketelhuis

Het gebouw van de kloosterdrukkerij en boekbinderij uit 1893 bevindt zich op de hoek van de Sint Michaëlstraat en de Parkstraat. De afgeschuinde hoek van de bakstenen gevel is versierd met een rondboognis, waarin een beeld van Sint-Jozef onder een baldakijn is geplaatst. In het gebouw was tot 1931 ook het eerste Steyler missiemuseum gevestigd. Het daarachter liggende drukkerijcomplex op de begane grond heeft elf sheddaken. Hier werd bijna een eeuw lang (tot 1967) het geïllustreerde maandblad Katholieke Missiën gedrukt.[12] Op de twee grote diepdrukpersen werden diverse maandbladen gedrukt. De afdeling hoogdruk, later offsetdruk, drukte boeken en tijdschriften met kleinere oplagen. Het betrof een Nederlands grafisch drukkerijbedrijf met een Duitse eigenaar, de SVD. Na een reorganisatie in 2001 kwam er een nieuwe eigenaar. Van de 75 werknemers bleven er 35. In 2004 sloot de drukkerij. Sinds 2014 is in een deel van het complex de culturele attractie Wereldpaviljoen gevestigd. Andere delen van het complex hebben sterk te lijden van leegstand.

Nadat de stoomfabriek op de hoek Sint Michaëlstraat-Parkstraat te klein was geworden heeft men een nieuwe, modernere en grotere gebouwd halverwege de Parkstraat. In deze eerste stoomfabriek 1893 stond eerst een dieselmachine en buiten een locomobiel. Tweede stap was een nieuwe twee cilinder stoommachine in lijn, Theodor Wiedes in het jaar 1899. De locomobiel en de dieselmachine zijn verkocht. De Wiedes stoommachine is na 1910 verplaatst naar het nieuwe machinehuis aan de Parkstraat.[13]

Ten noordoosten van de drukkerij werd in 1909 de machinehal gebouwd, waarin twee stoommachines werden geplaatst, die vanaf 1909 de drukkerij en naderhand de kloosters en bijgebouwen van stroom en water voorzagen. In de machinehal staat naast de stoommachine uit 1909 een stoomturbine uit 1956. Na de komst van de stoomturbine werd de stoommachine buiten werking gezet. De stoommachine leverde 230 volt gelijkspanning; de stoomturbine betekende een nieuw tijdperk, met krachtstroom 3 × 400 volt. De met gele en bruine, geglazuurde Tegelse bakstenen beklede stoomketels in het aansluitende ketelhuis dateren uit 1952 en 1954. In 1952 is hiervoor het ketelhuis in aangebouwd in het verlengde van de machinehal. In 2008 zijn deze gebouwen geadopteerd door de Stichting Behoud Monumenten Steyl. De stoommachine is weer lopend gemaakt. Ook de bakstenen schoorsteen van na 1909 is een rijksmonument. De schoorsteen is gebouwd door Canoy Herfkens, die de rode radiaalstenen door een eigen groep schoorsteenbouwers liet opmetselen. Deze metselploeg heeft ook de bijhorende bliksemafleider, gelijk met het metselwerk, mee naar boven getrokken. De schoorsteen is enkele keren gerestaureerd. Vanaf eind 2023 is de schoorsteen niet meer in gebruik. Op vastgestelde open dagen is de tweecilinderstoommachine in werking te zien.[14]

Kloostertuin

De laat-19e-eeuwse kloostertuin van het Missiehuis wordt begrensd door de Maas in het westen, de Kloosterstraat in het noorden, de Zustersstraat in het noordoosten, de Arnoldus Janssenstraat in het oosten en de Veerweg in het zuiden. Dit grote gebied wordt begrenst door een aantal openbare wegen, waaronder de Sint Michaëlstraat en de Parkstraat. De grote tuin bij de drukkerij is omgeven door een rij muren en verder door een draadraster. De zogenaamde kleine tuin tegenover het klooster Sint Michael heeft hege bakstenen muren. Deze tuin was oorspronkelijk in twee gedeelt. tot 1904 woonden er zusters binnen hun eigen muren. Na 1905 zijn er verbindingen gemaakt omdat vanaf toen dit samen een tuin is geworden van het missiehuis. Voor 1905 was tussen de twee tuinen een kerkepad naar de Steyler rektoraatskerk. Later is dit pad vrij gemaakt en een gedeelte is overdekt als opslagruimte achte de Schlosserei. Dit is nu nog te zien als glazen afdak boven de nieuwe brouwerij in dat gebouw. Onwetend is bij de restauratie de oorspronkelike geschiedenis bewaard. Mooi.

Bomenrij langs de Maas

Het gedeelte langs de Maas bij het eigenlijke klooster is het kleinste. Het is op de rand van het Maasterras aangelegd, op de plaats van het vroegere veerhuis en de herberg. De wandelpaden zijn hier verhard. Het hoog opgaande geboomte, deels uit eind 19e eeuw, bestaat onder andere uit linde (in rijen geplant), acacia, robinia en witte paardenkastanje. Rondom het Missiehuis zijn borders en hagen met jongere bomen en heesters. Vermeldenswaard is een grote buxusstruik, palmboom genoemd vanwege het gebruik om op Palmzondag afgesneden takken van deze struik in de kerk te laten wijden en deze als "palmtak" aan kruisbeelden in en rondom de gebouwen te bevestigen.[15]

Kas van ijzer en glas, ca. 1925
Interieur Verrijzeniskapel

Aan de overkant van de Sint Michaëlstraat, oorspronkelijk behorend bij het Sint-Gregorklooster, bevindt zich een grote tuin die ten dele utilitair is ingericht en ten dele als devotiepark. Onverharde paden scheiden de meestal rechthoekige onderdelen van de tuin. Er zijn boomgaarden, moestuinen, kassen, broeibakken, koude bakken, bloemperken, gazons, een berceau en enkele tuinhuisjes en prieeltjes. Vier van de kassen zijn erkend als rijksmonument, maar de onderhoudstoestand is slecht. Het utilitaire deel van de tuin is in het algemeen minder goed bewaard gebleven dan het devotionele gedeelte.

Het devotionele deel is vanaf de Sint Michaëlstraat vrij toegankelijk. Hoog opgaande coniferen suggereren een mediterraan landschap. Een kunstmatige heuvel met een Calvariegroep stelt de Olijfberg voor. In de heuvel bevinden zich een tunneldoorgang van sinters (verbrandingsresten uit de stoomketels) en enkele door pater Gerard Rademan in 1895-1900 ontworpen kunstmatige grotten, waaronder een grot met taferelen uit het lijdensverhaal van Jezus en een Mariagrot. Vlakbij staat op een sokkel centraal op een grasveld een beeld van Sint-Aloysius uit circa 1895. Een Heilig Hartbeeld van Christus als de Goede Herder staat in een vijver in het zuidwestelijk deel van de tuin. Het ensemble is omgeven door een buxushaag in de vorm van het alziend oog en een cluster van oude iepen. Tegen de oostelijke tuinmuur bevinden zich van zuid naar noord een Mariatempeltje uit 1950, het Mariabeeld is van 1909, iets verderop een beeld van Christus op de koude steen en een kruisweg van gebeeldhouwde panelen. In de uiterste noordoosthoek van de tuin staat de Verrijzeniskapel, een grafkapel in een combinatie van vroegchristelijke architectuur en adobestijl. De apsis heeft een koepeltje. Het interieur is versierd met kleurige keramische tegeltableaus, glas-in-loodvensters en een beeldengroep van de verrijzenis van Christus met een knielende engel. Tegen een wand is een gedenkplaat aangebracht met de namen van missiepaters die tijdens de beide wereldoorlogen in het buitenland overleden en begraven zijn.[16]

Heilig Hartheuvel

Het derde en grootste compartiment van het kloosterpark ligt ten noorden van de Parkstraat, achter de kloosterdrukkerij. Dit deel is ingericht op een van nature geaccidenteerd dekzandterrein met restanten van een eiken- en haagbeukenbos, dat waarschijnlijk al vanaf de middeleeuwen dienstdeed als hakhoutbos. De paden zijn ook hier onverhard met onder andere sinters. Dit deel is vooral devotioneel alsook recreatief van karakter. Op een kunstmatig heuveltje ligt een prieel, waar Arnold Jansen naar verluidt graag vertoefde. Omdat de bomen nog jong waren kon hij daarvandaan het hele dal overzien. Bijzonder indrukwekkend is de Heilig Hartheuvel, een deels kunstmatige heuvel bekroond met een groot Heilig Hartbeeld uit begin 20e eeuw. Het onderste deel van de heuvel is een restant van de oorspronkelijke stuifzandduinen, de Steyler Bergen. De heuvel is opgehoogd en in vorm gebracht met kruiwagenladingen zand dat onder andere vrij kwam bij de bouw van de elektriciteitscentrale. De beplanting van de westelijke helling met buxus, taxus, boerenjasmijn, laurierkers en haagliguster vormt een groot kruis. In de afgelopen 125 jaar is het uiterlijk van de tuin meermaals veranderd, de basisvorm echter niet. Aan de achterzijde van de heuvel leiden trappartijen naar de top. Nabij de Lourdesgrot ligt een vennetje met bamboe, lisdodden en een fonteintje. In een bosachtig gedeelte bevindt zich de begraafplaats van de missiepaters, tussen 1887 en 1895 aangelegd naar een ontwerp van pater Gerard Rademan. De begraafplaats is verdiept aangelegd in de duinen met verhoogde terrassen langs de muurzijde. De opzet is sterk symmetrisch met stroken coniferen en rijen eenvoudige grafkruizen. Enkele grotere mausolea zijn opgericht voor bisschoppen die lid waren van de congregatie. Een niskapel met een piëtabeeld dateert uit circa 1890. In de neogotische kerkhofkapel bevindt zich een levensgroot mozaïek van de verrezen Christus, vervaardigd van stenen afkomstig uit de vijf continenten. Tot 1975 bevond zich in de kapel de tombe van kloosterstichter Arnold Janssen. Oostelijk van de begraafplaats ligt het oorspronkelijke sport- en evenemententerrein, dat onderdeel was van het tuinontwerp van Arnold Janssen en Gerard Rademan (de "Patersplak"). Ten westen van de watertoren van Steyl ligt een aanzienlijk restant van het oorspronkelijke eikenbos. Elders bestaat de beplanting uit onder andere linde, witte esdoorn en Noorse esdoorn, larix, acacia, goudiep, witte paardenkastanje, robinia, valse christusdoorn, Japanse notenboom, douglasspar, cipres, Italiaanse populier en diverse soorten coniferen.[17][18]

Tuinaanleg
Moestuin en kassen
Begraafplaats
Olijfberg en grotten
Heiligenbeelden en devotionalia

Zie ook

Zie de categorie Missiehuis Sint Michaël, Steyl van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.