McKinsey & Company

McKinsey & Company
Logo
McKinsey & Company
Locatie
Hoofdkantoor New YorkBewerken op Wikidata
Industrie en producten
Industrie(ën) managementconsultindustrieBewerken op Wikidata
Producten/diensten management consultingBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Vernoemd naar James O. McKinseyBewerken op Wikidata
Oprichting 1926Bewerken op Wikidata
Bedrijfsstructuur
Rechtsvorm New York Business CorporationBewerken op Wikidata
Sleutelfiguren Bob Sternfels (voorzitter)Bewerken op Wikidata
Aantal werknemers 45100 (2023)[1][2]Bewerken op Wikidata
Lid van ChefsacheBewerken op Wikidata
Financiën
Omzet/jaar 16.000.000.000 US$ (2023)Bewerken op Wikidata
Links
Website Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Economie

McKinsey & Company (informeel McKinsey of McK) is een van oorsprong Amerikaans multinationaal organisatieadviesbureau, dat zich richt op de strategische planning van bedrijven, overheden en andere organisaties. Het hoofdkantoor is gevestigd in New York. McKinsey is in 1926 door James McKinsey opgericht en de oudste en grootste van de Grote Drie organisatieadviesbureaus. Daar worden McKinsey & Company, de Boston Consulting Group en Bain & Company mee bedoeld. Wereldwijd heeft McKinsey ongeveer 7.500 adviseurs, verspreid over 90 vestigingen in 51 landen. Het richt zich vooral op de financiën en de bedrijfsvoering van hun cliënten.

McKinsey breidde zich onder de leiding van Marvin Bower in de jaren 40 en 50 uit naar Europa. In de jaren 60 begonnen Fred Gluck van McKinsey, Bruce Hendersen van de Boston Consulting Group, Bill Bain van Bain & Company en Michael Porter van de Harvard Business School met een programma om de bedrijfscultuur te veranderen.[3][4] In een publicatie uit 1975 van John L. Neuman van McKinsey werd de bedrijfspraktijk van de 'overheadwaardeanalyse' geïntroduceerd, die bijdroeg aan een trend van downsizing, waardoor veel banen in het middelmanagement verdwenen.[5][6]

McKinsey is het onderwerp geweest van aanzienlijke controverse en is onderwerp van verschillende strafrechtelijke onderzoeken naar hun bedrijfspraktijken. Het bedrijf is bekritiseerd vanwege hun rol in het promoten van OxyContin tijdens de opioïdencrisis in Noord-Amerika, hun samenwerking met Enron en hun werk voor autoritaire regimes zoals Saoedi-Arabië en Rusland.[7][8][9][10] Het strafrechtelijk onderzoek door het Amerikaanse ministerie van Justitie, waarbij een grand jury de aanklachten moet vaststellen, richt zich op de rol van het bedrijf in de opioïdencrisis en de obstructie van de rechtsgang die verband houdt met hun activiteiten in de sector.[11] McKinsey werkt samen met een aantal van de grootste fossiele brandstof producerende overheden en bedrijven, onder andere om de vraag naar fossiele brandstoffen te vergroten.[12][13]

McKinsey geldt als een populaire werkgever onder MBA afgestudeerden in de Verenigde Staten en geniet prestige door haar klantenkring van grote bedrijven. Het bedrijf heeft een notoir competitief aannameproces[14][15] en wordt algemeen gezien als een van de meest selective werkgevers ter wereld.[16] McKinsey rekruteert voornamelijk uit top business scholen[17][18][19] en was een van de eerste organisatieadviesbureaus dat een beperkt aantal kandidaten met academische diplomas (bijv. PhD) en een diepgaande expertise in het vakgebied aannam, met name kandidaten die blijk gaven van zakelijk inzicht en analytische vaardigheden.[20][21] McKinsey geeft een zakentijdschrift uit, die McKinsey Quarterly heet.

Geschiedenis

Vroege geschiedenis

James O. McKinsey (1889–1937), oprichter

McKinsey & Company werd in 1926 in Chicago opgericht onder de naam James O. McKinsey & Company door James McKinsey (4 juni 1889 – 30 november 1937), hoogleraar accounting aan de University of Chicago.[3][22] Hij bedacht het idee nadat hij, toen hij voor het United States Army Ordnance Department werkte, inefficiënties bij militaire leveranciers had geconstateerd.[23]:4 Destijds golden de "management ingenieurs" als experts op het gebied van efficiency, maar McKinsey verstrekte advies over de strategie van bedrijven. Het bedrijf noemde zichzelf een "Boekhouder en organisatie firma" en begon met het geven van advies over het gebruik van boekhoudprincipes als managementinstrument.[24]:3 Dee eerste partners van McKinsey waren Andrew Thomas Kearney, aangenomen in 1929,[25] en Marvin Bower, aangenomen in 1933.[26][27]:133

Marvin Bower, oprichter van het hedendaagse McKinsey en grondlegger van de bedrijfscultuur

Bower wordt gecrediteerd voor het vaststellen van de waarden en principes van McKinsey in 1937, gebaseerd op zijn ervaring als advocaat. Het bedrijf ontwikkelde een 'up or out' beleid waarbij adviseurs die geen promotie krijgen, worden gevraagd om te vertrekken. In 1937,[28][29] stelde Bower een reeks regels vast: dat adviseurs de belangen van klanten boven de inkomsten van McKinsey moeten stellen, geen klantzaken moeten bespreken, de waarheid moeten vertellen, zelfs als dit betekent de mening van de klant in twijfel trekken, en alleen werk moeten doen dat zowel noodzakelijk is als dat McKinsey goed kan doen.[30][29] Bower creëerde het principe van het bedrijf om alleen met CEO's te werken, dat later werd uitgebreid tot CEO's van dochterondernemingen. Hij creëerde ook het McKinsey principe om alleen met klanten te werken waarvan het bedrijf dacht dat ze het advies zouden opvolgen.[31][32] Bower bepaalde ook de taal van het bedrijf.[29]

In 1932 opende het bedrijf hun tweede kantoor in New York City.[24]:20 In 1935 werd Marshall Field’s een cliënt van het bedrijf. Marshall haalde McKinsey over om CEO bij hen te worden.[23]:5[27]:133 In dat jaar fuseerde McKinsey met het accountantskantoor Scovell, Wellington & Company. Zo ontstond McKinsey, Wellington & Co. in New York. De boekhoudpraktijk werd afgesplitst tot het in Chicago gevestigde Wellington & Company.[23]:5 Een Wellington-project dat goed was voor 55 procent van de facturering van McKinsey, Wellington & Company stond op het punt af te lopen[33] en Kearney en Bower hadden meningsverschillen over de manier waarop het bedrijf geleid moest worden. Bower wilde landelijk uitbreiden en jonge afgestudeerde van bedrijfsscholen aannemen, terwijl Kearney in Chicago wilde blijven en ervaren accountants wilde aannemen.[27]:134

In 1937 overleed hij onverwacht in Chicago nadat hij een longontsteking had opgelopen.[24][34] Marvin Bower, die sinds 1933 deel uitmaakte van het bedrijf, volgde hem op. Dit leidde in 1939 tot de splitsing van McKinsey, Wellington & Company. De boekhoudkundige praktijk keerde terug naar Scovell, Wellington & Company, terwijl de management technische praktijk werd gesplitst in McKinsey & Company en McKinsey, Kearney & Company.[25][33] Bower werkte samen met Guy Crockett van Scovell Wellington, die investeerde in het nieuwe McKinsey & Company en managing partner werd, terwijl Marvin Bower als zijn plaatsvervanger de eer krijgt de principes en strategie van het bedrijf te hebben vastgesteld.[33][27] Het kantoor in New York kocht de exclusieve rechten op de naam McKinsey van het voormalige kantoor in Chicago, dat in 1946 werd afgesplitst van AT Kearney.[35]:25

Jaren van Groei

McKinsey & Company groeide snel in de jaren 440 en 50, vooral in Europa.[23]:12-13[35]:25[36] In1951 telde het 88 personeelsleden[37] en tegen de jaren zestig meer dan 200,[35] waaronder 37 in Londen in 1966.[37] In datzelfde jaar had McKinsey zes kantoren in grote Amerikaanse steden waaronder San Francisco, Cleveland, Los Angeles en Washington D.C., en zes in het buitenland. Deze buitenlandse kantoren bevonden zich voornamelijk in Europa, zoals in Londen, Parijs en Amsterdam, zowel als in Melbourne.[23]:12-13 Tegen deze tijd was een derde van de omzet van het bedrijf afkomstig van de Europese kantoren.[35] In 1959 trad Guy Crockett af als algemeen directeur en werd Marvin Bower in zijn plaats verkozen.[33][31]:61 De winstdelings-, uitvoerende en planningscommissies van McKinsey waren gevormd in 151.[33] Het klantenbestand van de organisatie breidde zich in de periode na de tweede wereldoorlog vooral uit naar overheden, defensie-aannemers, blue chip-bedrijven en militaire organisaties in het naoorlogse tijdperk.[28] McKinsey werd in 1956 een particuliere onderneming, waarvan de aandelen uitsluitend in handen waren van McKinsey-werknemers.[23]:12[33]

Nadat Bower in 1967 was afgetreden, daalden de inkomsten van het bedrijf.[3] Nieuwe concurrenten zoals de Boston Consulting Group en Bain & Company zorgde voor meer concurrentie voor McKinsey door specifieke merkproducten, zoals de Growth-Share Matrix, op de markt te brengen en door hun branchekennis te verkopen.[36][38][30] In 1971 richtte McKinsey de Commissie voor Harde Doelen en Doelstellingen of "Commission on Firm Aims and Goals" op, die concludeerde dat McKinsey te veel gefocust was op geografische expansie en onvoldoende kennis van de sector had. De commissie adviseerde McKinsey om de groei af te remmen en zich te specialiseren in de sector.[23]:14[36]

In 1976 werd Ron Daniel verkozen tot algemeen directeur, een functie die hij tot 1988 bekleedde.[24] Daniel en Fred Gluck hielpen het bedrijf af te stappen van het generalistische aanpak door 15 gespecialiseerde werkgroepen binnen McKinsey te ontwikkelen, de zogenaamde "Centers of Competence", en door praktijkgebieden te ontwikkelen genaamd "Strategy, Operations and Organisation". Daniel begin in 1987 ook de kennismanagement activiteiten van McKinsey.[23]:15-17 Dit leidde tot de ontwikkeling van een IT systeem waarmee de betrokkenheid van McKinsey werd bijgehouden, een proces om kennis uit elk werkgebied te centraliseren en een bronnenlijst met interne experts.[23]:6-7 Tegen het einde van zijn ambtstermijn in 1988 groeide het bedrijf weer en werden er nieuwe kantoren geopend in Rome, Helsinki, São Paulo en Minneapolis.[23]:15-17[36]

Fred Gluck was van 19988 tot 1994 algemeen directeur van McKinsey.[39] De inkomsten van het bedrijf verdubbelden tijdens zijn ambtstermijn.[30] Hij organiseerde McKinsey in 72 "eilanden van activiteit" die georganiseerd waren onder zeven sectoren en zeven functionele gebieden.[23]:18 Tegen 1997 was McKinsey acht maal zo groot geworden als in 1977.[29] In 1989 probeerde het bedrijf talent te verwerven in IT-diensten door een overname van de Information Consulting Group (ICG) voor $10 miljoen, maar een botsing van culturen zorgde ervoor dat 151 van de 256 ICG-medewerkers tegen 1993 vertrokken.[30][39]

In 1994 werd Rajat Gupta de eerste niet in Amerika geboren partner die werd verkozen tot algemeen directeur van het bedrijf.[40] Aan het einde van zijn ambtstermijn was het aantal medewerkers van McKinsey gegroeid van 2.900 naar 7.700 en het aantal vestigingen was gegroeid van 58 naar 84.[41] Hij opende nieuwe internationale kantoren in steden als Moskou, Beijing en Bankok.[23]:20 Gupta zette de structuur van eerdere directeuren voort en creëerde daarnaast 16 industriële groepen die specifieke markten moesten doorgronden. Ook stelde hij een termijnlimiet van drie termijnen in voor de algemene directeur.[23]:22 Eind jaren 90 creëerde McKinsey praktijk gebieden voor productie- en bedrijfstechnologie.[23]:21,23

McKinsey richtte in de jaren 90 "accelerators" op, waarbij het bedrijf vergoedingen op basis van aandelen accepteerde om internetstartups te helpen;[41][42] alleen al tussen 1998 en 2000 voerde het bedrijf meer dan 1.000 e-commerceprojecten uit.[23]:24 Een artikel in de New York Times van 1 oktober 2000 beschreef de verplichte minicursussen die McKinsey - en hun twee grootste concurrenten BCG en Bain - hun "superopgeleide" jonge nieuwe rekruten aanboden. Na afronding zouden deze pas gecertificeerde organisatieadviseurs beginnen met hun werk: "het adviseren van leidinggevenden van miljardenbedrijven" over "projecten" die niets met hun academische achtergrond te maken hadden. "Advocaten zouden bedrijven in verpakte voedingsmiddelen helpen bij het ontwikkelen van nieuwe producten, en natuurkundigen zouden internetstartups vertellen hoe ze zich van de massa kunnen onderscheiden."[43]

Het barsten van de internetzeepbel leidde tot een daling van de bezettingsraad van McKinsey hun adviseurs van 64 naar 52 procent. Hoewel McKinsey na de daling geen personeel ontsloeg,[41] betekende de daling van de inkomsten en de verliezen door aandeel opties, doordat de aandelen minder waard werden, samen met een recessie in 2001, dat het bedrijf hun prijzen moest verlagen, de uitgaven moest terugdringen en minder mensen moest aannemen.[23]:25 In 2001 lanceerde McKinsey verschillende praktijken die zich richtten op de publieke en sociale sector. Het bedrijf werkte op pro-bono basis met veel cliënten uit de publieke sector en non-profit organisaties.[28] Tegen 2002 had McKinsey een budget van $35,8 miljoen geïnvesteerd in kennismanagement, tegenover $8,3 miljoen in 1999.[28]:1 Hun inkomsten waren respectievelijk 50, 20 en 30 procent afkomstig uit strategie-, operationele en technologische adviezen.[23]:20

In 2003 werd Ian Davis, hoofd van het kantoor in Londen, verkozen tot algemeen directeur.[44] Davis beloofde terug te keren naar de kernwaarden van het bedrijf na een periode waarin het bedrijf snel was gegroeid, wat volgens sommige adviseurs van McKinsey een breuk was met de geschiedenis van het bedrijf.[45] Ook in 20033 vestigde het bedrijf een hoofdkantoor voor de regio Azië-Pacific in Shanghai. In 2004 werd meer dan 60 procent van McKinsey hun omzet buiten de VS gegenereerd.[28] Het bedrijf startte in 2008 een Social Sector Office (SSO), dat is onderverdeeld in drie afdelingen: Global Public Health, Economic Development and Opportunity Creation (EDHOC) en Philanthropy. McKinsey doet een groot deel van hun pro-bono werk via de SSO, terwijl een Business Technology Office (BTO), opgericht in 1997, advies geeft over technologiestrategie.[46] Tegen 200 telde het bedrijf 400 directeuren (senior partners), tegenover 151 in 1993.[30][47] Dominic Barton werd verkozen tot algemeen directeur, een functie waarvoor hij in 2012 en 2015 werd herkozen.[47]

Recente Geschiedenis

Rajat Gupta en een andere McKinsey-bestuurder, Anil Kumar, behoorden tot de veroordeelden voor insiderhandel voor het delen in voorkennis met hedgefondseigenaar Raj Rajaratnam van Galleon Group.[48][49] Hoewel McKinsey niet van enig wangedrag werd beschuldigd, waren de veroordelingen wel gênant voor het bedrijf, omdat het trots is op integriteit en vertrouwelijkheid van de informatie die het aan klanten verstrekt.[50][51][49] McKinsey onderhoudt geen relatie met een van beide senior partners.[52][53]

Senior Partner Anil Kumar, omschreven als Gupta's protégé,[54] verliet het bedrijf na de beschuldigingen in 2009 en pleitte in Januari 2010 schuldig.[55][49] Terwijl hij en andere partners de adviesdiensten van McKinsey aan de Galleon Group aanboden, sloten Kumar en Rajaratnam een privé-adviesovereenkomst, waarmee ze het vertrouwelijkheidsbeleid van McKinsey schonden.[56] Gupta werd in Juni 2012 veroordeeld voor vier aanklachten van samenzwering en effectenfraude, en vrijgesproken van twee aanklachten.[57] In Oktober 2011 werd hij door de FBI gearresteerd op beschuldiging van het delen van insiderinformatie uit deze vertrouwelijke bestuursvergaderingen met Rajaratnam.[58][59] Gupta gebruikte minstens twee keer een McKinsey-telefoon om Rajaratnam te bellen en behield andere voordelen - een kantoorbaan, een assistent en een pensioensalaris van 6 miljoen dollar dat jaar.[60] - als senior partner emeritus.[53]

Na het schandaal heeft McKinsey een nieuw beleid en procedure ingevoerd om toekomstige indiscreties van adviseurs te ontmoedigen,[61] waaronder het onderzoeken van de banden van andere partners met Gupta.[62][63]

In Februari 2018 werd Kevin Sneader verkozen tot algemeen directeur. Zijn termijn van drie jaar begon op 1 Juli 2018.[64] McKinsey heeft tijdens de coronapandemie van 2019 advieswerk verricht voor diverse steden, staten en overheidsorganisaties. In de eerste vier maanden van de pandemie heeft McKinsey meer dan $100 miljoen aan advieswerk binnengehaald, waaronder contracten zonder aanbesteding met het Amerikaanse ministerie van Veteranenzaken en de luchtmacht.[65] De richtlijnen voor de heropening van Miami-Dade County in Florida, die met inbreng van McKinsey zijn opgesteld, werden door lokale media en ambtenaren bekritiseerd vanwege de complexiteit en het gebrek aan duidelijkheid.[65]

McKinsey heeft in 2021 hun adviesafdeling voor investering bankieren opgeheven, met als reden "personeelskwesties".[66] In 2021 heeft het Australische kantoor van McKinsey twee overnames gedaan: Hypothesis, een bedrijf voor ontwikkeling van digitale producten, en Venturetec, een adviesbureau voor innovatie.[67][68] Op 1 Juni 2022 kondigde McKinsey aan dat het Caserta, een data-engineeringbedrijf, had overgenomen.[69] In Maart 2023 kondigde McKinsey het ontslag aan van 1.400 werknemers, een zeldzame banenreductie voor het bedrijf.[70]

Organisatie

Formeel is McKinsey georganiseerd als een corporatie, maar het functioneert in alle belangrijke opzichten als een partnerschap. Het bedrijf liet in 2001 het aanhangsel “Inc.” uit zijn naam verwijderen. Sindsdien heet het officieel McKinsey & Company of McKinsey & Co. De Algemeen Directeur (managing director) wordt door de senior aandeelhouders (shareholders, ook wel directors genoemd) van het bedrijf gekozen voor een termijn van drie jaar. Hij kan maximaal drie termijnen van drie jaar het bedrijf leiden. Het beleid wordt uitgezet door verschillende commissies die cruciale beslissingen nemen. McKinsey opereert onder het motto van ‘up or out’ (omhoog of eruit), wat betekent dat de consultants zich in nieuwe consultancy vaardigheden moeten bekwamen binnen een zekere tijdspanne, bijvoorbeeld door cursussen te volgen of het behalen van een MBA, anders wordt hen gevraagd het bedrijf te verlaten.

Cijfers

Wereldwijd heeft McKinsey circa 7.500 consultants in dienst, verspreid over 90 vestigingen in 51 landen. Naast de consultants zijn er wereldwijd circa 5.400 generale en specifieke onderzoekers die de consultants ondersteunen in hun voorbereiding en beantwoording. Het cliëntenbestand van McKinsey beslaat drie van de vijf ’s werelds grootste bedrijven, twee derde van de Fortune 1000, overheden en andere non-profit instituties. McKinsey’s cliënten representeren 70% van de Fortune magazines meest begeerde lijst, meer dan 90 van de 100 's werelds leidende concerns en overheden in meer dan 35 landen. De omzet van het bedrijf wordt in 2007 door Forbes geschat op 4,37 miljard US dollar.

McKinsey in Nederland

Het Nederlandse kantoor bestaat sinds 1964 en is gehuisvest aan de Amstel in Amsterdam. Het heeft ongeveer 170 consultants in dienst. Bekende managing directors van de Nederlandse vestiging zijn onder anderen Mickey Huibregtsen, Pieter Winsemius, Robert Reibestein en Wiebe Draijer. Diverse voormalig firmanten van het bedrijf hebben later gezaghebbende functies bekleed bij de overheid, zoals ministersposten.

Modellen

Een bekend model van McKinsey is het 7S-model dat zeven dimensies/aspecten onderscheidt om organisaties op te beoordelen: strategy, structure, systems, shared values, style, skills and staff (strategie, structuur, systemen, gedeelde waarden, vaardigheden, stijl en leiding).

Controverses

Het bedrijf is in verband gebracht met een aantal opmerkelijke schandalen, waaronder de ineenstorting van Enron in 2001,[71] de 2008 kredietcrisis,[71] en het faciliteren van staatsovername in Zuid-Afrika.[72] Het heeft ook tot controverse geleid vanwege de betrokkenheid bij Purdue Pharma,[73] US Immigration and Customs Enforcement,[74] en autoritaire regimes.[75][76] Michael Forsythe en Walt Bogdanich, verslaggevers voor de New York Times, schreven in 2022 een boek met de titel When McKinsey Comes to Town over de controversiële en onethische werkgeschiedenis van het bedrijf.[77][78]

Enron

Zie Enron-schandaal voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Enron was de creatie van Jeff Skilling, een McKinsey-adviseur met 21 jaar ervaring, die gevangen werd gezet nadat Enron naar verluidt McKinsey voor 20 verschillende projecten had gebruikt,[79] en McKinsey adviseurs hadden "Enron als hun zandbak gebruikt."[79] Voorafgaand aan het Enron-schandaal hielp McKinsey het bedrijf om te schakelen van een olie- en gasproductiebedrijf naar een handelaar in elektrische grondstoffen, wat leidde tot een aanzienlijke groei van de winsten en inkomsten.[79] Volgens The Independent was er "geen suggestie dat McKinsey medeplichtig was aan het daaropvolgende schandaal, [maar] critici zeggen dat de arrogantie van Enrons leiders emblematisch is voor de McKinsey-cultuur."[80] De regering heeft geen onderzoek gedaan naar McKinsey, die zei geen advies te hebben gegeven over de boekhouding van Enron.[81] De Wall Street Journal trok de "aansprakelijkheid" van McKinsey en zijn "nauwe relatie met Enron" in twijfel,[82] en een BusinessWeek-artikel uit 2002 suggereerde dat ze waarschuwingssignalen hadden genegeerd.[41]

In zijn uitgebreide artikel in BusinessWeek van juli 2002 over de nasleep van het Enron-schandaal schreef John Bryne dat McKinsey een "belangrijke architect was geweest van het strategische denken dat Enron tot een lieveling van Wall Street maakte. In boeken, artikelen en essays drukten de partners regelmatig hun stempel op veel van Enrons strategieën en praktijken, wat de energiegigant hielp positioneren als een zakelijke vernieuwer die navolging verdient. Het bedrijf is misschien niet het onderwerp van enig onderzoek, maar de nauwe betrokkenheid bij Enron roept de vraag op of McKinsey, net als sommige andere professionele bedrijven, waarschuwingssignalen negeerde om een belangrijke klant te behouden."[41] BusinessWeek beschreef hoe de cultuur bij McKinsey was veranderd, aangezien het "aantal partners groeide van 427 naar 891", waardoor het "minder persoonlijk" werd.[41] Volgens het artikel zeiden "sommige huidige en voormalige McKinsey-adviseurs" dat McKinsey de "ingewortelde waarden" die het bedrijf ooit leidden, was kwijtgeraakt. McKinsey, verwijzend naar het voorbeeld van de dotcomzeepbel, was begonnen met het aantrekken van "minder prestigieuze bedrijven" als klanten en had "de focus op het opbouwen van agendabepalende relaties met het topmanagement van toonaangevende bedrijven laten verslappen."[41] Bovendien was er "een duidelijke tendens om meer inkomsten te genereren dan kennisontwikkeling."[41] McKinsey ontkende dit.[41] McKinsey ontkende bovendien dat het Enron advies heeft gegeven over financiële kwesties of vermoedens had dat Enron onjuiste boekhoudmethoden gebruikte.[79]

2008 kredietcrisis

Zie Kredietcrisis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

McKinsey zou een belangrijke rol hebben gespeeld in de kredietcrisis van 2008 door de securitisatie van hypotheekactiva te bevorderen en banken aan te moedigen hun balansen te financieren met schulden, waardoor het risico toenam. Dit "vergiftigde het wereldwijde financiële systeem en veroorzaakte de kredietcrisis van 2008".[83] Bovendien adviseerde McKinsey Allstate Insurance om expres lage aanbiedingen te doen aan eisers. De Huffington Post onthulde dat de strategie was om claims "zo duur en tijdrovend te maken dat advocaten zouden weigeren cliënten te helpen."[84] Daarnaast werd McKinsey-partner Navdeep Arora in 2016 veroordeeld voor het illegaal uitputten van State Farm met ruim $500.000 over een periode van 8 jaar, in samenwerking met een werknemer van State Farm.[85]

Valeant

Valeant, een Canadees farmaceutisch bedrijf dat in 2015 door de SEC werd onderzocht, wordt beschuldigd van onjuiste boekhouding en van het gebruik van roofzuchtige prijsverhogingen om de groei te stimuleren.[86] Volgens de Financial Times is "de ondergang van Valeant niet precies de schuld van McKinsey, maar hun sporen zijn overal te vinden."[87] Drie van de zes topbestuurders waren onlangs oud-werknemers van McKinsey. Zij waren tevens voorzitter van de commissie "talent en beloning".[87] MIO Partners was een particuliere investeerder in Valeant en McKinsey adviseerde Valeant over medicijnprijzen en overnames.[88]

Rol in de opioïdencrisis in de VS

Zie Opioïdencrisis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

McKinsey adviseerde fabrikanten van opioïden over hoe ze de verkoop van OxyContin konden "turbochargen", stelde strategieën voor om de emotionele boodschappen van moeders met tieners die een overdosis OxyContin namen tegen te gaan en hielp fabrikanten van opioïden om regelgeving te omzeilen.[89] Het bedrijf adviseerde Purdue Pharma ook om apotheken kortingen aan te bieden op basis van het aantal overdoses en verslavingen dat zij veroorzaakten.[73] McKinsey voorspelde in 2019 dat meer dan 2.400 CVS-klanten een overdosis zouden krijgen of afhankelijk zouden worden van opioïden.[90] McKinsey schatte dat een korting van $14.810 per "gebeurtenis" zou betekenen dat Purdue dat jaar $36,8 miljoen aan CVS zou moeten betalen.[73] In Februari 2021 bereikte McKinsey overeenkomsten met procureurs-generaal in 49 staten, vijf Amerikaanse territoria en het District of Columbia. Het bedrijf stemde ermee in om bijna $600 miljoen te betalen te schikking van onderzoeken naar zijn rol bij de promotie van de verkoop van OxyContin.

Uit documenten blijkt dat McKinsey gedurende een periode van 15 jaar, van 2004 tot en met 2019, voor Purdue Pharma en anderen opioïdenproducenten, heeft gewerkt.[91] In 2018 en 2019 haalde McKinsey minstens $400 miljoen op met adviseren aan farmaceutische bedrijven. McKinsey adviseerde Mallinckrodt, de grootste fabrikant van generieke opioïden, en Endo Internationaal, waarvoor McKinsey adviseerde over de marketing van Opana.[92] Dankzij het advies van McKinsey groeide Endo uit tot een leidende fabrikant van generieke medicijnen. McKinsey adviseerde om artsen die rugpijn behandelen, bij ouderen en patiënten in de langdurige zorg, "doel te stellen en te beïnvloeden".[93] In Februari 2021 betaalde McKinsey $600 miljoen om onderzoeken, naar de rol van het bedrijf bij het promoten van de verkoop van OxyContin, en het aanwakkeren van de grotere opioïdencrisis, te schikken.[94] In April 2022 meldde de New York Times dat McKinsey regelmatig partners en andere consultants liet werken voor zowel overheidsklanten, zoals de FDA, als de farmaceutische klanten, zoals Purdue.[91] Deze acties waren in strijd met de interne ethische richtlijnen van McKinsey.[91]

In December van 2023 meldde Reuters dat McKinsey had ingestemd met het betalen van $78 miljoen extra om claims van zorgverzekeraars te schikken. Het advies van McKinsey droeg bij aan "een epidemie van opioïdenverslaving via hun werk voor farmaceutische bedrijven".[95] Volgens Reuters zou de schikking de laatste in een reeks zijn en zou McKinsey "geen wangedrag hebben erkend".[95] In 2024 werd het bedrijf het onderwerp van een strafrechtelijk onderzoek door het Amerikaanse ministerie van Justitie naar de rol die het speelde bij het adviseren van opioïdenfabrikanten over het stimuleren van de verkoop. Er werd een grand jury bijeen geroepen om te bepalen welke aanklachten tegen het bedrijf zouden worden ingediend.[96][11] Er loopt ook een onderzoek naar belemmering van de rechtsgang in de periode dat er zorgen ontstonden over hun activiteiten.[11] Het bedrijf schafte het onderzoek in december 2024 af voor een bedrag van $650 miljoen, onder de voorwaarden dat het gedurende een periode van vijf jaar geen gereguleerde stoffen op de markt mocht brengen.[97][98] Deze overeenkomst werd gedeponeerd bij een federale rechtbank in Abington, Virginia, met als doel het oplossen van strafrechtelijke aanklachten die waren ingediend als onderdeel van de meest recente rechtszaak van het bedrijf betreffende de marketing van verslavende pijnstillers.[99]

Gevangeniscomplex Rikers Eiland

New York City betaalde McKinsey tussen 2014 en 2017 $27,5 miljoen om het aantal gewelddadige incidenten in gevangenissen op Rikers Eiland te verminderen; maar het geweld nam toe en de stad liet veel van de aanbevelingen van het bureau varen. De vermeende tekortkomingen van het adviesbureau omvatten onder meer het niet vragen naar de mening van gedetineerden of kliniekpersoneel; het gebruik van de versleutelde berichtenapp Wickr, die berichten verwijderd, nar verluidt om transparantie te vermijden; initiatieven met betrekking tot het uitgebreide gebruik van tasers, jachtgeweren en K9-patrouillehonden; het vervangen van lastige gedetineerden door meer meegaande gevangenen in het testgebied, wat de data in het voordeel van het project beïnvloedde; het gebruik van ineffectieve data-analysesoftware; en spreadsheet fouten die het basispercentage van geweld, waarvan het project werd afgemeten, opdreven.[100]

McKinsey adviseerde het gevangeniscomplex en testte een anti-geweldstrategie genaamd "Restart", die werd uitgevoerd in de wooneenheden van Rikers.[101] Gevangenisbeheerders meldden dat de strategie resulteerde in een daling van het aantal geweldsmisdrijven met meer dan 70% in de Rikers-woningen.[102] Later werd ontdekt dat adviseurs van McKinsey en gevangenisfunctionarissen het programma hadden gemanipuleerd door meewerkende gevangenen me te groeperen in wooneenheden. Ook bleek dat het aantal geweldsmisdrijven, waaronder "sneepartijen en steekpartijen", tussen 2011 en 2016 met ruim 1000% was toegenomen.[103][100]

Boete voor insiderhandel door beleggingsfiliaal

In Februari 2019 publiceerde The New York Times een reeks artikelen over McKinsey[104] en het interne hedgefonds dat het beheert - McKinsey Investment Office, of MIO Partners. De artikelen beweren dat er "potentieel was voor niet-openbaar gemaakte belangenconflicten tussen de beleggingen van het fonds en het advies dat het bedrijf aan klanten verkoopt", aangezien het hedgefonds zou kunnen profiteren van de insiderkennis die is verkregen via organisatieadviesdiensten.[88] Het bedrijf antwoordde dat "MIO en McKinsey hebben aparte medewerkers in dienst. Het personeel van MIO heeft geen niet-openbare kennis van de klanten van McKinsey. Voor de overgrote meerderheid van de beheerde activa worden beslissingen over specifieke investeringen genomen door externe beheerders.[88]

In 2019 betaalde McKinsey het Amerikaanse ministerie van Justitie $15 miljoen aan honoraria die het had verdiend, om beschuldigingen te schikken met betrekking tot het niet melden van mogelijke belangenconflicten in drie faillissementszaken waaraan het bedrijf had meegewerkt.[105][106] In 2021 kreeg MIO Partners, een boete van $18 miljoen van de SEC, die verklaarde dat enkele van dezelfde mensen die investeringsbeslissingen namen voor MIO partners, werknemers van McKinsey waren die inzicht hadden in vertrouwelijke informatie van bedrijven waarvoor McKinsey advies verleende.[107] De SEC beweerde dat MIO Partners geavanceerde kennis had van aanstaande fusies, faillissementen en aankondigingen van financiële resultaten voor bedrijven die het bedrijf adviseerde.[107]

Beschuldigingen van belangenverstrengeling bij Amerikaanse faillissementen

In Januari 2022 hervatte het Second U.S. Circuit Court of Appeals in Manhattan een rechtszaak tegen McKinsey. Deze was aangespannen door de gepensioneerde turnaround-specialist Jay Alix. Alix beschuldigde het adviesbureau ervan mogelijke belangenconflicten te verzwijgen toen het faillissementsrechtbanken vroeg oom lucratief werk te verrichten op het gebied van bedrijfsherstructureringen.[108]

In Juli 2023 spande de voormalige CEO van Prima Wawona, Dan Gerawan, een rechtszaak aan waarin hij beweerde dat het investeringsbedrijf Paine Schwartz Prima Wawona, destijds de grootste steenfruitproducent van Amerika, gebruikte om financieel gewin voor McKinsey te creëren[109][110] en dat veel van de werknemers van Paine Schwartz voormalige werknemers van McKinsey waren.[111] In de aanklacht wordt beweerd dat Paine Schwartz eind 2020 McKinsey als adviseur inhuurde, zonder goedkeuring van dee raad van bestuur, om grote veranderringen door te voeren in de bedrijfsvoering van Prima Wawona. Daarna gingen de prestaties van het bedrijf snel achteruit, aldus dee aanklacht.[112] Moody's verlaagde de vooruitzichten van het bedrijf van "stabiel" naar "negatief".[113][114] In Oktober 2023 vroeg Prima Wawona faillissement aan.[109][115] McKinsey was de grootste schuldeiser van het bedrijf en had een schuld van 8 miljoen dollar.[116] Het bedrijf had een schuld van $679 miljoen en was in gebreke gebleven.[110] Pogingen om het bedrijf te verkopen in faillissement mislukten. In Januari 2024 kondigde het bedrijf aan dat het zou liquideren, alle 5.400 werknemers zou ontslaan en meer dan 13.000 hectare landbouwgrond zou verkopen.[117][118]

Overheids Corruptieschandalen

Zuid-Afrikaans corruptieschandaal

De familie Gupta (geen familie van Rajat Gupta) had op strategische wijze corrupte personen geplaatst in diverse sectoren van de Zuid-Afrikaanse overheid, nutsbedrijven en infrastructuur. McKinsey zou medeplichtig zijn geweest aan deze corruptie door de Gupta's te gebruiken om adviescontracten te verkrijgen van bepaalde staatsbedrijven, waaronder Eskom en Transnet.[119] In samenwerking met Trillian Capital Partners (een adviesbureau dat eigendom was van een medewerker van de Gupta's),[120] they provided services to the value of R1 billion ($75 million) annually. Trillian was paid a commission for facilitating the business for McKinsey.[121] McKinsey schakelde advocatenkantoor Norton Rose Fulbright in om een intern onderzoek naar de beschuldigingen uit te voeren. De toenmalige managing partner van McKinsey, Dominic Barton, bracht na het interne onderzoek een verklaring uit waarin het bedrijf "erkende dat het schendingen van zijn professionele normen had vastgesteld, maar elke vorm van omkoping, corruptie en betalingen aan Trillian ontkende."[122]

Literatuur

  • Walt Bogdanich, De macht van McKinsey, uitgeverij Business contact, 2022, ISBN 9789047015215
  • Duff McDonald, De firma: het verhaal van McKinsey, uitgeverij Prometheus, 2013, ISBN 9789035140073
Zie de categorie McKinsey & Company van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.