U.S. Immigration and Customs Enforcement

U.S. Immigration and Customs Enforcement (ICE)
U.S. Immigration and Customs Enforcement
U.S. Immigration and Customs Enforcement
Geschiedenis
Opgericht 1 maart 2003
Voorganger(s) Immigration and Naturalization Service (criminele recherche),
United States Customs Service (recherche en inlichtingen)
Geschiedenis
Valt onder Department of Homeland Security
Jurisdictie Verenigde Staten
Hoofdkantoor Washington
Aantal werknemers +20.000 (2016)
Begroting
Jaarlijks budget 7,6 miljard dollar (2018)
Media
Website Officiële website

De U.S. Immigration and Customs Enforcement (ICE) is een politiedienst van de federale overheid van de Verenigde Staten. Het agentschap valt onder het Department of Homeland Security. Het spitst zich toe op de recherche en handhaving van meer dan 400 federale statuten die betrekking hebben op immigratie en douane. ICE doet zelf geen grensbewaking; dat is de taak van de United States Border Patrol. ICE heeft meerdere detentiecentra voor illegale migranten, waar dagelijks zo'n 34.000 mensen zijn opgesloten.

Geschiedenis

Het agentschap werd opgericht als gevolg van de Homeland Security Act, die werd ingevoerd na de aanslagen op 11 september 2001 en die verder leidde tot de oprichting van het Department of Homeland Security. ICE ontstond op 1 maart 2003 door de samenvoeging van de taken en jurisdicties van verschillende politie- en douaneagentschappen. Het agentschap wordt geleid door een directeur die wordt aangesteld door de president en die bevestigd wordt door de senaat.

De Immigration and Customs Enforcement werd anno 2018 en 2019 bekritiseerd om de opsluiting van zo'n 3000 migrantenkinderen in detentiekampen. The Intercept berichtte in 2018 dat er in de periode januari 2010-september 2017 ongeveer 33.000 klachten waren van gedetineerden, waarvan de site 1224 klachten kon bevestigen via documenten, en dat er in die periode 43 onderzoeken liepen.[1] Ook uitzettingen, het vastzetten van personen met een verblijfsstatus of zelfs staatsburgerschap hebben tot ophef geleid.[2] Activisten pleiten voor de afschaffing van de dienst.[3]

Regering-Trump II

ICE-medewerker in Los Angeles

ICE kwam opnieuw op de voorgrond tijdens het tweede presidentschap van Donald Trump, toen Trump wederom een hardvochtig immigratiebeleid voerde. Trumps regering zette een grote golf van deportaties in gang. Het Amerikaanse leger werd ingezet om ICE in meerdere staten te ondersteunen. De regering heeft de Alien Enemies Act gebruikt om verdachte illegale immigranten snel te deporteren met beperkte of geen rechtsbescherming, en om hen in El Salvador gevangen te zetten. Verschillende Amerikaanse burgers werden vastgehouden en gedeporteerd.

De praktijken van de regering hebben geleid tot juridische problemen en controverses onder advocaten, rechters en rechtsgeleerden. De regering-Trump begon met het vaststellen van dagelijkse streefcijfers voor arrestaties door ICE, en voerde een controversiële campagne om de zichtbaarheid van de arrestaties door ICE te vergroten.

Binnen Trumps One Big Beautiful Bill Act, die op 4 juli 2025 werd ondertekend, heeft de Amerikaanse overheid ongekende financiering toegewezen aan ICE voor detentiecentra, deportatieoperaties en extra geld om nieuwe agenten aan te nemen.

In december 2025 hield ICE 68.440 mensen vast, van wie bijna 40.000 geen strafblad hadden of alleen nog aanklachten tegen zich hadden lopen. Tussen januari en december 2025 had de regering meer dan 328.000 mensen gearresteerd en bijna 327.000 gedeporteerd.[4]

Op 7 januari 2026 schoot een ICE-agent de 37-jarige Renée Nicole Good dood tijdens een incident in Minneapolis, wat aanzienlijke controverse en onrust veroorzaakte.[5]

Op 25 januari 2026 werd opnieuw in Minneapolis tijdens manifestaties een man, de 37-jarige Alex Pretti, doodgeschoten door een federale agent.[6]

Zie ook