Markgraafschap Ename
| (Mark)graafschap Ename | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| |||||
| Kaart | |||||
![]() | |||||
| Het Land van Aalst in de 17e eeuw | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Ename | ||||
| Talen | Oudnederlands | ||||
| Religie(s) | Christendom | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Mark | ||||
| Staatshoofd | Markgraaf | ||||
Het (mark)graafschap Ename was een graafschap op de oostelijke oever van de Schelde. Het was de voorloper van het Land van Aalst, een van de deelgebieden van het graafschap Vlaanderen.
In de toenmalige bronnen wordt het graafschap steeds vermeld als graafschap Brabant. Deze benaming ging terug op de oudere gouw "Brabant", waarvan dit graafschap het laatste restant was. Het bestuurscentrum was Ename, waar een belangrijke weg (mogelijk teruggaand op de hypothetische heirbaan Wervik-Tongeren) de Schelde kruiste. Een andere voorname plaats was Gent, met voogdij over de Sint-Baafsabdij hoewel deze op de andere Schelde-oever lag.[1]
Oorspronkelijk was het markgraafschap een van de vier deelgraafschappen in de Brabantgouw. Vanaf 966 werden ze bestuurd door Godfried van Verdun, maar omstreeks 977 vielen er drie aan Lambert I van Leuven, Reinier IV en Karel van Neder-Lotharingen. Het deelgraafschap Ename bleef aan Godfried, die als getrouwe van keizer Otto II de Schelde, de rijksgrens tussen Oost- en West-Francië, moest bewaken. Naar dit militaire belang verwees ook zijn titel als markgraaf (een mark was een grensgebied). Godfried werd in 998 opgevolgd door zijn zoon, Herman van Verdun.
Uit het Auctarium Affligemense is bekend dat Ename overging op Hermans schoonzoon, Reinier V van Bergen, maar dat deze het zonder keizerlijke bekrachtiging afstond aan Boudewijn IV van Vlaanderen. Deze greep de gelegenheid aan om de burcht van Ename, pal aan zijn grens, onbruikbaar te maken, waarschijnlijk in 1033.[2] In 1049 verdreef keizer Hendrik III de nieuwe graaf, Boudewijn V van Vlaanderen. Hij gaf Ename in leen aan Herman van Bergen, zoon van de overleden Reinier. Wel stond Herman het omstreden burchtdomein af aan Boudewijn, die in 1063 de abdij van Ename stichtte op deze strategische plek.
Toen Herman overleed, probeerde Boudewijn beleend te worden door de weduwe van Herman te dwingen tot een huwelijk (1051). Hierdoor verwierf hij het graafschap Bergen, maar Ename werd hem opnieuw ontzegd. Het Chronicon Affligemense doet vermoeden dat het enige tijd onder het bewind van Anno II van Keulen stond.[3] Een nazaat van Herman van Verdun, Herman II van Lotharingen, was op dat moment nog minderjarig. In 1084 nam Herman II deel aan een schenking ten gunste van de abdij Affligem. Hij sneuvelde een jaar nadien, waarna de annalen van de abdij van Maria Laach hem herdachten als "graaf van Brabant". Doordat hij geen kinderen had, moest de keizer ingaan op de aanspraken van Robrecht I de Fries. Zo kwam het gebied omstreeks 1085 definitief bij het graafschap Vlaanderen.
- ↑ Léon Vanderkindere (1902). La formation territoriale des principautés belges au Moyen-Âge volume 1, p. 39-40, 67 en 69.
- ↑ F.J. Van Droogenbroeck (2018). De markenruil Ename–Valenciennes en de investituur van de graaf van Vlaanderen in de mark Ename – in Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Oudenaarde 55, p. 74-75.
- ↑ F.J. Van Droogenbroeck (2004). Het landgraafschap Brabant en zijn paltsgrafelijke voorgeschiedenis – in Anecdota Belgarum Historica 1, p. 26-27.
