Marcel Lejoly

Marcel Lejoly
25 februari 1948
16 augustus 2024
Regio Vlag Duitstalige Gemeenschap Duitstalige Gemeenschap
Land Vlag van België België
Partij SP
Duitstalig Gemeenschapsminister van Jeugd, Voortgezet Onderwijs, Cultureel Erfgoed en Media
Aangetreden 30 januari 1984
Einde termijn 11 november 1986
Regering Fagnoul
Voorganger Geen
Opvolger Bruno Fagnoul (als minister van Media)
Mathieu Grosch (als minister van Jeugd)
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Marcel Lejoly (Raeren, 25 februari 1948 - Eupen, 16 augustus 2024) was een Belgisch Duitstalig politicus voor de SP.

Levensloop

Lejoly studeerde in 1970 af als licentiaat in de geschiedenis en geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs aan de Universiteit Luik. Van 1970 tot 1988 werkte hij als leraar geschiedenis aan het Koninklijk Atheneum van Eupen en was hij tevens docent politieke instituties aan het Instituut voor Hoger Pedagogisch Onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap in dezelfde stad. Tussen 1977 en 1983 en van 1987 tot 1988 werd hij als opdrachthouder gedetacheerd naar verschillende federale en gewestelijke ministeriële kabinetten.

Hij startte een politieke loopbaan voor de Duitstalige socialistische partij SP en was er van 1978 tot 1982 voorzitter van. Van december 1981 tot februari 1989 zetelde Lejoly voor de SP in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, waar hij van 1981 tot 1984 ondervoorzitter en van 1986 tot 1989 secretaris was. Van januari 1984 tot november 1986 was hij minister in de eerste Duitstalige Gemeenschapsregering, bevoegd voor Jeugd, Voortgezet Onderwijs, Cultureel Erfgoed en Media. Op lokaal politiek niveau was Lejoly dan weer van 1983 tot 1988 gemeenteraadslid van Raeren.

In februari 1989 verliet Lejoly de actieve politiek vanwege zijn benoeming tot adjunct-arrondissementscommissaris voor de kantons Eupen-Malmedy-Sankt Vith en leidinggevende van de Centrale dienst voor Duitse vertaling van het ministerie en daarna de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken in Malmedy. Hij bleef dit tot in februari 2008, toen hij bij het bereiken van zijn 60ste verjaardag op pensioen werd gesteld.[1]