Lode Claes
| Lode Claes | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Ludovicus Frederik Philomena Claes | |||
| Geboortedatum | 17 juni 1913 | |||
| Geboorteplaats | Borgerhout | |||
| Overlijdensdatum | 16 februari 1997 | |||
| Overlijdensplaats | Cadzand | |||
| Regio | ||||
| Land | ||||
| Functie | Politicus Journalist | |||
| Partij | ? - 1944 VNV ? - 1977 Volksunie 1977 - 1979 VVP | |||
| Functies | ||||
| 1942 - 1944 | Schepen Brussel | |||
| 1958 - 1964 | Secretaris-generaal ERV | |||
| 1964 - 1982 | Beheerder BBL | |||
| 1968 - 1978 | Senator | |||
| 1971 | Lid Brusselse agglomeratieraad | |||
| 1972 - 1978 | Schepen Brusselse agglomeratie[1] | |||
| 1976 - 1982 | Gemeenteraadslid Elsene | |||
| 1977 - 1979 | Partijvoorzitter VVP | |||
| ||||
Ludovicus Frederik Philomena (Lode) Claes (Borgerhout, 17 juni 1913 – Cadzand, 16 februari 1997) was een Belgisch journalist en politicus.
Biografie
Na middelbare school aan het Koninklijk Atheneum Antwerpen studeerde Claes politieke en sociale wetenschappen en rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Tijdens zijn studies interesseerde hij zich voor het Vlaams-nationalisme en had heel wat belangstelling voor de Conservatieve Revolutie van onder meer Carl Schmitt en Victor Leemans. Hij was betrokken bij de zgn. Politieke Academie en leunde korte tijd aan bij het Verbond van Dietsche Nationaalsolidaristen (Verdinaso). Na enkele gesprekken met Joris van Severen werd hij lid de groepering in 1931-32 en opnieuw in 1936, maar nam er afstand van op aanraden van priester Odiel Spruytte.
In september 1936 begon hij aan de balie in Antwerpen als stagiair bij meester René Victor. Daarna startte hij een eigen kantoor met advocaat Boeynaems. In 1937 werd hij medewerker bij een door eerste minister Paul van Zeeland opgerichte Studiecentrum tot hervorming van de Staat en kreeg de opdracht een studie te maken over de Vlaamse politieke stromingen. In opdracht van René Victor ging hij in 1939 enkele maanden opzoekingen doen in München over de grote ruimte in de geopolitiek en in het staatsrecht met de bedoeling hierover te publiceren in het Rechtskundig Weekblad.
Omwille van een oorletsel werd hij bij zijn terugkeer in België niet opgeroepen voor het leger, maar moest in mei 1940 naar Ieper fietsen om er zich ten dienste te stellen van het Belgisch leger. Na wat avontuurlijk rondrijden was hij einde mei weer in Antwerpen. Op vraag van hoofdredacteur Jan Brans hielp Claes als redacteur mee aan het heropstarten van het dagblad Volk en Staat. Toen de eigenaars van de krant weer in Antwerpen terug waren, werd hij half augustus afgedankt.
Collaborateur
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij dankzij zijn vriend Piet Meuwissen ambtenaar bij de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie en werd er verantwoordelijk voor de organisatie van de visdistributie. Naar aanleiding van zijn huwelijk verhuisde hij in februari 1941 naar Vorst bij Brussel.
Tot november 1941 was hij ook directeur-generaal van de Studie- en Voorlichtingsdienst op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarna werd hij adjunct-commissaris voor de Grote Agglomeraties, onder de commissaris-generaal Hendrik Borginon.
Bij de oprichting van Groot-Brussel in de loop van 1942 werd hij als partijloze voorgedragen door het Vlaamsch Nationaal Verbond onder het burgemeesterschap van Jan Grauls. Na eerst wat rechtszaken te hebben behandeld, werd hij schepen van de burgerlijke stand.[2]
Journalist
In september 1944 dook Claes onder in Antwerpen, maar werd begin december ontdekt en ingerekend. Wegens zijn collaboratie werd hij veroordeeld tot 15 jaar waarvan hij er bijna vijf uitzat in de gevangenis van Sint-Gillis en daarna in het Klein Kasteeltje. Daar heerste een lossere discipline en kreeg hij bezoek van de jezuïeten Karel Van Isacker en Hubert Drijvers, die hem aanboden om voor De Vlaamse Linie te werken. Nadat hij in september 1949 vrijkwam werd hij er in 1950 voltijds redacteur. Hij schreef onder het pseudoniem Georges Frederickx en werkte er samen met o.m. Karel Vertommen, Albe, Jerome Verhaeghe en ook Anthony Mertens, redacteur van de Nederlandse Linie.
In 1952, nadat hij zijn burgerrechten had teruggekregen, stapte hij over naar de Antwerpse redactie van De Standaard. Einde 1955 richtte hij een eigen weekblad op onder de naam Vandaag, waarvan slechts twee nummers verschenen. In 1956-57 vervulde hij allerhande kleine jobs en werd secretaris van het Instituut voor Industriële Vormgeving. In 1958 werd hij secretaris-generaal van de Economische Raad voor Vlaanderen, wat hij bleef tot in 1964. In die jaren was hij ook actief als secretaris-generaal van de Vereniging voor Economie, wat hij was van 1962 tot 1964, en lid van het Bureau van het Belgisch Instituut voor de Wetenschap der Politiek, een functie die hij uitoefende vanaf 1963.
In 1964 maakte hij kennis met baron Leon Lambert, die hem uitnodigde voor een gesprek waarop ook oud-minister Camille Gutt aanwezig was. Ze boden hem een bestuursfunctie aan binnen de Groupe Lambert. In maart 1965 werd Claes afgevaardigd bestuurder van de Bank Lambert (in 1975 gefuseerd tot Bank Brussel Lambert en later tot ING) en bleef actief binnen de bankgroep tot aan zijn pensioen in 1982.
Politicus
In 1965 werd Claes op verzoek van Frans Van der Elst lid van de Volksunie en werd voor deze partij lid van de Brusselse Agglomeratieraad en de Gewestelijke Economische Raad voor Brabant. In 1968 werd hij voor het arrondissement Brussel verkozen in de Senaat waar hij zich vanuit een uitgesproken neoliberale visie voornamelijk bezighield met financiële en economische vraagstukken.[3] Door het toenmalige dubbelmandaat zetelde hij ook in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap (de verre voorloper van het Vlaams Parlement) vanaf haar instelling op 7 december 1971 tot december 1978.
Van 1969 tot 1971 werd hij lid van het partijbestuur en stelde zich in 1975 kandidaat voor het voorzitterschap. Ondanks de steun van Vander Elst en Wim Jorissen haalde hij het niet van de meer 'linkse' Hugo Schiltz. In 1976 werd hij in Elsene verkozen tot enig Vlaams gemeenteraadslid en oefende dit mandaat uit tot 1982.[4]
Wegens onvrede met het Egmontpact en door zijn persoonlijke tegenstellingen met Schiltz verliet hij in 1977 de Volksunie en stichtte op 19 november in Dilbeek de Vlaamse Volkspartij (VVP) samen met de Antwerpse zakenman Luc Pauwels en Roeland Raes. In 1978 kwam er een kieskartel met de Vlaams Nationale Partij (VNP) van andere Volksuniedissidenten Karel Dillen en Leo Wouters dat bij de vervroegde parlementsverkiezingen van 17 december onder de naam Vlaams Blok 75.635 stemmen behaalde. Dillen werd verkozen vanuit Antwerpen, maar Claes niet waarna zijn VVP leegliep en de nationalistische fractie van Raes overstapte naar de VNP die zich herdoopte tot Vlaams Blok. Op 10 juli 1979 nam de VVP onder de opvallende slagzin 'Vlaanderen kent geen grenzen' zonder succes deel aan de verkiezingen voor het Europees Parlement waarna die partij in de herfst werd ontbonden.[5][6]
Claes stopte met partijpolitiek, maar bleef zijn ideeën kenbaar maken. Hij beoogde geen institutionele veranderingen, maar wilde de Vlaamse demografische meerderheid aanwenden door het voeren van een sterke politiek om zo de Belgische staat over te nemen. Hij hekelde meermaals de Vlaamse nederlaagpartijen die geen eensgezind front konden vormen en die door de pariteit van een federale staat haar numeriek overwicht hadden verkwanseld.
Trends & pensioen
In 1980 keerde Claes terug naar de journalistiek, als directeur en vervolgens columnist voor het financieel-economische weekblad Trends (Roularta). Krantenuitgever Willy De Nolf bood hem een uitstekende basis om ook na zijn pensionering in 1982 aan politieke netwerking te blijven doen.
Claes organiseerde een eigen denktank, waarin o.a. de naam van Herman Van Rompuy opvalt. Begin jaren negentig lag hij - met zijn zogenaamde Eén Oktobergroep - mee aan de basis van de verruiming van de Vlaamse Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) naar de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD). Onder meer Edwin Truyens, Paul Belien, prof. Raoul Bauer, prof. Boudewijn Bouckaert, prof. Chris Van Sumeren, Jaak Gabriëls, Gerolf Annemans en Guy Verhofstadt waren lid van deze denktank die van de VLD een partij van conservatieve christendemocraten, Vlaams-nationalisten en liberalen wilde maken. Claes zelf werd uiteindelijk géén lid van de VLD, die wel verruimde maar niet in de mate die hij had vooropgesteld.[7]
Daarnaast nam Claes ook de leiding van een meer losse groep geïnteresseerden, waarvan de spillen twee kaderleden waren van Electrabel, Felix Michielsen (oud-kabinetsmedewerker van Leo Tindemans) en Jozef Godefroid. Een vijftigtal deelnemers waren telkens aanwezig op spreekbeurten over actuele thema's. Behalve de hierboven genoemden van de Eén Oktobergroep, zag men daar onder meer Jean-Pierre De Bandt, Pieter Huys, Stefaan De Clerck, Fernand Keuleneer, Pieter Demeyere (VKW), graaf Evrard de Limburg Stirum, graaf Charles d'Ursel enz.
Kort voor hij in 1997 op 83-jarige leeftijd overleed, werkte hij volop aan Tweedracht en macht, een vervolg op zijn vorige boeken.
Privé
Claes trouwde begin 1941 met een nicht van de Franstalige schrijfster Marie Gevers. Het huwelijk liep na korte tijd op de klippen en hij bleef vele jaren vrijgezel. Hij hertrouwde in de jaren tachtig met de romaniste Agnès Caers (°1939).
Naast een appartement in Elsene, woonde Claes vanaf zijn tweede huwelijk meestal in een bescheiden woning in het Nederlandse Cadzand.
Publicaties
- De Vlaamse Beweging en de hervorming van de staat - Le mouvement flamand et la réforme de l'état, in: De hervorming van den staat, (1937) en in: Luc Pauwels (ed), Vlaamse Macht, in herinnering aan Lode Claes, Wijnegem, 1998.
- Dossier van de regering in Londen 1940-1944, in: De Linie, 1955.
- Economisch regionalisme en culturele autonomie in België, in: Streven, 1960.
- Het verdrongen verleden, Davidsfonds, Leuven, 1963.
- Het misverstand der tweetaligheid, in: De Maand, 1963.
- Van federaliseringsproces naar federatie, in: Streven, 1968.
- Federalisme met twee! Brussel nooit op de wip in: De Post, 1968.
- Wat en waar is "rechts" in België? (1956).
- Beginselverklaring van de Vlaamse Volkspartij (1977).
De kern van zijn ideeën schreef hij neer in zijn column 'Debat' in Trends en in de boeken
- De afwezige meerderheid, Davidsfonds, Leuven, 1985.
- De afwendbare nederlaag, Davidsfonds, Leuven, 1986.
Literatuur
- E. de V., Lode Claes:Volksunie-senator en beheerder Bank Lambert, in: 't Pallieterke, 24 oktober 1972.
- Manu RUYS, Lode Claes, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998.
- Luc PAUWELS (ed.), Vlaamse Macht, In herinnering aan Lode Claes, Delta Stichting, Wijnegem, 1998.
- Luc Pauwels, Vlaamse macht.
- Pieter Jan VERSTRAETE, "Ik ben altijd een alleenloper geweest". Gesprekken met Lode Claes
- Kristof VAN DE VIJVER, Lode Claes en de Vlaamse Volkspartij, masterproef geschiedenis (onuitgegeven), Universiteit Gent, 2012.
Externe link
- ↑ Fiche Lode Claes; Odis, databank intermediaire structuren
- ↑ Oorlogsburgemeesters 40/44 - Lokaal bestuur en collaboratie in België; Nico Wouters; Lannoo; Tielt, 2004; ISBN 90 209 5758 9
- ↑ Biografie Lode Claes in de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.
- ↑ Wouter Bracquené, Gemeente Elsene : belevenissen ten huize Malibran. DeWereldMorgen.be (17 januari 2018). Gearchiveerd op 1 december 2022.
- ↑ Lode Claes en de Vlaamse Volkspartij; Euro-synergies; 24 december 2012. Gearchiveerd op 5 april 2023.
- ↑ Lode Claes en de Vlaamse Volkspartij; Kristof Van De Vijver; Universiteit Gent; 2012. Gearchiveerd op 3 februari 2021.
- ↑ Manu RUYS, Lode Claes, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998.