Verhaal
Oma bezoekt Roodkapje en heeft een cadeautje bij voor haar kleindochter dat ze zelf heeft gemaakt: een prachtige kap. Roodkapje is in de woken en laat haar vreugde duidelijk merken. Oma keert terug naar huis, naar haar eenzame hut in het bos. Op een mooie herfstmiddag wordt Roodkapje door haar moeder eropuit gestuurd om wat lekkers naar oma te brengen, maar ze wordt moe en gaat onder een boom zitten om uit te rusten. Ze valt in slaap en droomt het bekende verhaal: hoe een wolf, vermomd als een vriendelijke hond, haar vroeg waar ze heen ging. Ze vertelde het hem, en de sluwe wolf snelde via een kortere route naar oma's hut. Daar aangekomen stilde hij zijn honger aan het oude lichaam van de arme oma en zette haar nachtmuts op, waarna hij haar plaats in bed innam. Roodkapje verschijnt en komt de slaapkamer binnen, waar ze trots het lekkers laat zien. De wolf springt op haar af en ze gilt. Haar vader, de houthakker, en zijn trouwe mannen snellen toe, doden de wolf en redden haar. Roodkapje wordt plotseling wakker door haar eigen gegil en kan de betovering van die vreselijke droom niet verbreken. Dus gaat ze schuchter naar het huisje, gluurt voorzichtig door het raam en ziet dat oma levend en wel is.[3]
Externe links
Bronnen, noten en/of referenties