Liggende ganzerik
| Liggende ganzerik | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Potentilla supina L. (1753) | ||||||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Liggende ganzerik op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Liggende ganzerik (Potentilla supina) is een plantensoort uit de rozenfamilie (Rosaceae).
Determinatie
Liggende ganzerik is een een- of meerjarige, kruidachtige plant. Ze bereikt een hoogte van 5–45 cm en heeft liggende of opstijgende, niet op de knopen wortelende, afstaand behaarde, vertakte stengels. De geveerde bladeren hebben drie tot zeven paar, 1–3 cm lange, lijnvormige tot omgekeerd eironde blaadjes met een grof gezaagde tot veervormige rand. Het topblaadje is vaak diep gespleten. De onderste twee blaadjes zijn niet op dezelfde hoogte aangehecht als de bovenste. De boven- en onderkant van de blaadjes hebben een groene kleur.
De plant bloeit met 6–10 mm brede, lichtgele bloemen van juni tot in september. De bloemsteel is 5–20 mm lang en is na de bloei naar beneden gebogen. De kroonbladeren zijn veel korter dan de 3–4 mm lange, driehoekige kelkbladeren. Tussen de kelkslippen zitten kleinere bijkelkslippen. Het schutblad lijkt sterk op een gewoon blad en bedekken de jonge bloeiwijze. De bloemen zitten in de bladoksels of in bebladerde bijschermen aan de top van de stengel.
De vrucht is botanisch gezien een schijnvrucht met daarop de dopvruchtjes (pitjes).
Ecologie
Liggende ganzerik is een soort met een pionierkarakter. Ze groeit vooral op open, natte, eutrofe, in de zomer droogvallende grond aan rivieroevers en omgewerkte grond.
Syntaxonomie

In de syntaxonomie staat liggende ganzerik te boek als kensoort voor de tandzaad-klasse.
Verspreiding
Het natuurlijke verspreidingsgebied van liggende ganzerik strekt zich uit over de gematigde en warmere gebieden van Eurazië, van het westen van Frankrijk tot aan het zuidelijke Oost-Europa en van Zuid-Siberië tot China en Korea. Meer naar het noorden tot Midden-Scandinavië en meer naar het zuiden tot in Noord-Afrika, Anatolië, Irak, Iran, Armenië en in het Centraal-Aziatische gebergte komt ze spaarzaam voor.
Op de Nederlandse Rode Lijst staat de soort als stabiel of in aantal toegenomen en vrij zeldzaam. In Vlaanderen is ze zeer zeldzaam en in Wallonië is de plant na de jaren 1970 niet meer gevonden.
Fotogalerij
Literatuur
- Haeupler/Muer: Bildatlas der Farn- und Blütenpflanzen Deutschlands, Ulmer Verlag, Stuttgart, 2000, ISBN 3-8001-3364-4
- Adler, Oswald, Fischer: Exkursionsflora von Österreich. Ulmer Verlag, Stuttgart und Wien, 1994, ISBN 3-8001-3461-6
- Binz, Heitz: Schul- und Exkursionsflora für die Schweiz, Schwabe & Co. AG, Basel, 1986, ISBN 3-7965-0832-4
- Oberdorfer: Pflanzensoziologische Exkursionsflora, Ulmer Verlag, Stuttgart, 1990, ISBN 3-8001-3454-3
- Garcke: Illustrierte Flora, 1972, Verlag Paul Parey, ISBN 3-489-68034-0
Externe links
- Liggende ganzerik op Ecopedia
- Liggende ganzerik in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:




