Lazaret

Een lazaret of lazarette is een (verouderde) benaming voor een afzonderings- of quarantainehospitaal, die voornamelijk werd gebruikt bij zeer besmettelijke ziekten zoals lepra, cholera of de pest.[1] De nadruk lag op de isolatie van de zieken, en de verblijven lagen daarom vaak buiten het dorp of de stadsmuren.

Etymologie

Het woord "lazaret" duidt oorspronkelijk op een leprozerie: een buiten de stadsmuren gelegen plaats waar leprapatiënten woonden en konden worden verzorgd. Het woord Lazaret is afgeleid van de naam van de bedelaar Lazarus uit de bijbel, die volgens de Middeleeuwse overlevering lepra zou hebben.[2]

Lazaretten in Nederland in de Tweede Wereldoorlog

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werden in 1940 en 1944-45 door heel Nederland Duitse veldhospitalen opgezet, welke soms ook 'lazaretten' werden genoemd. Meestal op tactische plaatsen in het veld, maar soms werden zelfs hele dorpen in gebruik genomen als noodhospitaal. In Nederland ontstonden marine-lazaretten, zoals in Eindhoven, Heilo en Bergen op Zoom.[3][4]

Een voorbeeld van een dorp dat werd ingericht als lazaret is Arnemuiden. In een 'lazaretdorp' werden gebouwen, zoals kerken, scholen, verenigingsgebouwen en grote huizen gevorderd om ingericht te worden als ziekenzaal, operatiekamer of eerste hulppost. De gewonden werden binnengebracht vanaf het front en behandeld door Duitse legerartsen en ander militair personeel. Ook Nederlandse burgers werden bij de verzorging ingezet en soms behandeld door de Duitsers. Binnen een lazaretdorp waren wapens en wapentransporten verboden.

Zie ook