Laplandschild

Laplandschild
Naoorlogse uitvoering van het Laplandschild.
Naoorlogse uitvoering van het Laplandschild.
Uitgereikt door Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Type Ereteken
Status In onbruik geraakt
Beschrijving Zie ontwerp
Statistieken
Instelling Februari 1945[1][2][3][4][5]
Totaal uitgereikt Nooit uitgereikt
Volgorde
Volgende (hoger) Geen
Gelijkwaardig Krimschild, Narvikschild en Demjanskschild
Volgende (lager) Geen
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

Het Laplandschild (Duits: Ärmelschild Lappland) was een Kampfabzeichen dat in februari 1945 door de generaal der Bergtroepen Franz Böhme[3] van het 20e Bergleger werd ingesteld.

Het schild was voor het Wehrmacht-personeel dat een tweefrontencampagne voerde tegen oprukkende Finse en Rode Leger troepen in Lapland tussen november 1944 en het einde van de oorlog in mei 1945.

Ontwerp

Een eenvoudig schild met een platte bovenkant en een afgeronde basis; het bevat een Duitse adelaar bovenaan, maar zonder hakenkruis. Daar direct onder staat 'LAPPLAND' in hoofdletters, met daaronder een kaart van de regio. In het schild zijn vier kleine gaatjes geponst om het op de linkerbovenmouw van het uniform te kunnen naaien, zonder achterplaat of aangehecht uniformstofdeel.[6]

Het schild was van de onderkant gemeten 75 millimeter lang en 50 millimeter breed.

Instellingsbeschikking

Het instellingsbeschikking voor het Laplandschild werd niet in het Reichsgesetzblatt of Allgemeinen Heeresmitteilungen gepubliceerd.[7]

Het schild 'Lappland' werd nog vóór 1 mei 1945 goedgekeurd door het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) (Hitler). De chef van het Heerespersonalamt, generaal der Infanterie Burgdorf, droeg via een telex de bevoegdheid tot toekenning over aan de bevelhebber van het 20e Bergleger.[5][7]

Kwalificatie voor de toekenning

De kwalificatie voor de toekenning van het Laplandschild waren[4][7]:

  1. voor zes maanden eervol gediend in operatiegebied of
  2. het gewond raken of
  3. ononderbroken verblijf in het operatiegebied

Het schild zou worden uitgereikt door de generaal der Bergtroepen Franz Böhme “in naam van de Führer. Later respectievelijk vanaf bataljonscommandant en hoger (“in naam en opdracht van de opperbevelhebber van het 20e Bergleger, generaal der bergtroepen Böhme”).[7]

Draagwijze

Het Laplandschild werd op de linkerbovenarm gedragen.

Triviaal

Op 1 juli 1945 begon in de Britse krijgsgevangenschap de toekenning van het schild. Er werden toekenningsbewijs (Besitzzeugnis) opgesteld en opgetekend in het Soldbuch (soldijboek). In enkele gevallen werden ook provisorisch vervaardigde schilden uitgereikt.[7][8][9]

Besitzzeugnis opgesteld na 8 mei 1945.

Na de Tweede Wereldoorlog

De geallieerde mogendheden hebben na de bezetting van Duitsland het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen, dus ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918, verboden. Dat verbod is in de DDR altijd van kracht gebleven. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. Het dragen van dit insigne werd net als het dragen van de Orde van Verdienste van de Duitse Adelaar en het Ereteken voor de 9e November 1923, de zogenaamde "Bloedorde", streng verboden. Ook het verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van de onderscheiding werd aan strenge regels gebonden. Een aantal onderscheidingen werd ontdaan van de hakenkruizen en soms van hakenkruis en adelaar. Het Laplandschild mocht niet gedragen worden na 1957.[10][1]

Zie ook