Landhuizen van Curaçao
De landhuizen van Curaçao (Papiaments: lánthùis of ook wel kas di shon (het huis van de heer) of kas grandi (het grote huis)), waren de hoofdgebouwen van de plantages van het eiland. Ze dateren van de 17e tot en met de 19e eeuw en waren -op enkele uitzonderingen na- geïnspireerd op de Hollandse boerderijen. De huizen worden in Nederland ook wel plantagehuis genoemd, maar deze term wordt op Curaçao nauwelijks gebruikt. Naast de hoofdhuizen op de plantages worden ook de hoofdgebouwen van de (voormalige) tuinen en buitenplaatsen landhuizen genoemd. Door hun unieke koloniale architectuur en de verbondenheid met de geschiedenis vormen de landhuizen een belangrijk cultureel erfgoed van het eiland.
Plantages
Na de verovering van Curaçao door de Nederlandse WIC in 1634, gaf de WIC opdracht tot de aanleg van de plantages voor de verzorging van haar schepen. Al vrij snel gingen deze plantages over in particuliere handen. Om zichzelf en zijn familie te kunnen huisvesten bouwde de eigenaar (de shon) een huis in Nederlandse stijl, dat werd aangepast aan de omstandigheden op Curaçao.
Op de plantages werd landbouw en veeteelt bedreven. Het klimaat was niet erg gunstig maar er werd suikerriet, pinda’s, maïs, kokosnoten, koffie en verschillende soorten fruit verbouwd. Ook waren er plantages gevestigd bij de verschillende zoutpannen waar zout werd gewonnen.[noot 1]
Het werk op de plantages werd door slaven gedaan. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 kwamen de plantages dan ook in de problemen, wat tot het verval van de landhuizen leidde. Ooit stonden er zo’n 160 landhuizen verspreid over Curaçao waarvan er nog 78 intact zijn. Een groot aantal is opgeknapt en heeft een nieuwe bestemmingen gekregen, als woning, restaurant, likeurbrouwerij of hotel.
Situering en bouwwijze

Veel plantagehuizen werden op hoger gelegen terrein gebouwd. Dit had een aantal voordelen. Zo kon de shon zijn plantage goed overzien. Ook kon de passaatwind door het huis waaien en zo optimaal voor verkoeling zorgen. Een ander belangrijk aspect was dat dat door de ligging op een heuvel communicatie met andere plantagehuizen mogelijk was. De shon bleef zo op de hoogte van de aankomst en het vertrek van schepen en uiteraard van alle familieomstandigheden van zijn buren. In geval van gevaar, bijvoorbeeld bij een opstand, was het hoger gelegen huis beter te verdedigen en kon hulp van andere plantages worden gevraagd door een brandende fakkel te tonen. Deze werd vaak hoog door een gat in de muur (het oog genaamd) gestoken. Enkele huizen hebben een hoog omliggend terras met torens op de hoeken.
De landhuizen werden bijna allemaal in de Hollandse boerderijstijl gebouwd, soms met classicistische elementen. Door een hoog zadeldak kon het schaarse regenwater worden opgevangen. Als bouwmateriaal werd versteend koraal gebruikt. Oorspronkelijk waren de huizen wit maar na een wet uit 1817 moesten de huizen een andere kleur krijgen. Dat was bijna altijd de kleur geel. Om de vliegen in de war te brengen werden de keukens van binnen rood geverfd met witte stippen.
Op het terrein waren Kunukuhuisjes te vinden waarin de slaven werden ondergebracht. De opslagplaatsen op het terrein worden magasinas genoemd.
Bouwstijl
De bouwstijl van een landhuis geeft vaak aan in welke periode het is gebouwd. Op Curaçao zijn vier belangrijke stijlperioden te onderscheiden:[1]
- Curaçaose Hollandse stijl (17e eeuw - midden 18e eeuw). De oudste landhuizen zijn gebouwd in de Curaçaose Hollandse stijl. Deze bouwstijl wordt gekenmerkt door een eenvoudige tuitgevel, die wordt afgedekt door een liggende rechthoek met daarbovenop een klein fronton. De stijl is gebaseerd op de 17e-eeuwse architectuur in Nederland en bleef in gebruik tot het midden van de 18e eeuw.
- Curaçaose barok (midden 18e eeuw - begin 19e eeuw). In de loop van de 18e eeuw ontstond de Curaçaose barok. Deze bouwstijl onderscheidt zich door de variatie in gevellijnen en het gebruik van krulelementen ter versiering van topgevels (zogeheten voluutgevels). In deze periode werd ook de bogengalerij veel toegepast.
- Neo-Curaçaose Hollandse stijl (eerste helft 19e eeuw). Vanaf de 19e eeuw werd de uitbundigheid van de Curaçaose barok opgevolgd door de meer sobere, neo-Curaçaose Hollandse stijl. Deze kenmerkt zich door eenvoudige tuitgevels, vaak voorzien van een ventilatieopening die al dan niet met decoratief pleisterwerk werd afgewerkt.
- Neoclassicisme (tweede helft 19e eeuw - begin 20e eeuw). In de tweede helft van de 19e eeuw kwam, in navolging van trends in Europa en Noord-Amerika, de neoclassicistische architectuur in de mode. Deze bouwstijl is geïnspireerd op de bouwkunst van de oude Grieken en Romeinen en wordt gekenmerkt door symmetrische voorgevels en het gebruik van lijstgevels, brede frontons en massieve zuilen.
De verschillende stijlperiodes zijn zichtbaar bij zowel de hoofdhuizen van de voormalige plantages als bij de tuinen en buitenverblijven.
Bekende landhuizen

Bekende landhuizen zijn:
- Landhuis Ascencion (Shienshoen), dat reeds in 1672 werd gebouwd.
- Landhuis Bloemhof (Nooit gedacht), gebouwd in Mediterrane stijl, was een waterplantage.
- Landhuis Brakkeput Mei Mei, nu een restaurant.
- Landhuis Brievengat, uit de 18e eeuw, is het grootste landhuis van het eiland en heeft aan de voorkant twee torens.
- Landhuis Chobolobo, een landhuis met een classicistische gevel. Dit huis stond oorspronkelijk in een zoutpan. Tegenwoordig wordt hier de beroemde Curaçaolikeur gestookt.
- Landhuis Daniel, oorspronkelijk een herberg.
- Landhuis Dokterstuin, gebouwd eind 17e eeuw, met een Creools restaurant.
- Landhuis Groot Davelaar wijkt in stijl af van de rest en is gebouwd in renaissancestijl.
- Landhuis Groot Santa Martha, 17e eeuw, zoutplantage, later suikerfabriek
- Landhuis Habaai, achtereenvolgens plantagewoning, kostschool/weeshuis en cultureel centrum.
- Landhuis Hato, waar de Curaçaose slavenopstand van 1750 plaatsvond. Het landhuis was tot 1792 in bezit van de West-Indische Compagnie en is in gebruik geweest als buitenverblijf van de directeur van de Compagnie, Isaac Faesch.
- Landhuis Jan Kock, nu de kunstgalerie van de lokale kunstenares Nena Sanchez.
- Landhuis Kenepa (of Knip), waar de Curaçaose slavenopstand van 1795 begon onder leiding van Tula. In het gebouw is sinds 2007 het Tula Museum gevestigd.
- Landhuis Ronde Klip, waar in 1979 de film Firepower werd opgenomen (in particulier bezit, niet vrij toegankelijk).
- Landhuis Rooi Catootje, een van de mooiste landhuizen van Curaçao, met Mongui Maduro Museum
- Landhuis San Juan, de enige van de vier oudste plantages die nog in particulier bezit is.
- Landhuis Santa Barbara, in particulier bezit, niet vrij toegankelijk
- Landhuis Savonet bij de ingang van het Christoffelpark, met het Savonet Museum.
- Landhuis Zeelandia, oorspronkelijk een zoutplantage
- Landhuis Zuikertuintje, nu een kantoorpand met erachter een winkelcentrum.
Een aantal landhuizen is inmiddels een ruïne geworden:
- Landhuis Choloma, ten zuidwesten van de Sint Jorisbaai.
- Landhuis Fuik, gelegen in de niet toegankelijke Oostpunt, het oostelijk deel van Curaçao.
- Landhuis Koraal Tabak, ten noorden van de Sint Jorisbaai.
- Landhuis Santa Catharina, in het noord-oosten.
- Landhuis Zevenbergen, in het Christoffelpark.
- Landhuis Zorgendal, ten zuidwesten van Hato Airport.
- Landhuis Zorgvliet, in het Christoffelpark, het meest bezochte landhuis van Curaçao.
Afbeeldingen
- Landhuis Ascension
Landhuis Brievengat
Landhuis Chobolobo
Landhuis Dokterstuin
Landhuis Groot Davelaar
Landhuis Habaai
Landhuis Hato
Landhuis Jan Kok
Landhuis Kenepa
Landhuis San Juan
Landhuis Savonet
Landhuis Zeelandia
Zie ook
Externe links
- Architectuur op Curaçao
- Landhuis Daniel, nu in gebruik als hotel
- Monumentenzorg op Curacao
- Landhuizen van Curaçao
Bronnen
- (mul) Jeannette van Ditzhuijzen, Michael A. Newton, François van der Hoeven, Carel de Haseth (2019). Landhuizen van Curaçao - juwelen uit het verleden. LM Publishers, Edam. ISBN 9789460225116.
Noten
- ↑ Meer over de vroege plantages op Curaçao is te vinden in: T.van der Lee (1989), Plantages op Curaçao en hun eigenaren (1708-1845). Namen en data voornamelijk ontleend aan transportakten. Uitg. Granaria, Leiden.
Referenties
- ↑ Dolf Huijgers, Lucky Ezechiëls (1991). Landhuizen van Curaçao en Bonaire. Persimmons Management B.V., Amsterdam. ISBN 098008381x.