Koetshuis op landgoed Bornia
| Koetshuis op landgoed Bornia | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
2025 | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Hoofdstraat 15 | |||
| Land | Nederland | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Start bouw | 1896 | |||
| Gereed | 1909 | |||
| Huidig gebruik | Koetshuis, paardenstal, woning, garage | |||
| Architectuur | ||||
| Stijlperiode | Utilitaire architectuur, laat 19e / vroeg 20e eeuw | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Gebroeders Fukkink (1909) | |||
| Opdrachtgever(s) | H.E.J.F. du Marchie van Voorthuysen (1896); baron Thurkow (1909) | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | Gemeentelijk monument | |||
| Monumentnummer | 123K dbr 123K | |||
| ||||
Het koetshuis op landgoed Bornia is een gemeentelijk monument in de Nederlandse plaats Driebergen-Rijsenburg.[1]
Het koetshuis achter het huis Bornia aan de Hoofdstraat is een witgepleisterd, historisch bijgebouw dat in meerdere fasen tot stand kwam. Het complex omvat een oorspronkelijke paardenstal uit 1896, een woonhuis en garage uit 1909, en diverse latere toevoegingen. Het geheel vormt een karakteristiek voorbeeld van laat‑19e‑ en vroeg‑20e‑eeuwse utilitaire architectuur in de regio.
Bouwgeschiedenis
Paardenstal (1896)
Het oudste deel van het koetshuis is de paardenstal, gebouwd in 1896 in opdracht van H.E.J.F. du Marchie van Voorthuysen. In de gevel is de eerste steen opgenomen met de tekst: Deze steen is gelegd door H.E.J.F. du Marchie van Voorthuysen 8 april 1896. In de stal zijn de oorspronkelijke ligboxen nog aanwezig, wat het historische karakter van het interieur versterkt.
Woning en garage (1909)
In 1909 liet baron Thurkow door de gebroeders Fukkink een woonhuis boven de stal bouwen, evenals een aangrenzende garage. De toegang tot de woning bevindt zich in de linkerzijgevel. Deze uitbreiding gaf het koetshuis een meer representatieve uitstraling en maakte het geschikt voor gecombineerd gebruik.
Beschrijving
Het koetshuis bestaat uit twee bouwlagen onder een gedrukt zadeldak, geplaatst tussen tuitgevels. Aan de achterzijde sluit een lagere aanbouw met zadeldak aan, terwijl aan de rechterzijde een uitbreiding met plat dak is toegevoegd. Aan de voorzijde bevindt zich een brede overkapping met plat dak, gedragen door consoles en voorzien van een geprofileerde daklijst.
Op de begane grond bevinden zich twee getoogde staldeuren met roeden bovenlicht. Op de verdieping liggen binnen een verdiept gevelveld twee gekoppelde vensters met luiken, bekroond door keperboogvelden. Tussen deze vensters zijn een paardenhoofd en een wapenschild aangebracht, voorzien van het wapen van de familie De Beaufort en het jaartal 1931. In de achtergevel van de aanbouw met zadeldak bevinden zich twee getoogde vensters aan weerszijden van een deur met bovenlicht en smeedijzeren hekwerk. In de muur zijn ijzeren ringen bevestigd, vermoedelijk voor het vastzetten van paarden of rijtuigen.
Aan zowel de voor- als de achterzijde zijn tegeltableaus aangebracht met voorstellingen van paarden en het jaartal 1980. Deze tableaus zijn uitgevoerd in afwisselend rode en blauwe tinten en vormen een opvallend decoratief accent.
Waardering
Het koetshuis is van cultuurhistorische waarde vanwege:
- de goed herkenbare bouwfasen uit 1896 en 1909;
- de gaafheid van diverse oorspronkelijke onderdelen, zoals de ligboxen;
- de karakteristieke vormgeving met tuitgevels, getoogde openingen en decoratieve elementen;
- de relatie met lokale families en opdrachtgevers uit de late 19e en vroege 20e eeuw.
Zie ook
