Knoldistel
| Knoldistel | ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||
| Cirsium tuberosum (L.) All. (1785) | ||||||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||||||
| Knoldistel op | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
Knoldistel (Cirsium tuberosum) is een plantensoort uit de composietenfamilie (Asteraceae).
Determinatie
Knoldistel is een overblijvende, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 50–100 cm. Ze vorm een korte wortelstok en spoelvormig verdikte wortels. De plant vormt een bladrozet. De stengel is behaard. De van boven lichtgroene, breed ellipotische, 12–20 cm lange en 4–6 cm brede, veerdelige bladeren hebben aan de bovenkant haren. De onderkant van de bladeren is bleekgroen met een grijsviltige, spinnenwebachtig beharing. De driepuntige slippen zijn stekelig of gelobd. Knoldistel bloeit vanaf mei tot in augustus met donkerpaarsrode, soms lichtrode of witte, 2–3,5 cm grote hoofdjes met 11 mm lange buisbloemen. De lobben van de buisbloemen zijn 6 mm lang. De opgericht staande omwindselbladen zijn onderaan spinnenwebachtig behaard. De onderste omwindselbladen zijn 2 mm breed en 4 mm lang; de bovenste zijn tot 15 mm lang en hebben een paarse top.
- /x K , [C (5), A (5)], G 2, nootje
De vrucht is een 3-4 mm lang nootje met vruchtpluis. Het aantal chromosomen is 2n = 34[1]
Ecologie
Knoldistel komt voor op vochtige tot natte, kalkhoudende grond in grasland en struwelen.
Verspreiding
Het natuurlijke verspreidingsgebied van knoldistel strekt zich uit over West-, Zuid- en Centraal-Europa.
Fotogalerij
- Plant
Wortels
Bladeren
Stengel
Buisbloemen
Vrucht
Externe links
- Beschrijving en foto's op Wilde planten
- (fr) Cirsium tuberosum Tele Botanica
- The Plant List met synoniemen
- Foto's van wortels
- ↑ Erich Oberdorfer: Pflanzensoziologische Exkursionsflora. Unter Mitarbeit von Theo Müller. 6., überarbeitete und ergänzte Auflage. Eugen Ulmer, Stuttgart (Hohenheim) 1990, ISBN 3-8001-3454-3.
.jpg)