Kleurcontrast
Kleurcontrast is een term uit de beeldende kunst die aangeeft dat kleuren elkaar kunnen versterken of verzwakken door de invloed die zij bij waarneming op elkaar lijken te hebben.
Er zijn verschillende vormen van kleurcontrast.
Een van de meest gebruikte kleurtheorieën is de theorie van Johannes Itten. Hij onderscheidde zeven kleurcontrasten.
Kleur tegen kleur contrast
Het eenvoudigste kleurcontrast ontstaat door de enkelvoudige kleuren met de grootste zuiverheid tegen elkaar aan te zetten. Zoals het grootste licht - donkercontrast ontstaat tussen zwart en wit, ontstaat het grootste kleurcontrast door de primaire kleuren, traditioneel werden die gezien als rood, geel en blauw; in de wetenschappelijke leer als magenta, geel en cyaan.
| |
|
|
rood, geel, blauw
| |
|
|
magenta, geel, cyaan
Licht-donkercontrast
Dit wordt ook wel aangeduid als het "gewone contrast". Het licht-donkercontrast ontstaat tussen twee kleuren, maar ook tussen verschillende nuances (of tonen) van één kleur.
De lichtpaarse kleur in het midden is in beide blokken hetzelfde. In het bovenste blok lijkt het paars door het licht-donkercontrast veel lichter dan in het onderste blok.
Warm-koud contrast
Het warm-koud contrast wordt veroorzaakt doordat sommige kleuren, vooral in de kleurencirkel rond de kleur rood gelegen, een warme indruk maken. Andere kleuren, rondom de kleur blauw, maken een koude indruk. De warmte van een kleur in een schilderij kan door het warm-koud contrast versterkt worden door er een koelere kleur naast te zetten.
In het voorbeeld hieronder geeft de middelste kleur midden in het warme rode vlak een koele indruk. Als dezelfde kleur omringd wordt door een koude blauwe kleur, is de indruk veel warmer.
Doordat een warme kleur door het atmosferisch perspectief bovendien naar voren lijkt te komen, is er ook een verschil in dieptewerking bij de twee hierbovenstaande voorbeelden. In het bovenste figuur wijkt het midden naar achter, in de onderste figuur lijkt het midden naar voren te komen.
Complementair contrast
Het sterkste kleurcontrast bestaat tussen de complementaire kleuren; volgens Itten was dat tussen rood en groen, geel en paars, blauw en oranje.
De gele kleur in het midden van het rood steekt minder fel af dan de groene kleur. Geprobeerd is de toonwaarde (helderheid) van het groen en het geel gelijk te houden, zoals blijkt uit het onderste blokje. Dat het groen sterker afsteekt, komt doordat het de complementaire kleur is van rood.
Nemen we de complementaire kleuren die wetenschappelijk onderzoek heeft gevonden — dan staat magenta tegenover groen en rood tegenover cyaan — zijn volgens dat onderzoek nog sterkere contrasten waarneembaar:
Simultaancontrast
Met het simultaancontrast wordt bedoeld dat als een bepaalde kleur sterk aanwezig is, de complementaire kleur ervan als een nabeeld altijd naar voren komt. In de voorbeelden hieronder heeft het grijs binnen het rode blok een Cyaanblauwe gloed, terwijl het grijs in het paarse blok juist een geelachtige gloed vertoont. Het is van belang bij het bekijken van deze blokken de andere kleuren op deze pagina zo veel mogelijk af te dekken, en lang naar het midden van het grijze vlakken in de blokken te staren.
| |
||
| | ||
| |
| |
||
| |
||
| |
|
Kwaliteitscontrast
Het kwaliteitscontrast is het contrast tussen heldere, verzadigde kleuren, en matte, troebele kleuren. Hieronder een voorbeeld van een blok zuiver magenta in het midden en minder fel, grijsachtig magenta eromheen.
| |
||
| |
||
| |
Kwantiteitscontrast
Het kwantiteitscontrast betekent dat er een sterk en als spannend ervaren contrastverschil kan ontstaan door de kleuren in zeer verschillende hoeveelheden te gebruiken. Bijvoorbeeld door twee kleine vlakjes blauw in een groot oranje veld toe te passen, zoals hieronder.
| |
||||||||
| |
|
|||||||
| | ||||||||
| | ||||||||
| |
||||||||
| | ||||||||
| | ||||||||
| | ||||||||
Zie ook
Dubbelsterren
Astronomen en amateurastronomen, gewapend met telescopen, kennen het verschijnsel van het kleurcontrast bij dubbelsterren waarbij de twee componenten van een dubbelstersysteem nagenoeg witte sterren zijn met elk een lichte neiging naar geel of oranjegeel en naar lichtblauw of lila. Dankzij de samenstand van de twee componenten valt het kleurcontrast beter op. Vroegere beschrijvingen van dubbelsterren met zwakke kleurnuances lieten meermaals overroepen kleurcontrasten zien, zoals in het geval van de dubbelster 95 Herculis (Σ 2264 / Struve 2264) die als appelgroen en kersenrood werd vermeld [1]. De veel zwakkere witte begeleider van de oranje heldere ster Antares (α Scorpii) ziet er eerder groenachtig of blauwachtig uit dan wit [2].
Chesley Bonestell
De Amerikaanse illustrator van ruimtevaartliteratuur Chesley Bonestell (1888-1986) liet in zijn geschilderde afbeeldingen van het oppervlak van de planeet Mars astronauten zien die contrasterende blauwe ruimtepakken droegen. De bedoeling daarvan was dat toekomstige bemande expedities op Mars duidelijk zichtbaar en herkenbaar moesten zijn in het overwegend roestkleurige of oranjebruinkleurige Martiaanse landschap. Chesley Bonestell liet een treffend voorbeeld van kwantiteitscontrast zien.
De hemel kort na zonsopkomst en kort voor zonsondergang
Losse fragmentarische wolken zien er in het oranje licht van de opkomende of ondergaande zon sterk contrasterend uit tegen de achtergrond van de blauwe hemel. Dit is een kortdurend verschijnsel van kwantiteitscontrast dat steeds slechts enkele minuten in beslag neemt.
Groene maan en groene Venus
Het verschijnsel van de opmerkelijk groen uitziende sikkel van de maan, of de groen uitziende heldere planeet Venus, na een vulkaanuitbarsting of vulkaanexplosie, is toe te schrijven aan het kleurcontrast veroorzaakt door hoog zwevende vulkanische assedeeltjes die verlicht worden door de oranjeroodkleurige zon. De onbewolkte hemel kleurt in de richting van de reeds onder gegane zon diep paars tot violet, het zogenaamde hemelpurper [3]. Dit verschijnsel kan zich ook vertonen kort voor zonsopkomst. Ook kunstmatige witte lichtbronnen kunnen er tijdens deze omstandigheden opmerkelijk groenachtig uitzien.
Johann Friedrich Julius Schmidt
De astronoom, maancartograaf, en vulkanoloog J. F. J. Schmidt nam in 1855 de eruptie van de vulkaan Vesuvius waar. Daarbij viel hem op dat de maan en de hemel opvallend groenkleurig waren. Dit was een kleurcontrastverschijnsel teweeggebracht door de roodoranje gloed van de lava. Schmidt beschreef de ongewone kleur van de hemel als flessegroen [4].
Ring van Bishop
Contrails van lijnvliegtuigen en ijle Cirruswolken die onder de brede koperkleurige Ring van Bishop door trekken zien er opmerkelijk lichtblauwkleurig uit. Ook dit is een kleurcontrastverschijnsel.
Stof en zandstormen
Tijdens een stof of zandstorm ziet de omgevingswereld er overdag geelachtig of beigeachtig uit. Kunstmatige witte lichtbronnen hebben een opmerkelijk blauwachtig of lila achtig voorkomen. Dit kleurcontrastverschijnsel doet zich ook voor tijdens het zien van de zogenaamde Blauwe zon, waarbij de onbewolkte hemel beheerst is door hoog zwevende roetdeeltjes afkomstig van bosbranden.
- ↑ Thomas William Webb, Celestial Objects for Common Telescopes, Volume 2: The Stars, page 140.
- ↑ Burnham's Celestial Handbook, an observer's guide to the universe beyond the solar system, Volume 3: Pavo through Vulpecula, page 1664.
- ↑ Kurt Bullrich, Die farbigen dämmerungserscheinungen (Springer).
- ↑ Thomas William Webb, Celestial Objects for Common Telescopes, Volume 2: The Stars, page 99.
