Kleinsporige trechterzwam
| Kleinsporige trechterzwam | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Clitocybe ditopa (Fr.) Gillet (1874) | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| Kleinsporige trechterzwam op | ||||||||||||
| ||||||||||||
De tweekleurige trechterzwam (Clitocybe ditopa) is een schimmel behorend tot het geslacht Clitocybe. Hij leeft saprotroof, tussen naalden, hoofdzakelijk van spar (Picea) en douglas (Pseudotsuga) en bladeren van berk (Betula), eik (Quercus), maar ook els (Alnus) op droge tot vochtige, voedselrijke zandbodem. De vruchtlichamen verschijnen doorgaans van juli tot november.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Hoed
De hoed heeft een diameter van 2–4 cm en is licht ingedeukt. Het oppervlak is witachtig tot zilverig berijpt. De hoed is hygrofaan; bij vochtig weer is hij kleverig en bleek olijfbruin tot roetbruin, terwijl hij bij droogte kaal wordt en vanuit het midden verbleekt. De rand blijft lang ingerold en is gaaf.
- Lamellen
De lamellen lopen af op de steel en zijn smal tot middelbreed, dicht opeenstaand en mat. Hun kleur varieert van grijs tot hazelnootbruin of bruingrijs en wordt met de leeftijd donkerder.
- Steel
De steel is 2–4 cm hoog en 0,4–0,7 cm dik, cilindrisch, aanvankelijk sponsachtig en later hol. Het oppervlak is in het bovenste deel soms schilferig en aan de onderzijde kaal, van dezelfde kleur als de hoed of de lamellen. Aan de basis is de steel witviltig.
- Geur en smaak
Het vlees is dun en heeft een kleur die overeenkomt met die van de hoed. De geur en smaak zijn meelachtig.
Microscopische kenmerken
De basidia zijn 4-sporig en meten 20–25 × 3(5)–6 µm. De sporen zijn bijna bolvormig, (3)3,5–4(4,5) × 3–3,5(4) µm groot, glad en inamyloïde. Cheilocystidia zijn niet aanwezig. De hyfen hebben gespen.
Verspreiding
Clitocybe ditopa komt voor in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, Europa, Azië en Australië, met de meeste waarnemingen in Europa. De verspreiding loopt van Frankrijk tot aan de eilandengroep Spitsbergen in de Noordelijke IJszee.
In Nederland komt hij algemeen voor. Hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.




