Kleine knolvezelkop

Kleine knolvezelkop
Kleine knolvezelkop
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Inocybaceae
Geslacht:Inocybe
Soort
Inocybe assimilata
Britzelm. (1881)
lamellen
Synoniemen

Inocybe umbrina

Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De kleine knolvezelkop (Inocybe assimilata) is een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae. Hij is ectomycorrhiza vormend met loofbomen in bossen, soms ook in wegbermen op (zwak) zuur zand of leem.

Uiterlijk

Hoed

De hoed heeft een diameter tot 4 cm. De vorm is aanvankelijk halfbolvormig, later gewelfd uitgespreid en ten slotte schijfvormig, met een zwak zichtbare umbo. De hoedrand is aanvankelijk omgekruld met zwak waarneembare resten van een velum, later afstaand en over een kleine lengte gebarsten. Het oppervlak is vezelig, alleen aan de top fijn wollig-viltig, van bruin-kastanjebruin tot notenbruin, enkel aan de top donkerbruin.

Lamellen

De lamel zijn dicht opeenstaand, aangehecht, met tussenlamellen. De kleur is aanvankelijk crème, later okerkleurig en uiteindelijk lichtbruin met een olijfgroene tint. De lamelsnede is enigszins witachtig getand.

Steel

De steel is 3–8 cm hoog, 0,3–0,4 cm dik, cilindrisch, aan de basis verdikt tot een kleine, bolvormige knol. Kleur gelijkend op die van de hoed of iets donkerder, enkel de knol is witachtig. Het oppervlak is vezelig.

Geur en smaak

In de hoed witachtig, in de steel de kleur van licht hout. Soms is er in het vlees een glasachtige (hyaliene) laag aanwezig. De geur is aards, enigszins radijsachtig.

Microscopische kenmerken

De sporen zijn onregelmatig van vorm, met zwak zichtbare wratjes, 7–9(–10) × 5–6(–7) µm. De basidia meten 26–32 × 7,5–10 µm. De cheilocystiden en pleurocystiden zijn dunwandig, met of zonder kristalkopje, afmetingen 45–70 × 12–18(–20) µm. De caulocystiden zijn afwezig.

Habitat

Het is een mycorrhizavormende soort. Groeit in loofbossen, soms in parken, vooral onder beuken, sparren en zilversparren. Geeft de voorkeur aan zure, soms zanderige bodems. Vruchtlichamen verschijnen doorgaans van juni tot december.

Verspreiding

De kleine knolvezelkop komt voor in Europa en Noord-Amerika.

In Nederland komt de kleine knolvezelkop vrij algemeen voor.