Kees Schouhamer Immink

Kees Schouhamer Immink
Kees A. Schouhamer Immink
Kees A. Schouhamer Immink
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 18 december 1946
Geboorteplaats Rotterdam
Beroep academisch docent, natuurkundige, uitvinder, ingenieurBewerken op Wikidata
Lid van Institute of Electrical and Electronics Engineers, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, National Academy of EngineeringBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Technische Universiteit EindhovenBewerken op Wikidata
Promotor(s) Johan Pieter Marius Schalkwijk[1]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) Informatietheorie, elektronica
Prijzen en erkenningen IEEE Medal of Honor (2017)
IEEE Edison Medal (1999)
Emmy Award (2003)
Faraday Medal (2015)
Website

Kornelis Antonie (Kees) Schouhamer Immink (Rotterdam, 18 december 1946) is een Nederlands ingenieur en informatietheoreticus. Hij leverde een bijdrage aan de ontwikkeling van de cd, waarvoor hij tal van buitenlandse onderscheidingen ontving.[2] Door zijn werk aan digitale audio, video en datarecorders is hij een van de vormgevers geweest van de digitale audio en videorevolutie.[3] Immink ontwierp onder meer de codering voor de cd, dvd, blu-raydisk, dcc en andere. Zijn onderzoeken leverden hem circa duizend patenten op.

Loopbaan

Immink behaalde in 1974 zijn ingenieursdiploma (elektrotechniek) aan de Technische Universiteit Eindhoven en promoveerde aan dezelfde universiteit in 1984. Van 1967 tot 1998 werkte Immink bij het Philips Natuurkundig Laboratorium in Eindhoven, waar hij in 1994 werd benoemd tot Research Fellow, Philips' hoogste wetenschappelijke onderscheiding. In 1998 startte hij het bedrijf Turing Machines BV.

Bijdrage aan de compact disc

Direct na zijn afstuderen, in 1974, begint Schouhamer Immink bij de Optica-onderzoeksgroep van het Philips (NatLab), waar hij onderzoek verricht aan contactloze spoorvolging van de analoge optische laserdisk.[4][5] De ontwikkeling van een audioplaat gebaseerd op de technologie van de laserdisk, begint in 1974, zowel bij Philips als Sony. In 1978, onthullen beide bedrijven hun verschillende cd-prototypes aan de pers, en ze richten in 1979 een gezamenlijke cd-expertgroep op om een gemeenschappelijke digitale audio standaard te ontwikkelen.[5]

Immink, werkzaam aan de laserdisk, is niet betrokken bij het ontwerp van het Philips cd-prototype. Pas eind 1979, wanneer het werk aan de laserdisk stopt, sluit hij zich aan bij de cd-expertgroep van Philips en Sony. Het team bij Philips, zegt hij, "had iemand nodig om vergelijkende metingen te doen aan de twee prototypes van Sony en Philips, met name hoe gevoelig ze zijn voor krassen en andere imperfecties van de plaat".[5][6][7][8][4] Immink ontwikkelt in enkele maanden tijd de opschrijfcode Eight-to-Fourteen Modulation (EFM). EFM verlengt de speelduur met ruim 25% ten opzichte van de code van het Philips-prototype, zonder problemen te veroorzaken met de spoorvolging. Sony en Philips besluiten EFM op te nemen in de officiële Philips/Sony cd-standaard. Juni 1980 is de cd audio-standaard, het ‘Rode Boekje’, klaar, en wordt de Philips/Sony expertgroep opgeheven. EFM en het door Sony ontwikkelde foutcorrectiesysteem, CIRC, zijn de enige standaard essentiële patenten (SEPs) van de compact disc.[9] Deze patenten zijn decennialang van groot commercieel belang. Ook de data-formaten afgeleid van de audio compact disc, zoals cd-rom, cd-i, cd-r en cd-rw, zijn gebaseerd op het EFM-CIRC duo[10]

In 1981 experimenteren Immink en Braat met wisbare compact disc[11] De op hun baanbrekende experimenten gebaseerde minidisc wordt pas in 1992 door Sony geïntroduceerd. Eight-to-Fourteen Modulation (EFM) wordt opgenomen in Sony’s minidisc-standaard.

In 1983 ontwikkelen Immink, Aarts en Kahlman een methode om het bestaande analoge, PAL en NTSC, videodiscformaat uit te breiden met digitaal geluid.[12] Vier jaar later worden videoplaten, genaamd ‘cd-video’, uitgerust met digitaal audio (het videobeeld is nog steeds analoog), waarbij EFM nu onderdeel wordt van de videodisk standaard.

Magnetische recording

Na zijn promotie in 1985 aan de TU/e rouleert Dr Immink naar de NatLab researchgroep Magnetische recording, waar hij bijdraagt aan zowel digitale video-recording DV[13] als digitale audio-recording DCC.[14] Hij ontwerpt de 8b10b dc-vrije code[15], die een standaard-essentieel onderdeel vormt van de DCC.

DVD en Blu-ray disc

Philips en Sony wilden zo lang mogelijk profiteren van hun cd-rechten. Andere producenten van optische media eisten lagere royalty’s en startten onderzoek naar een systeem met minder patent royalty’s. In de vroege jaren negentig ontwikkelen Toshiba, Time-Warner en nog een tiental, vooral Japanse, bedrijven een prototype van een digitale videoplaat met een capaciteit van 5 gigabyte. Philips en Sony, die hier buiten gehouden werden, ontwikkelden een alternatief videoformaat, de MultiMedia Compact Disc (MMCD) met een capaciteit van slechts 3.6 gigabyte. Immink ontwerpt hiervoor de EFMPlus broncode,[16][17] een efficiëntere opvolger van de in cd's gebruikte EFM-technologie. Er dreigt een formaatoorlog tussen Philips/Sony en Toshiba, en de president van IBM, Louis Gerstner, treedt op als bemiddelaar[18]. Uiteindelijk capituleren Philips en Sony: ze nemen het formaat van Toshiba volledig over, met uitzondering van de broncode. Op advies van de IBM-expertgroep doet Toshiba afstand van hun broncode. Die wordt vervangen door EFMPlus, een broncode die beter geschikt is voor de uiterst nauwkeurige spoorvolging van het dvd-systeem. EFMPlus wordt daarmee de enige bijdrage van Philips en Sony aan de dvd-standaard, die in 1995 wordt aanvaard. Later wordt het dvd-formaat uitgebreid voor toepassingen in hoogwaardige audio, waaronder dvd-audio en de Super Audio Compact Disc (SACD).

Teleurgesteld in de uitkomst van DVD besluiten Philips en Sony nog hetzelfde jaar een nieuw optisch schijfformaat te ontwikkelen, ditmaal gebaseerd op blauwe-lasertechnologie. Het resultaat is de Blu-ray disc, waarvoor Immink cum suis de (17pp) broncode ontwerpen. De Blu-ray disc heeft een capaciteit van 25 gigabyte. Wegens het ontbreken van een geschikte blauwe laser wordt de Blu-ray disc pas acht jaar later, in 2003, op de markt gebracht.[19]

Vertrek bij het NatLab, oprichting Turing Machines BV

Zijn werk wordt in 1994 beloond door de benoeming tot Research Fellow, Philips’ hoogste wetenschappelijk onderscheiding. De veranderende sfeer op het NatLab leidt in 1998 tot een uittocht van prominente research fellows, zoals Joseph Braat, Rudy van de Plassche, Kees Schouhamer Immink, Harm van Rumpt en Dieter Kasperkovitz[20] nemen ontslag. Begin 1999, besluit ook researchdirecteur Kees Bulthuis het NatLab te verlaten, na een conflict met Roel Pieper, destijds verantwoordelijk voor R&D binnen de Raad van Bestuur van Philips.[21] In 2001 wordt het terrein en gebouwen van het NatLab verkocht aan een commerciële partij. In 2023 valt de laatste bijl en wordt het Natlab gesloten.

In augustus 1998 neemt Immink ontslag bij het NatLab na dertig jaar dienstverband. Dat iemand zomaar, zonder andere baan, op zijn 51ste weggaat en zegt: Ik ga, ik ben het zat, dat was volkomen buiten de orde.[5] In een Volkskrant-interview[22] vertelde hij dat de afgelopen jaren de sfeer binnen het lab is veranderd, het is er kil en te weinig wetenschappelijk geworden. Zo'n klimaat past niet bij hem, gewend als hij is aan grote creatieve vrijheid, gecombineerd met werken van negen tot negen. Hij richt samen met een oud-directeur van Philips het bedrijf Turing Machines BV op voor de ontwikkeling van computercodes. Het team is succesvol en weet binnen korte tijd een tiental octrooien te verwerven op het gebied van blu-ray disc codering na een samenwerking met de Koreaanse LG.

Naast zijn vele bijdragen aan de praktijkkant heeft hij ook wiskundige bijdragen geleverd aan de oplossing van Informatie Theoretische problemen met betrekking tot ‘constrained’ codes, die vooral toepassing vinden in opslagsystemen. Deze theoretische grondslag heeft bijgedragen tot begrip en efficiëntieverhoging van digitale opslagsystemen.

Andere professionele activiteiten

Immink was van 1995 tot 2015 deeltijds-hoogleraar bij het Instituut voor Experimentele Wiskunde (IEM) aan de Universiteit van Duisburg-Essen, en gasthoogleraar aan de universiteiten van Princeton en Singapore (NUS). Hij werd verkozen tot lid van geleerde genootschappen, zoals de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Amerikaanse Academie van Wetenschappen (NAE) en de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW). Hij was bestuurslid van talrijke internationale verenigingen zoals de IEEE, Audio Engineering Society (AES), Society of Motion Picture and Television Engineers (SMPTE). Hij was tien jaar lid van het hoofdbestuur van de AES, waarvan president in 2004-2005. Hij is erelid van het Nederlands Elektronica en Radio Genootschap (NERG) en gekozen tot fellow van de IEEE, SMPTE, IET en AES.

Wetenschappelijke bijdragen

Hij heeft vele praktische en theoretische bijdragen geleverd aan data-geheugens, waaronder optisch (cd, dvd en Blu-ray disc), magnetisch (DCC, HDD) en solid-state drive (SSD). Sinds 2017 richt hij zich op DNA-gebaseerde data-opslagsystemen, die een uiterst grote data-capaciteit en levensduur beloven. Hij heeft wetenschappelijke bijdragen geleverd aan de oplossing van Informatie Theoretische problemen met betrekking tot beperkende ‘constrained’ codes, die vooral toepassing vinden in data-opslagsystemen. Deze theoretische grondslag heeft gezorgd voor capaciteitsverhoging van digitale data-opslagsystemen. Hij heeft zes boeken en meer dan 250 wetenschappelijke artikelen[23] geschreven, waaronder ‘’Codes for Mass Data Storage’’[24]

Persoonlijk

Schouhamer Immink is getrouwd met kunstenares Clazien Immink.

KHMW Schouhamer Immink Prijs

De KHMW Kees Schouhamer Immink Prijs is door de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen met ingang van 2019 beschikbaar gesteld ter bekroning van oorspronkelijk onderzoek op het terrein van de technische computerkunde en telecommunicatie in brede zin.[25] De tweejaarlijkse prijs is bedoeld als aanmoediging voor een onderzoeker die in het jaar van toekenning niet langer dan vier jaar geleden is gepromoveerd aan een Nederlandse instelling van onderwijs en/of onderzoek.

Onderscheidingen en prijzen