Kasteel Walburg (Ohé en Laak)
| Kasteel Walburg | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Kasteel Walburg aan de Maas Gravure door A.F. van Afferden, 19e eeuw | ||
| Locatie | ||
| Plaats | Ohé en Laak , | |
| Adres | Weg naar Walborgh | |
| Bouwkundige informatie | ||
| Kasteeltype | lustslot | |
| Status en tijdlijn | ||
| Gebouwd in | ca. 1632 | |
| Gesloopt in | 1924-1992 | |
![]() | ||
Terrein waarop Kasteel Walburg heeft gestaan (2004) | ||
| Links | ||
Kasteel Walburg (ook: De Walborgh) was een kasteel te Ohé en Laak, gelegen aan de Weg naar Walborgh, vlak langs de oever van de Maas.
Bewonersgeschiedenis
Omstreeks 1632 werd dit kasteel gebouwd door graaf Herman Frederik van den Bergh, nadat het oorspronkelijke Kasteel Stevensweert in 1633 binnen de vestingwerken van Stevensweert kwam te liggen. Van den Bergh vernoemde het kasteel mogelijk naar zijn echtgenote Josina Walburgia, gravin van Löwenstein Wertheim Rochefort.[noot 1] Beiden zijn begraven in een praalgraf in de Maastrichtse Dominicanenkerk, later overgebracht naar de Sint-Servaaskerk.[1]
Vanaf de achttiende eeuw en mogelijk reeds eerder, was de familie protestant, zoals de heerlijkheid Stevensweert vanaf 1702 een van meerdere protestantse enclaves vormde in het katholieke gebied langs de Maas. In 1719 verkocht graaf Philips Willem Frans van Limburg Stirum het kasteel en de heerlijkheden Stevensweert en Ohé en Laak aan graaf Reinier Vincent von Hompesch (ca. 1660-1733), die in 1706 in de rijksgravenstand was verheven als keizerlijk veldmaarschalk-luitenant. Deze bouwde het kasteel uit tot een luxueus verblijf met lusttuinen en een bosperceel. De verbouwing kostte hem 20.000 rijksdaalders. Daarnaast bevatte het kasteel een boerenhoeve. In 1722 bouwde hij iets verderop de nog bestaande Hompesche Molen.
Van Hompesch stierf kinderloos in 1733 en liet het kasteel na aan een kleinzoon van zijn favoriete broer, die in 1712 was gesneuveld bij Douai toen Reinier Vincent daar gouverneur was. De erfgenaam, Sigismund van Heiden Hompesch (1731-1790), een telg uit de Ootmarsumse tak van het geslacht Van Heiden, erfde tevens de naam Von Hompesch, het familiewapen en de titel rijksgraaf. Hij trouwde met Anna Sophia Dorothea von Riedesel zu Eisenbach (1727-1803).[noot 2] Ze kregen negen kinderen. Hun dochter Louise Charlotte von Hompesch-Heyden (1755-1804) trouwde eveneens met een Riedesel, baron Johann Conrad von Riedesel zu Eisenbach (1742-1812), vanaf 1800 erfmaarschalk van het landgraafschap Hessen.[2] Het echtpaar liet diverse vernieuwingen aan het kasteel aanbrengen. Hun zoon, baron Carl Philipp Ferdinand Hermann von Riedesel zu Eisenbach (1775–1853), was lid van de Raad van State. Ook hij verfraaide het kasteel.[3]
Carl Philipp von Riedesel trouwde in 1805 met Charlotta Louisa Wilhelmina Henriëtta von Hompesch (1768-1836), een huwelijk dat zonder nakomelingen bleef. Na haar overlijden hertrouwde hij op 65-jarige leeftijd met Josephine Françoise Charlotte de Riccé (1802-1875). Hun enige dochter Amailie Dorothea Jeanne Hermine Frederica barones von Riedesel d'Eisenbach (1840-1910) trouwde in 1859 met Adolph Marie Carl Franz graaf von Hompesch zu Rurich (1834-1893), kamerheer in buitengewone dienst van koning Willem III. Naast een jong gestorven zoon kregen ze twee dochters: Carla Josephine Hermine Eleonora Amalie Adolphine gravin von Hompesch-Rürich (1861-1918) en Renée Eleonora Frédérique Amalie Josephine Françoise gravin von Hompesch-Rürich[noot 3] (1864-1932). Carla woonde na haar huwelijk in 1885 met de Deen Ulysses baron Dirckinck af Holmfeld op Kasteel Obbicht en kreeg drie dochters. Renée woonde tot 1918 op de Walburg, vanaf 1914 gehuwd met luitenant-generaal Adriaan van Seters (1853-?). Haar huwelijk bleef kinderloos.[4]

Het kasteel is begin 20e eeuw in verval geraakt. Na een eerste verkoop in 1917 aan de handelaar Math. Vencken uit Grevenbicht, kreeg de gravin spijt en kocht het kasteel terug. Een jaar later, na de verhuizing van het echtpaar Van Seters-Von Hompesch naar Ginneken, kwam het alsnog in handen van Vencken, die onmiddellijk de eeuwenoude bomen liet rooien voor de verkoop. Vanaf 1924 begon de geleidelijke sloop, vanwege de bouwmaterialen, waarbij aanvankelijk het nog in bedrijf zijnde boerderijgedeelte werd gespaard. Na de Tweede Wereldoorlog resteerde slechts een ruïne, waarvan de laatste overblijfselen in 1992 werden gesloopt.[5] De stenen van de ruïne zijn hergebruikt in feestzaal 'de Ruïne', behorende bij Café Bongaarts.
Beschrijving
Het kasteel bestond uit drie vleugels, geplaatst in een U-vorm, en omvatte onder meer een stal voor 24 paarden. In de 18e eeuw werd het diverse malen vergroot en verfraaid. Omstreeks 1850 werd het uitgebreid met het zogenaamde "toilettorentje", ontworpen door Pierre Cuypers.
- Historische afbeeldingen Kasteel Walburg
Het kasteel vanuit het zuidwesten (1919)
Binnenplaats met Cuyperstorentje (1919)
Voormalige achtergevels
Stucplafond met wapen Von Hompesch (1919)
Nalatenschap

Van het kasteel is slechts een kelder bewaard gebleven. Het terrein is tegenwoordig eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten.
Op het kerkhof van de Hervormde kerk van Stevensweert zijn diverse grafstenen van leden van de families Von Hompesch en Riedesel d'Eisenbach bewaard gebleven.
Een maquette van het kasteel en een aantal voorwerpen uit het interieur bevinden zich in het Streekmuseum Stevensweert/Ohé en Laak te Stevensweert.
Het uitgebreide familiearchief Von Hompesch berust in het Historisch Centrum Limburg in Maastricht.[6] Een bijzondere verzameling boeken over alchemie, vermoedelijk afkomstig uit de inboedel van het kasteel, kwam bij een Luikse antiquaar terecht.[7]
Portretten van leden van de families Von Hompesch en Riedesel zu Eisenbach bevinden zich onder andere in de collectie van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Datzelfde museum bezit ook het rouwbord van Reinier Vincent von Hompesch uit 1733 met het familiewapen Von Hompesch.[noot 4]
- Bewonersportretten
Reinier Vincent van Hompesch (1660-1733)
Anna Sophia Dorothea Riedesel zu Eisenbach (1727-1803)- Louise Charlotte von Hompesch-Heyden (1755-1804), privécollectie
Josephine de Riccé (1802-1875) met kleindochter Carla van Hompesch (1861-1918)
- Fontaine Verwey, H. de la, 'Herinneringen van een bibliothecaris 14. Boeken van ‘De Walborg’?', in: De Boekenwereld, jrg. 5 (1988-1989), pp. 80-86. Uitgeverij Matrijs, Utrecht (online tekst op dbnl.org)
- Vogels, Thieu, 'Eiland in de Maas en Kasteel Walburg' op studiomaasgouw.nl, 19 november 2025
- Stichting Limburgse kastelen
- ↑ Voor een korte biografie van Josina Walburgia zie het Digitaal Vrouwenlexicon online tekst
- ↑ Volgens de Duitse naamgevingsconventies wordt 'von' of 'zu' in adellijke namen alleen gebruikt als het daaropvolgende naamdeel een stamslot of andere bezitting betreft. Dat is bij 'Riedesel' niet het geval; het verwijst naar de ezel in het familiewapen. In de Nederlandse context is dat verband verloren gegaan en wordt gesproken van 'von Riedesel zu Eisenach', 'de Riedesel d'Eisenach' of combinaties daarvan.
- ↑ De umlaut op de 'u', die bij de Duitse tak ontbreekt, schijnt op enig moment bij de Nederlandse tak te zijn ingevoerd.
- ↑ De sterfdatum op het bord, 26 januari 1733, komt niet overeen met de overgeleverde datum, 20 januari 1733.[8]
- ↑ E.O.M. van Nispen tot Sevenaer (1926/1974): De monumenten in de gemeente Maastricht, Deel 1, pp. 375-377. Arnhem (online tekst op dbnl.org).
- ↑ Zie Johann Conrad Riedesel zu Eisenbach op Wikidata.
- ↑ Elisabeth Aberson-de Kanter, 'Walburg' op amici-insulae.nl, Jaarboek 1983 (gearchiveerde link).
- ↑ Vogels (2025), pp. 11-12.
- ↑ Vogels (2025), pp. 12-13.
- ↑ De la Fontaine Verwey (1988-1989), p. 82.
- ↑ De la Fontaine Verwey (1988-1989), p. 86.
- ↑ Zie foto op Wikimedia Commons.
.jpg)
