Kasteel Levendaal

Levendaal
Laar
Huis Levendaaltekening Jan de Beijer, 1745
Huis Levendaal
tekening Jan de Beijer, 1745
Locatie
Plaats Laareind ,Vlag van Nederland Nederland
Bouwkundige informatie
Kasteeltype versterkt huis
Status en tijdlijn
Gebouwd in kort na 1331
Gesloopt in 1820
Huidige functie(s) agrarisch
Erkenning
Monumentale status gewaardeerd, niet beschermd
Archis:monumentnr 7179
Links

Levendaal, oorspronkelijk Laar of Lievendaal geheten, is een voormalig kasteel in Achterberg aan het Laareind, gemeente Rhenen in de Nederlandse provincie Utrecht.

In 1331 ondertekende Dideric Sobbe een akte waarin hij zijn goed op de Laarsenberg aan de bisschop van Utrecht overdroeg en in leen terug ontving, onder voorwaarde dat hij en zijn rechtsopvolgers geen 'borg of veste' op dit land zouden bouwen zonder toestemming van de bisschop. Kort daarop lijkt hij deze toestemming inderdaad verkregen te hebben.

Gezicht op het huis Levendaal bij Rhenen uit het zuiden, met op de achtergrond de Gelderse Vallei en aan de horizon Bennekom.

in 1473 kwam de hofstede in het bezit van Lodewijk van Levendaal.

Omstreeks 1820 werd het kasteel gesloopt.[1]

Ligging van kasteel Levendaal op laat 18de-eeuwse militaire kaart

In de directe omgeving van Levendaal lagen meerdere kastelen. Het kasteel Ter Horst was sinds de twaalfde eeuw een bisschoppelijk leen en kasteel Heimerstein werd in de vijftiende eeuw door de bisschop beleend.

Daarnaast stonden in Achterberg nog het kasteel Valckenburgh, kasteel Remmerstein en het versterkte huis Grootveld, de voorganger van het huidige kasteelachtige huis Prattenburg.Prattenburg werd in 1887–1890 in eclectische stijl gebouwd op de plaats van een ouder huis dat in oorsprong uit de late zestiende of vroege zeventiende eeuw dateerde. De woontoren van Prattenburg rust op vijftiende- en zestiende-eeuwse fundamenten. Van kasteel Valckenburgh en Remmerstein zijn bovengronds geen resten meer zichtbaar, maar van kasteel Valckenburgh bevinden zich in de bodem nog sporen van funderingen en muurwerk. Samen met Levendaal, Ter Horst en Heimerstein vormden Valckenburgh, Remmerstein, Grootveld en later Prattenburg een dicht cluster van kastelen en adellijke huizen dat de ontwikkeling van Achterberg en de streek tussen Rhenen en de Gelderse Vallei sterk heeft beïnvloed.

Op de plaats van het voormalige kasteel Levendaal werd na de sloop een boerderij gebouwd. Een deel van deze latere boerderij bestond uit het vroegere poortgebouw van Levendaal, dat na de afbraak van het kasteel nog lange tijd in gebruik bleef. Bij de boerderij bevindt zich een zeer oude linde, bekend als de oude linde van Achterberg of 1000-jarige linde van Achterberg. Mogelijk is deze boom al te zien op de achttiende‑eeuwse prent die Jan de Beijer van het kasteel maakte.[2] Wie langs deze boom loopt, wandelt in zekere zin door de voorhof van Levendaal.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd op het erf archeologisch onderzoek verricht door A. Renaud, die onder meer resten van funderingen en muurwerk documenteerde en daarmee als een van de eersten het middeleeuwse grondplan van Levendaal in kaart bracht.

De boerderij heeft vele jaren gefungeerd als tabaksboerderij. De tabaksteelt was in de Gelderse Vallei en omgeving lange tijd een belangrijke bron van inkomsten en bepaalde het landschap en het boerenleven.

Enkele jaren geleden is de boerderij verkocht, waarmee voor deze historische plek een nieuw hoofdstuk begon. Levendaal blijft een locatie die eeuwenlang een bepalende rol heeft gespeeld in de Achterbergse geschiedenis, mede door de aanwezigheid van de eeuwenoude linde die als levend monument herinnert aan het verdwenen kasteel.