Kabinetorgel
Een kabinetorgel is een klein orgel dat zich bevindt in een kabinet (meubel) dat met deurtjes gesloten kan worden.
Beschrijving
Kabinetorgels hebben meestal maar één manuaal en ze bezitten geen pedalen: de organist gebruikt zijn voeten om de blaasbalg aan te drijven. Doordat de afsluitbare vleugeldeuren de pijpen aan het oog onttrekken, is het kabinetorgel in gesloten toestand niet goed herkenbaar als orgel.
Van de 17e tot de 19e eeuw was dit type pijporgel in gebruik als huisorgel, terwijl ze ook werden geplaatst als kerkorgel in kleine kerken of als koororgel in grotere kerken als aanvulling op het hoofdorgel. In kastelen, landhuizen en herenhuizen van de rijken stonden kabinetorgels als decoratieve meubelkasten en pronkstukken. In Nederland beleefden ze een bloeiperiode van 1770 tot 1820.[1] In de tweede helft van de negentiende eeuw verloor het kabinetorgel zijn positie door de uitvinding van het harmonium, dat in een kerkelijke of huiselijke omgeving dezelfde functies kon vervullen, maar fabrieksmatig en dus goedkoper werd geproduceerd.
Veel orgelbouwers die bekend zijn door grote kerkorgels maakten ook kabinetorgels voor particuliere opdrachtgevers. Anderen, onder wie Jan Jacob Vool, Detlef Onderhorst (beiden van Duitse afkomst, werkend in Amsterdam), Ibe Peters Iben (Emden) en Jacob Engelbert Teschemacher (Wuppertal) legden zich speciaal toe op kabinetorgels. Er zijn relatief veel exemplaren waarvan de bouwer onbekend is.
Veel kabinetorgels, door hun geringe omvang gemakkelijk verplaatsbaar, kregen in de loop der tijd een andere plek of nieuwe bestemming. Zo zijn van een in 1783 door Ibe Peters Iben gebouwd instrument minstens zeven locaties bekend: eerst in Groningen (provincie) een borg, drie kerken, een particuliere woning en een dorpscafé, daarna een universiteit in Californië, voordat het in 2025 werd overgebracht naar een kerk in Philadelphia (Pennsylvania).[2] Het door Gideon Bätz vervaardigde exemplaar van Kasteel Amerongen is een van de weinige kabinetorgels die nog op de plaats staan waarvoor ze gemaakt zijn.[3] Het (voorzover bekend) grootste kabinetorgel in Nederland, gebouwd door Jan Jacob Vool en Hermanus Adolfus Groet in 1777, is eigendom van het Groninger Museum en bevindt zich sinds 1935 in de Menkemaborg te Uithuizen.[4]
Voorbeelden
Deze kabinetorgels worden hier getoond op hun locatie in 2025, ongeacht de plekken waar ze eerder hebben gestaan.

Oude Kerk (Delft)
Bouwer onbekend, ca. 1750
Michaëlskerk (Oosterland)
J.E. Teschemacher, 1762


Zie ook
- ↑ Franz Lüthi: Die Niederländische Hausorgel im 18. Jahrhundert, p. 77.
- ↑ Kabinetorgel van Ibe Peters Iben in Philadelphia, First Presbyterian Church, orgelsite.nl., inclusief demonstratie op YouTube. Geraadpleegd op 25 december 2025.
- ↑ Amerongen, Kasteel Amerongen – de Orgelsite | orgelsite.nl (10 april 2018). Gearchiveerd op 30 juni 2023. Geraadpleegd op 30 juni 2023.
- ↑ Kabinetorgel menkemaborg.nl. Gearchiveerd op 7 juli 2023.

