Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie

N.V. Koninklijke Nederlandsche Zoutindusrie
Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie
Locatie
Hoofdkantoor BoekeloBewerken op Wikidata
Industrie en producten
Industrie(ën) Vervaardiging van kunstmeststoffen en stikstofverbindingen, chemische industrieBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Oprichting 1918Bewerken op Wikidata
Opheffing 1962, na fusie met Ketjen ging de combinatie verder als Koninklijke Zout Ketjen
Vervanging/fusie Koninklijke Zout Ketjen (1962)Bewerken op Wikidata
Bedrijfsstructuur
Rechtsvorm naamloze vennootschapBewerken op Wikidata
Directeur Ko VisBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ) is een Nederlands voormalig chemisch bedrijf opgericht op 18 juni 1918. Een van de oprichters was Ko Vis, een zoutzieder uit de Zaanstreek.

Voorgeschiedenis

Boortoren bij Twekkelo

In 1886 werd op het landgoed Twickel bij Delden een put geboord ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Men trof echter op enkele honderden meters diepte een artesische bron aan, die zout water spoot. Dit bracht Ko Vis ertoe te onderzoeken of zoutwinning uit de Nederlandse bodem mogelijk was. In 1903 werd dit plan concreter, toen samenwerking was gezocht met A.A. Kolff van de N.V. Rotterdamse Zoutziederij, de zoutzieder L.F.D. van der Minne uit Dordrecht, en een aantal geologen.[1]

Er volgden proefboringen te Eibergen/Winterswijk, waar in 1909 Zechstein-zout werd aangetroffen, en Boekelo, waar in 1911 steenzout werd gevonden. De aanvraag voor een concessie, in 1911, werd niet gehonoreerd door de Tweede Kamer, maar na de Eerste Wereldoorlog, toen het belang van een nationale zoutwinning duidelijk was geworden, kwam de "Wet tot Ontginning van Steenzout te Buurse" tot stand, werd een concessie verleend en nam de staat deel aan de onderneming.[2] Deze wet gaf het recht van ontginning van zoutlagen in een gebied van ongeveer 3000 hectare groot.[3] Voor een periode van, aanvankelijk, zestig jaar werd het recht van ontginning gegeven aan de N.V. Koninklijke Nederlandsche Zoutindustrie. De KNZ was kort daarvoor opgericht door Ko Vis en partners.

Geschiedenis

De KNZ werd opgericht met een geplaatst aandelenkapitaal van 1.500.000 Nederlandse guldens, waarvan als tegenwaarde voor het verkregen ontginningsrecht ƒ 150.000 aandelen aan de Nederlandse staat werden verstrekt.[3] Verder kreeg de Staat een preferentie bij de verdeling van de winsten. Met de belangen van de bestaande zoutziederijen werd rekening gehouden, de KNZ mocht niet meer dan 30.000 ton per jaar winnen en dit werd in het geheel door de zoutziederijen afgenomen.

Op 12 augustus 1918 werd met Boring I te Boekelo begonnen. Op 325 meter diepte was zout aangeboord en op 17 april 1919 was de put klaar. In september 1919 begon de zoutwinning. De ruwe pekel werd van het boorgat naar de fabriek gevoerd door middel van een pijpleiding van 2500 meter lengte. In 1926 werd het bedrijf te Boekelo uitgebreid met een zogenaamde vacuuminstallatie. In gesloten pannen werd het pekel verhit tegen lagere brandstof- en personeelskosten.[3] In 1931 werd een zoutchemisch bedrijf geopend waar zoutzuur, chloorbleekloog, chloor, caustic soda en natronloog werd vervaardigd.

In 1929 werden door de KNZ een aantal exploratieboringen uitgevoerd bij Hengelo uitgevoerd. De boringen waren succesvol en in 1933 kreeg de KNZ een nieuw concessiegebied genaamd Twenthe-Rijn bij Hengelo, groot 4745 hectare.[3] In 1939 werd in Hengelo de nieuwe fabriek met een capaciteit van 100.000 ton zout per jaar opgeleverd. Het ligt aan het Twentekanaal, deze was in 1938 gereedgekomen, wat de afvoer van het zout aanzienlijk vergemakkelijkt. Productie van soda was hier niet mogelijk omdat de lozing van het afvalproduct calciumchloride (CaCl2) op het oppervlaktewater teveel verontreiniging zou geven.

In 1934 werd hotel Boekelo geopend voor de bezoekende zakenmensen. Aan het einde van de jaren veertig van de 20e eeuw werd hier een natuurzwembad met zout water aan toegevoegd, wat voor die tijd een ongekende attractie was. Dit nog steeds bestaande hotel staat bekend onder de naam Bad Boekelo.

De hoofdvestiging van KNZ werd in 1935 verplaatst van Boekelo naar Hengelo. Daar vond toen ook de verdamping plaats van de pekel die in Boekelo werd opgepompt.

De fabriek in Hengelo werd uitgebreid en in 1940 bedroeg de totale zoutproductie, inclusief Boekelo, ruim 200.000 ton. In 1953 werd de fabriek in Boekelo stilgelegd. Ondanks deze sluiting was de productie in Hengelo gestegen naar 585.000 ton in 1955.[3] Vijf jaar later lag de productie weer 30% hoger op bijna 750.000 ton.

In 1952 werd bij Winschoten een zouthorst aangeboord, men was op zoek naar olie en aardgas maar vond zout. Dit zout behoorde tot de Zechsteinformatie en had een grotere zuiverheid dan het Rötzout te Hengelo.[3] In 1954 kreeg KNZ een nieuw en derde concessiegebied, groot 2825 ha, genaamd Adolf van Nassau.[4] Hiervoor werd in 1959 een nieuwe zout- en sodafabriek in Delfzijl geopend met een capaciteit van 350.000 ton per jaar. In 1967 werd deze concessie uitgebreid met de zoutdiapier Zuidwending.

De N.V. Koninklijke Nederlandse Soda Industrie (NSI), die op 25 augustus 1954 te Delfzijl werd opgericht, was een onderneming van KNZ, DSM, Ketjen en Mekog.[5] In 1958 werd KNZ de enige aandeelhouder.

In 1957 was begonnen met de sloop van de Boekelose fabriek. Aan het eind van de jaren vijftig van de 20e eeuw werden de Albatros Superfosfaatfabrieken en de Albatros Zwavelzuur en Chemische Fabrieken overgenomen door KNZ. Deze werden in 1962 weer verkocht aan Mekog te IJmuiden.

Per jaareinde 1960 werkten er bij de KNZ en de Nederlandse dochterondernemingen in totaal 4353 personen.[6] De bruto exploitatiewinst, met inbegrip van de opbrengsten uit deelnemingen, was over het hele jaar 1960 ƒ 38 miljoen. De Nederlandse staat kreeg bijna ƒ 2 miljoen als dividend en  9 miljoen aan vennootschapsbelasting. Na afschrijvingskosten resteerde een nettowinst vanƒ 15,5 miljoen.[6]

In 1962 volgde de eerste van een lange reeks fusies, waarbij KNZ met Ketjen fuseerde tot Koninklijke Zout Ketjen.[7] Uiteindelijk zou hieruit het AkzoNobel-concern ontstaan.

Monumenten

Een aantal houten boortorens en zouthuisjes in het Twentse land zijn behouden gebleven als industrieel monument. Sedert 1986 bestaat in Delden een zoutmuseum.

Zie ook