Ko Vis
Jacob ('Ko') Pieter Vis ( Zaandijk, 28 januari 1858 – Arnhem, 9 augustus 1924) was op 18 juni 1918 medeoprichter van de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ), in de volksmond destijds ‘De Zout’ genoemd.
Jacob Pieter Vis was de oprichter van de Zaansche Zout Ziederij (ZZZ) in 1886.[1] De zoutziederij lag aan de Lagedijk in Zaandijk. ZZZ viel op door de toepassing van een moderne vacuüm-installatie, als een van de eerste in Europa. Protesten van omwonenden belemmerden de verdere ontwikkeling van het bedrijf, meerdere keren werd Vis een vergunning tot uitbreiding geweigerd.[1]
In 1892 vertrok hij uit de Zaanstreek om in het Kralingseveer, bij Rotterdam, het bedrijf voort te zetten onder de naam Kolff en Vis. Vanaf 1871 had Nederland zeewater als bron voor zout verboden en waren de zoutzieders volledig aangewezen op de invoer van ruw zout, voornamelijk afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.[2] In 1910 waren er in Nederland nog 34 ziederijen die produceerden tezamen ongeveer 40.000 ton zout per jaar, Kolff en Vis was veruit de grootste.
Vis was betrokken bij de eerste zoutboringen in Nederland te Eibergen in 1902 en 1903. Al bleven deze nog zonder resultaat, tot de Rijksopsporingsdienst voor Delfstoffen in 1908 zoutlagen kon aantonen. In 1909 diende Vis, samen met zijn partners Van der Minne, Kolff en Van Ommeren, een concessie-aanvraag in.[2] De overheid aarzelde, niet alleen na bezwaren van de Nederlandse zoutzieders maar ook over de eigen rol bij de winning. De Eerste Wereldoorlog deed de noodzaak voor zout uit eigen bodem toenemen, de import uit de oorlogvoerende landen lag stil. Vis onderhandelde ondertussen met de zoutzieders en op 27 oktober 1917 werd overeenstemming bereikt.[2] De grote ziederijen zouden in totaal 60.000 ton zout op jaarbasis blijven produceren, maar de kleinere zieders beloofden 30.000 ton geraffineerd zout per jaar af te nemen en de eigen productie te staken. Ze zouden alleen nog zout verhandelen. Hiermee had Vis een belangrijke opponent kunnen pareren.
Op 24 april 1918 werd het wetvoorstel voor de zoutwinning zonder veel tegenstand aangenomen. Kort daarop ontving de Nederlandsche Zoutindustrie het predicaat ‘Koninklijk’. Vis was mede-oprichter van de KNZ, die met een kapitaal van drie miljoen gulden een concessie voor zoutwinning in Boekelo voor een periode van 60 jaar verwierf. Vis werd de eerste directeur van KNZ. De eerste fabriek had zes pannen die elk ongeveer 20 ton fijn zout per etmaal konden produceren, of 120 ton per dag.[2]
Vis bleef tot zijn dood in 1924 president-directeur van de KNZ, hij werd opgevolgd door ingenieur G. de Haas. Met deze oprichting van KNZ legde Vis de basis voor het grootste chemische concern van Nederland, het huidige AkzoNobel.
- 1 2 Zoutziederij. Zaanwiki. Geraadpleegd op 10 september 2025.
- 1 2 3 4 Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Deel 2. Delfstoffen, energie, chemie. Hoofdstuk 5. Zout (2000). Geraadpleegd op 10 september 2025.