John K. Jackson

John King Jackson
Brigadegeneraal John K. Jackson
Brigadegeneraal John K. Jackson
Geboren 2 februari 1828
Augusta, Georgia
Overleden 27 februari 1866
Milledgeville, Georgia
Rustplaats City Cemetery
Augusta, Georgia
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1861-1865 (CSA)
Rang Brigadegeneraal (CSA)
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog

John King Jackson (Augusta, 2 februari 1828Milledgeville, 27 februari 1866) was een Amerikaans advocaat en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in het Confederate States Army en klom hij op tot de rang van brigadegeneraal. Na de oorlog hervatte hij zijn werk als advocaat en stierf een jaar na het einde van de oorlog aan de gevolgen van een longontsteking.

Vroege jaren

John K. Jackson werd geboren op 2 februari 1828 in Augusta, Georgia. Hij liep school aan de Richmond Academy. Daarna studeerde hij aan de University of South Carolina in Columbia, South Carolina waar hij in 1846 afstudeerde. Jackson volgde ook een opleiding tot advocaat en werd in 1848 toegelaten tot de balie. Hij opende een advocatenkantoor in Augusta.[1]

In 1849 huwde hij met Virginia L. Hardwick uit Columbia County. Het koppel kreeg drie kinderen, namelijk Thomas M., William E. en Hardwick.[2] Naast zijn werk als advocaat was Jackson actief in de Georgia militia. Hij werd verkozen tot luitenant en bevorderd tot kapitein. Net voor de Amerikaanse Burgeroorlog was hij opgeklommen tot de rang van luitenant-kolonel en had hij het commando over een infanteriebataljon in Augusta.[3]

Amerikaanse Burgeroorlog

Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog met de Aanval op Fort Sumter in april 1861 nam Jackson diezelfde maand dienst in het Confederate States Army. Hij werd benoemd tot luitenant-kolonel in het 5th Georgia Volunteer Infantry Regiment. In mei werd hij bevorderd tot kolonel en nam hij het bevel van het regiment op zich.[4] Zijn regiment werd naar Pensacola, Florida, gestuurd, waar het tussen 3 mei en juni 1861 instond voor de verdediging van de stad.[5]

Fort Pickens op Santa Rosa Island, Florida

Tijdens de Slag bij Santa Rosa Island, op 8 oktober 1861, voerde Jackson het bevel over het 3rd Battalion. Na het verlies van het fort bleef zijn regiment voor de rest van 1861 in Florida. [2] Jackson werd op 14 januari 1862 bevorderd tot brigadegeneraal. Een week later kreeg hij het commando over een brigade in het Army of Pensacola.[5] In februari werd hij naar Grand Junction, Tennessee, gestuurd om de verschillende regimenten in brigades in te delen. Daarna diende hij ze door te sturen naar Corinth, Mississippi,[2] het verzamelpunt van het Army of Mississippi. Jackson kreeg zelf het bevel over een brigade en nam op 6 en 7 april 1862 deel aan de Slag bij Shiloh.[5] Op bevel van generaal-majoor Braxton Bragg viel Jacksons brigade in de avond van 6 april een sterke Noordelijke stelling aan. Door een tekort aan munitie voerden ze een bajonetaanval uit die uiteindelijk mislukte. [6]

Tijdens de Kentuckyveldtocht, in het najaar van 1862, kreeg Jacksons brigade de opdracht om bij Bridgeport, Alabama de communicatielijnen en spoorwegen te bewaken tussen Chattanooga, Tennessee en Murfreesboro.[7] Bragg, ondertussen bevelhebber van het Army of Tennessee, gaf op 25 december het bevel aan Jackson om een aantal soldaten achter te laten om de spoorwegbruggen te beschermen en met de rest van zijn brigade aansluiting te zoeken bij het hoofdleger bij Murfreesboro. Jackson meldde zich aan bij luitenant-generaal Leonidas Polk en werd ingezet tijdens de Slag bij Stones River tussen 31 december 1862 en 2 januari 1863.[2] Tijdens de gevechten leed zijn brigade zware verliezen.

Slag bij Missionary Ridge

Na de slag werden zijn manschappen teruggestuurd naar Bridgeport en Chattanooga waar ze de spoorwegen tussen Atlanta, Georgia en Tullahoma, Tennessee dienden te beschermen.[2] Tussen 23 februari 1863 en 25 juli 1863 was hij bevelhebber van het District of Tennessee of the Confederate Department No. 2. Toen Braggs leger zich terugtrok richting Chattanooga werd Jacksons brigade ingedeeld bij generaal-majoor Benjamin F. Cheathams divisie in het korps van luitenant-generaal Polk.[8] Jacksons brigade vocht mee tijdens de Slag bij Chickamauga op 19 en 20 september 1863. Tijdens een van de aanvallen verloor het 5th Georgia meer dan 60 procent van zijn soldaten.[9] Na de Zuidelijke overwinning bij Chickamauga werd het Noordelijke Army of the Cumberland onder leiding van generaal-majoor William Rosecrans belegerd in Chattannooga. Generaal-majoor Ulysses S. Grant, die Rosecrans te hulp schoot, probeerde de belegering te doorbreken met een aanval op Missionary Ridge. Daar slaagden de brigades van Jackson en brigadegeneraal John C. Moore om een Noordelijke doorbraak op 25 november te vertragen.[10]

Na de Zuidelijke nederlaag bij Chattanooga trok Bragg zijn leger terug naar Dalton, Georgia. Jacksons brigade werd op 20 februari 1864 overgeplaatst naar de divisie van generaal-majoor William H. T. Walker. De brigade nam tot en met 3 juli 1864 deel aan de Atlantaveldtocht.[5] Toen werden het 5th en 47th Georgia gedetacheerd van het Army of Tennessee en naar Charleston, South Carolina gestuurd . Jackson diende zich met zijn twee regimenten aan te melden bij generaal-majoor Samuel Jones. Jackson kreeg de opdracht van Jones om naar Lake City, Florida te gaan om brigadegeneraal James P. Anderson te vervangen. Tussen 30 augustus en 29 september 1864 voerde Jackson dan ook het bevel over het District of Florida in het Confederate Department of South Carolina, Georgia, & Florida.[2][5]

Tijdens Shermans Mars naar de Zee, in het najaar van 1864, werd Jackson met zijn manschappen naar Savannah, Georgia gestuurd. Hij kreeg het bevel over het centrale gedeelte van de Zuidelijke defensieve stellingen. In december werd de stad ontruimd.[11] Daarna werd Jackson naar Branchville, South Carolina gestuurd waar hij werd aangesteld als kwartiermeester voor de opslagdepots van het Army of Tennessee.[12] Hij zou deze rol vervullen tot generaal Joseph E. Johnston zich overgaf op 26 april 1865. Jackson werd op 17 mei vrijgelaten.[13]

Latere jaren

Na de oorlog keerde Jackson terug naar zijn thuisstad. Hij hervatte zijn werk als advocaat. Tijdens een van zijn zakenreizen voor een cliënt kreeg Jackson een longontsteking in Milledgeville, Georgia.[2] Hij overleed op 27 februari 1866. Jackson werd begraven op het City Cemetery in Augusta, Georgia.[13][14]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)