James P. Anderson
| James Patton Anderson | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Generaal-majoor James P. Anderson | ||
| Geboren | 16 februari 1822 Franklin County, Tennessee | |
| Overleden | 20 september 1872 Memphis, Tennessee | |
| Rustplaats | Elmwood Cemetery Memphis, Tennessee | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1847-1848 (USA) 1861-1865 (CSA) | |
| Rang |
| |
| Bevel | 1st Florida Infantry Regiment Anderson’s Brigade Anderson’s Division | |
| Slagen/oorlogen | Mexicaans-Amerikaanse Oorlog | |
| Ander werk | landbouwer, advocaat, dokter | |
| James P. Anderson | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Lid van het Voorlopig Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika voor Florida | ||||
| Aangetreden | 4 februari 1861 | |||
| Einde termijn | 17 februari 1862 | |||
| Voorganger | ambt werd gecreeërd | |||
| Opvolger | ambt werd afgeschaft | |||
| Lid van het Huis van Afgevaardigden voor het Washingtonterritorium | ||||
| Aangetreden | 4 maart 1855 | |||
| Einde termijn | 3 maart 1857 | |||
| Voorganger | Isaac Stevens | |||
| Opvolger | Columbia Lancaster | |||
| lid van het Mississippi House of Representatives | ||||
| Aangetreden | 1850 | |||
| Einde termijn | 1860 | |||
| ||||
James Patton Anderson (Franklin County, 16 februari 1822 – Memphis, 20 september 1872) was een Amerikaans dokter[1], landbouwer, advocaat, politicus en militair. Hij zetelde in het parlement van Mississippi, in het federaal Huis van Afgevaardigden en in het Voorlopig Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende Anderson in het Confederate States Army als generaal-majoor in het Army of Tennessee.
Vroege jaren
James P. Anderson werd geboren op 16 februari 1822 in Franklin County, Tennessee. Hij was de zoon van kolonel William P. Anderson en zijn tweede echtgenote Margaret L. Adair.[2] In 1831 verhuisde het gezin naar Kentucky waar de hij zijn jeugd doorbracht. In 1838 vestigden ze zich in Mississippi. James Anderson volgde in 1840 een artsenopleiding aan de Jefferson College in Canonsburg, Pennsylvania. Kort voordat hij zou afstuderen in 1842, moest hij zijn studies afbreken omdat zijn familie financiële problemen had. Hij keerde terug naar huis en begon een dokterspraktijk.
Ondertussen studeerde hij rechten in Frankfort en werd in 1843 toegelaten tot de balie. Hij opende een advocatenkantoor in Hernando, Mississippi. Naast zijn werk als advocaat diende hij bij de militietroepen als kapitein. Toen de Mexicaans-Ameirkaanse Oorlog uitbrak nam hij dienst als vrijwilliger. Hij werd benoemd tot luitenant-kolonel in het 2nd Battalion, Mississippi Rifles.[2] In juli 1848 werd hij eervol ontslagen.[3] In de jaren 1850 woonde Anderson een tijdje als huurder bij Nathan Bedford Forrest en zijn gezin. Hij had samen met John N. Forrest, broer van, in dezelfde eenheid gediend tijdens de oorlog.[4][5]
Anderson ambieerde ook een politieke loopbaan. Hij stelde zich verkiesbaar voor het Mississippi House of Representatives en werd verkozen. Hij raakte bevriend met Jefferson Davis, die ook als vrijwilliger in de oorlog met Mexico had gevochten. Toen Davis minister van oorlog werd in het kabinet van president Franklin Pierce, benoemde Davis Anderson tot U.S. Marshal voor het Washingtonterritorium. Anderson vestigde zich in Washington (staat waar hij zijn nieuwe functie een aantal jaar uitoefende. Tussen 1855 en 1857 zetelde hij als Democraat in het Huis van Afgevaardigden voor het Washingtonterritorium.[2]
In 1857 verhuisde Anderson naar Florida en trok in bij zijn tante Ellen Adair White Beatty, eigenares van de "Casa Bianca" plantage, net buiten Monticello. Anderson trad op als beheerder van de plantage. Na de verkiezingsoverwinning van Abraham Lincoln in het najaar van 1860 kozen verschillende Zuidelijke Staten voor secessie. Ook in Florida werd een secessieconventie gehouden en Anderson speelde daar een actieve rol in.
Amerikaanse Burgeroorlog
Net voor het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog werd Anderson op 11 januari 1861 benoemd tot kapitein in de Jefferson Rifles. Kort na de secessie van Florida werd Anderson verkozen als een van de drie vertegenwoordigers voor Florida in het Voorlopig Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Ondertussen aanvaarde Anderson ook op 1 april een benoeming tot kolonel van het 1st Florida Infantry Regiment. Hij diende onder brigadegeneraal Braxton Bragg in Pensacola en kreeg het bevel over een brigade.[3]
Op 10 februari 1862 werd hij bevorderd tot brigadegeneraal. Hij voerde het bevel over een brigade tijdens de Slag bij Shiloh in april 1862. Hij nam deel aan de veldslagen bij Perryville, Stones River, Chickamauga en Missionary Ridge. Op 17 februari 1864 werd hij bevorderd tot generaal-majoor.[3]
Na voor een korte periode commandant te zijn geweest van het District of Florida, keert Anderson terug naar het front waar hij deelnam aan de Atlantaveldtocht. Hij kreeg het bevel over een divisie in het korps van luitenant-generaal Leonidas Polk die deel uitmaakte van het Army of Tennessee. Anderson voerde zijn troepen aan tijdens de veldslagen van Ezra Church en Utoy Creek. Bij Jonesborough raakte hij gewond aan zijn kaak.[3] Hij werd op ziekteverlof gestuurd en herstelde van zijn verwondingen in zijn huis bij Monticello.
Hoewel zijn dokter er tegen was, keerde Anderson in april 1865 terug naar het front. Op het einde van die maand gaf hij zich over met zijn eenheden bij Greensboro, North Carolina. Hij werd op 1 mei 1865 vrijgelaten en kreeg amnestie van de federale overheid op 2 december 1866.[3]
Latere jaren
Na de oorlog vestigde Anderson zich in Memphis. Hij werkte een tijdje als verzekeringsmakelaar en was redacteur van een krant die op landbouwers gericht was.
James P. Anderson overleed op 20 september 1872 in Memphis aan de gevolgen van zijn oorlogswonden. Hij werd begraven op de Elmwood Cemetery in Memphis, Tennessee.
Zie ook
Voetnoten
- ↑ Hewitt, p. 23.
- 1 2 3 "Anderson, James Patton". The Biographical Dictionary of America. Vol. 1. 1906. pp. 108–109
- 1 2 3 4 5 Eicher, p. 104.
- ↑ (en) Hurst, Jack (1993). Nathan Bedford Forrest: A Biography. Alfred A. Knopf, New York, p. 26. ISBN 978-0-307-78914-3.
- ↑ Entry for Bedford Forrest and Mary Ann Forrest, 1850.
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel James Patton Anderson op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Eicher, John H., and David J. Eicher, Civil War High Commands. Stanford: Stanford University Press, 2001, ISBN 978-0-8047-3641-1.
- Hewitt, Lawrence L. "James Patton Anderson." In The Confederate General, vol. 1, edited by William C. Davis and Julie Hoffman. Harrisburg, PA: National Historical Society, 1991, ISBN 0-918678-63-3.
- Linedecker, Clifford L., ed. Civil War, A-Z: The Complete Handbook of America's Bloodiest Conflict. New York: Ballantine Books, 2002, ISBN 0-89141-878-4.
- Raab, James W. J. Patton Anderson, Confederate General: A Biography. Jefferson, N.C.: McFarland & Co., 2004.
- Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988, ISBN 978-0-8160-1055-4.
- Sketch of General Anderson's Life, Special Collections, Robert Manning Strozier Library, Florida State University, Tallahassee, Florida.
- Uhler, Margaret Anderson (1982). Well and Strong and Fearless: Etta Anderson in Washington Territory, 1853–1856. Montana: The Magazine of Western History 32 (3): 32–39. ISSN: 0026-9891.
- Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959, ISBN 978-0-8071-0823-9.
