Johannes Jacobus van Oosterzee
| Johannes Jacobus van Oosterzee | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Portret van J.J. van Oosterzee door J.H. Neuman (1883) | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboortedatum | 1 april 1817[1][2][3][4] | |||
| Geboorteplaats | Rotterdam | |||
| Overlijdensdatum | 29 juli 1882,[1][2] 27 juli 1882[4] | |||
| Overlijdensplaats | Wiesbaden | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Universiteit Utrecht | |||
| Beroep | dichter, theoloog, schrijver, academisch docent[4] | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Werken in collectie | Geldersch Landschap en Kasteelen[5] | |||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Johannes Jacobus (Jan) van Oosterzee (Rotterdam, 1 april 1817 – Wiesbaden, 29 juli 1882) was een Nederlands theoloog, hervormd predikant, hoogleraar, prozaïst en dichter. Hij verwierf in de negentiende eeuw grote bekendheid als prediker en als auteur van een omvangrijk theologisch oeuvre. Binnen de Nederlandse Hervormde Kerk wordt hij doorgaans geplaatst in een gematigd orthodoxe, ethisch georiënteerde richting. Zijn werken werden in meerdere talen vertaald, waardoor hij ook buiten Nederland bekendheid kreeg. In het theologische debat van zijn tijd verdedigde hij het gezag van Schrift en openbaring tegen modernistische en rationalistische benaderingen, terwijl hij wetenschappelijke en historische kritiek niet bij voorbaat uitsloot. Hij geldt als een van de invloedrijke kerkleraren van de negentiende eeuw.
Biografie
Johannes Jacobus van Oosterzee bezocht in Rotterdam de Franse school en na 1830 het Erasmiaans Gymnasium. Vanwege zijn uitnemende aanleg werd hij in staat gesteld zich voor te bereiden op het ambt van predikant. Op 27 december 1834 schreef hij zich in aan de universiteit in Utrecht.
Tijdens zijn studie volgde Van Oosterzee colleges bij Philipp Wilhelm van Heusde, Johannes Friedrich Ludwig Schröder, Jodocus Heringa, Hermannus Bouman, Herman Johan Royaards en Henricus Egbertus Vinke.[6] In oktober 1839 werd hij toegelaten als kandidaat tot het predikantsambt; op 23 juni 1840 behaalde hij de doctorsgraad met een Latijnse dissertatie over de geboorte van Jezus uit de maagd Maria, De Jesu, e virgine Maria nato.[6]
In 1841 deed Van Oosterzee zijn intrede als predikant te Eemnes-Binnen. Van mei 1843 tot november 1844 stond hij te Alkmaar, waar hij in 1851 het huwelijk sloot tussen Geertruida Toussaint en de schilder Johannes Bosboom. In 1845 werd hij beroepen aan de Grote of Sint-Laurenskerk in zijn geboortestad Rotterdam.
In oktober 1862 werd Van Oosterzee benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit Utrecht; in januari 1863 aanvaardde hij het ambt met een inaugurele rede.[7] In de jaren 1868–1869 bekleedde hij tevens het ambt van rector magnificus van de universiteit.[7] Hij doceerde aanvankelijk christelijke dogmatiek en praktische theologie; later, na de in 1877 ingevoerde Hogeronderwijswet van 1876 – waarbij de theologische faculteit geen confessionele vakken meer mocht onderwijzen – schakelde hij met tegenzin over op colleges in het Nieuwe Testament, dogmengeschiedenis en godsdienstfilosofie, die hij tot zijn overlijden bleef geven.[6]
Samen met zijn collega Jacobus Isaac Doedes redigeerde Van Oosterzee van 1845 tot 1858 de Jaarboeken voor wetenschappelijke theologie. In 1852 richtte hij met Nicolaas Beets en Daniël Chantepie de la Saussaye de vereniging van predikanten en het tijdschrift Ernst en Vrede op.
Als godgeleerde en kerkredenaar was Van Oosterzee een uitzonderlijk productief auteur. Zijn geschriften werden geroemd om hun welsprekende, beeldrijke stijl, die zijn reputatie als redenaar weerspiegelde en ertoe leidde dat zijn prozawerk ook tot de letterkunde werd gerekend. Zijn proza overtrof zijn poëzie zodanig, dat zijn dichterlijke gaven voor een deel van zijn bewonderaars minder bekend zijn gebleven.[6]
Als kerkredenaar genoot hij grote bekendheid; zijn welsprekende stijl trok overvolle kerken, met name tijdens zijn predikantschap in Rotterdam. Volgens tijdgenoten reisden toehoorders soms ’s nachts om hem de volgende dag te horen preken, en bleven kerkgangers van de ochtenddienst de gehele middag in de kerk om hun zitplaatsen voor de middagdienst te behouden.[6]
Bij de eerste steenlegging van het Nationaal Monument op Plein 1813 te Den Haag hield Van Oosterzee op 17 november 1863 in aanwezigheid van de koning de feestrede, die door tijdgenoten tot zijn meest geslaagde publieke toespraken werd gerekend.[8] Van Oosterzee behoorde tot de weinige predikanten wier optreden bij kerkelijke en publieke gelegenheden grote publieke belangstelling trok.[6]
Van Oosterzee onderhield contacten met vooraanstaande figuren uit het Nederlandse protestantisme, waaronder Isaäc da Costa, Guillaume Groen van Prinsterer en Hendrik Jacob Koenen. Hij oefende aanzienlijke invloed uit op het kerkelijk leven van zijn tijd en inspireerde een groot aantal predikanten.[9]
Naast zijn kerkelijke en academische functies was Van Oosterzee actief binnen diverse wetenschappelijke en culturele genootschappen. Hij was lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, de Historisch-Theologische Gesellschaft te Leipzig, de Nederlandse Gustaaf-Adolf-Vereniging, de Provinciale Utrechtsche Maatschappij van Kunsten en Wetenschappen, de Noord-Brabantsche Maatschappij van Kunsten en Wetenschappen te ’s-Hertogenbosch en het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte te Rotterdam.[10][11]
Na zijn overlijden, waarbij zijn collega Doedes en dichter-predikant Jan Jakob Lodewijk ten Kate, ondanks de erkenning van zijn menselijke tekortkomingen, lovende grafredenen uitspraken,[6] werd Van Oosterzee herdacht als een van de toonaangevende kerkleraren van de negentiende eeuw. Ds. Allard Pierson (1831–1896), die kritisch over Van Oosterzee oordeelde, schreef dat hij “gedurende veertig jaar als kerkleraar een door niemand geëvenaarde betekenis in Nederland heeft gehad”.[6]
Van Oosterzee werd onderscheiden met verschillende binnen- en buitenlandse ridderorden. Hij was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, ridder in de Zweedse Orde van de Poolster en ridder derde klasse in de Pruisische Kroonorde. In 1869 werd hij benoemd tot Commandeur in de Orde van de Eikenkroon.[6]
Theologie en werk
Van Oosterzee vertegenwoordigde een gematigde, ethisch georiënteerde orthodoxie binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij verstond het christelijk geloof niet als een filosofisch systeem of morele leer, maar als antwoord op de openbaring van God, met name in de persoon en het werk van Jezus Christus zoals daarvan in de Schrift wordt getuigd. Vanuit dit uitgangspunt nam hij wetenschappelijke en historische kritiek serieus, zonder de normatieve betekenis van die openbaring te laten bepalen door voorafgaande rationalistische aannames. De grond van het christelijk geloof zag hij niet in menselijke rede of wetenschap, maar in de openbaring van God zoals die in de Bijbel is gegeven.[6] Als theoloog, apologeet en hoogleraar op het gebied van de homiletiek verdedigde hij dit uitgangspunt tegen invloedrijke intellectuele en theologische stromingen van zijn tijd, waaronder het filosofisch materialisme, zoals vertegenwoordigd door Jacob Moleschott, het rationeel-empirische positivisme van Cornelis Willem Opzoomer en de zogenoemde ‘moderne theologie’ van Jan Hendrik Scholten.[12][13] In latere jaren mengde hij zich ook in het debat over de theopneustie (de inspiratie van de Schrift), onder meer in reactie op opvattingen die binnen het opkomende neocalvinisme rond Abraham Kuyper werden verdedigd.[10]
In zijn vroege theologische ontwikkeling stond Van Oosterzee onder invloed van Friedrich Schleiermacher, met diens nadruk op het persoonlijk religieus bewustzijn en het geweten als uitgangspunt van het geloof. In de loop van zijn carrière, met name na een polemiek met Opzoomer, nam hij afstand van een primair subjectieve benadering van religie. Daartegenover stelde hij de objectieve heilsfeiten van het christelijk geloof — zoals geopenbaard in de Bijbel en onderzocht met behulp van historische kritiek — als normatief uitgangspunt van zijn theologie.[6][10]
Van Oosterzee positioneerde zich daarmee tussen enerzijds het radicale modernisme, dat het christelijk geloof grotendeels herleidde tot ethiek of religieus bewustzijn, en anderzijds een strikt dogmatische orthodoxie. Zijn positie werd in eigentijdse beschrijvingen wel aangeduid als evangelisch en christelijk-orthodox.[6] In kerkelijk en intellectueel opzicht sloot hij aan bij het Nederlandse Réveil en verwierf hij aanzien als apologeet tegen het modernisme.[9]
Tegelijkertijd bleef Van Oosterzee op zekere afstand van de later opkomende neocalvinistische richting. Tegen het einde van zijn loopbaan wonnen zowel deze stroming, die sterk werd bepaald door het leiderschap van Abraham Kuyper, als de jongere vertegenwoordigers van de zogenoemde ethische richting aan invloed, waardoor Van Oosterzee’s positie binnen het theologische debat geleidelijk minder dominant werd.[6]
In zijn prediking legde Van Oosterzee de nadruk op de verkondiging van het Evangelie volgens de Schrift, meer dan op abstracte dogmatische disputen.[6] In christologie stond hij een uitgesproken supernaturalistische positie voor: de goddelijke oorsprong en bovennatuurlijke aspecten van Christus’ persoon en werk achtte hij onmisbaar. In de eschatologie werd Van Oosterzee door latere onderzoekers wel gekarakteriseerd als een gematigd chiliast of premillennialist, zonder dat dit aspect een centrale plaats innam in zijn theologische arbeid.[14][10]
In de periode 1846–1870 werden ongeveer 270 van zijn preken gedrukt en uitgegeven in meer dan twaalf delen, wat zijn grote betekenis als prediker onderstreept. [14] Hij beschouwde de kansel primair als plaats van geestelijke opbouw en verkondiging, niet als forum voor academisch-dogmatische speculatie. Zijn prediking was erop gericht de hoorders te stichten en tot geloof te brengen, meer dan hen systematisch-theologisch te instrueren.[10] Zijn welsprekende stijl werd breed geroemd; tijdgenoten beschreven dat hij preken vaak in één dag volledig uitschreef en geheel uit het hoofd leerde.[6]
Publicaties en internationale invloed
Van Oosterzee was auteur en medeauteur van talrijke theologische werken en brochures. In 1867 publiceerde hij de bundel Reformatie en revolutie, bestaande uit vijftig korte aphorismen, uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de Evangelische Alliantie in Amsterdam.[15] Tot zijn belangrijkste werken behoren onder meer zijn meerdelige Het leven van Jezus (1846–1851), zijn driedelige Christologie des Ouden en Nieuwen Verbonds (1855–1861) en de leerboeken Theologie des Nieuwen Verbonds (1867), Christelijke Dogmatiek (1870–1872) en Praktische Theologie (1877–1878).[7]
Zijn belangrijkste werken werden vertaald in meerdere talen, waaronder Duits, Engels en Frans. In Frankrijk verscheen tussen 1877 en 1880 een driedelige selectie-uitgave van zijn werk (Œuvres complètes).[14] Vooral zijn Praktische Theologie werd internationaal invloedrijk; de Engelse vertaling verscheen in 1879 in New York en gold daar, samen met het werk van Alexandre Vinet, als een van de meest toonaangevende handboeken voor de praktische theologie in de negentiende eeuw.[14][10]
Ook in Scandinavië vonden zijn geschriften verspreiding; enkele kleinere werken werden in het Zweeds vertaald, waaronder een historische schets over Emanuel Swedenborg.[14] Van Oosterzee’s betrokkenheid bij de Evangelische Alliantie, zijn optreden op internationale bijeenkomsten en zijn lidmaatschap van diverse buitenlandse wetenschappelijke en theologische genootschappen droegen bij aan zijn bekendheid buiten Nederland.[10][11]
Receptie en latere beoordeling
In latere studies is het praktisch-theologisch werk van Van Oosterzee opnieuw onderzocht. Zo wijdde de hervormde predikant en theoloog Anthonius van Brummelen in 1980 zijn proefschrift aan Van Oosterzee’s praktisch-theologisch onderwijs, waarin hij met name diens bijdrage aan de homiletiek en de nadruk op de kerkelijke praxis analyseerde.[16] Ook is er recent hernieuwde belangstelling voor de negentiende-eeuwse ‘apologeten’, zoals Van Oosterzee en Doedes, in contrast met zowel de orthodoxie van Kuyper als het liberalisme; zij worden daarbij gezien als vroege verdedigers van een theologie die geloof en moderne kennis met elkaar wil verbinden. In deze hernieuwde belangstelling wordt Van Oosterzee geplaatst als vertegenwoordiger van een irénische orthodoxie, waarin confessionele overtuiging werd verbonden met wetenschappelijke reflectie en kerkelijk engagement, en waarvan de invloed zich vooral manifesteerde in de prediking en het theologisch denken binnen de Nederlandse Hervormde Kerk.
Familie
Hij was een telg uit het geslacht Van Oosterzee dat is opgenomen in het genealogische naslagwerk Nederland's Patriciaat. Hij was zoon van Mattheus Henrik van Oosterzee (1779-1823), ontvanger der stedelijke accijnzen te Rotterdam en diens tweede echtgenote, de in Ritthem geboren domineesdochter Debora Jacoba Thomson (1777-1844). Zijn jongere broer Pieter Cornelis van Oosterzee (1819-1882) was president van de factorij der Nederlandsche Handel Maatschappij te Batavia. Hij groeide op in de Oppert in Rotterdam.
Van Oosterzee huwde op 28 januari 1841 te Baarn met Cornelia Maria Elisabeth de Wilde (1821-1890), dochter van Andries de Wilde, heer van Soekaboemi op Java en het landgoed Pijnenburg te Baarn. Het echtpaar kreeg dertien kinderen, waarvan er zes kort na de geboorte overleden.
De oudste zoon - Mattheus Jacobus van Oosterzee (1841-1901) - was advocaat bij het Hoog Militair Gerechtshof.
Twee van zijn zonen - Pieter Cornelis (1848-1932) en Christiaan Mari van Oosterzee (1854-1912) - waren eveneens hervormd predikant.
Andries (1843-1920) en Johannes Jacobus van Oosterzee (1847-1916) waren koopman in onder meer Nederlands-Indië.
Eén van zijn twee dochters - Sophia Henriëtte Kautzmann-van Oosterzee (1852-1934) - echtgenote van de bibliothecaris van Marianne van Oranje-Nassau[17] - was schrijfster.[18] De jongste dochter - Johanna Mathilda (1856- 1939) - huwde de dolerende predikant Hendrik Hoyte Veder (1853-1913), telg uit het Rotterdamse geslacht van reders Veder.
Componiste en dirigente Cornélie van Oosterzee (1863-1943) was oomzegster van hem en Engelandvaarder Chris van Oosterzee (1922-1989) een achterkleinzoon.
Van Oosterzee woonde met zijn gezin op de buitenplaats Hofwijck[19] in Voorburg en na zijn benoeming als hoogleraar aan de Drift in Utrecht.
Tijdens het kuren in hotel "Allée Saal" in Bad Langenschwalbach werd hij onwel. Hij werd overgebracht naar een hospitaal te Wiesbaden, waar hij op 65-jarige leeftijd overleed. Van Oosterzee werd op 3 augustus 1882 begraven op de begraafplaats Soestbergen in Utrecht en zijn graf is een geklasseerd funerair rijksmonument.[20]
Postuum
In de wijk het Nieuwe Westen te Rotterdam werd een straat naar Jan van Oosterzee vernoemd en op een hoek is een schild geplaatst met een strofe uit een tussenrijm van zijn hand:
Mont-Blanc
Daar staat gij, als Monarch, omringd met eerlauwrieren.
De bergen om u heȇn zijn als uw lijfstaffieren,
Wier neȇrgedoken kruin uw grootheid hulde doet.
U strekt een rots ten Troon, een ijswrong siert uw slapen,
Uw mantel is van sneeuw, lawinen zijn uw wapen,
En gletschers 't vloertapeet, dat g' uitrolt voor uw voet.
Bibliografie
- 1840 - Disputatio theologica de Jesu, e virgine Maria nato. Proefschrift Utrecht (Digitale versie)
- 1843 - Afscheid aan mijne hartelijk geliefde gemeente van Eemnes Binnendijks. 1 Oct. 1843 (Digitale versie)
- 1845 - Leerrede over de zaligheid der hongerigen en dorstigen naar geregtigheid. Volgens Matth. 5. vs. 6 (Digitale versie)
- 1846 - Verhandeling over de waarde van de handelingen der apostelen. Ook met de titel (niet op titelblad): Verhandeling tot beantwoording der vraag: welk eene waarde bezitten de Handelingen der apostelen, zoo in het algemeen ten bewijze van den geschiedkundigen oorsprong des Christendoms, als in het bijzonder ter afwering van de aanvallen, door dr. D.F. Strauss en anderen daartegen gerigt? (Digitale versie)
- 1846 - Leerredenen van J. J. van Oosterzee (Digitale versie)
- 1846-1851 - Het leven van Jezus (Kemink en Zoon)
- Eerste deel (Digitale versie)
- Tweede deel (Digitale versie)
- Derde deel (Digitale versie)
- 1847 - Aärons dood : leerrede over Numeri XX: 23-29, uitgesproken na het overlijden van A. de Vries, predikant te Rotterdam (Digitale versie)
- 1848 - Nieuwe leerredenen (Digitale versie)
- 1848 - Herinnering aan Abraham des Amorie van der Hoeven, Jr. (Digitale versie)
- 1848 - De Zuiderkerk te Rotterdam (Digitale versie)
- 1849 - Oudejaarsavond 1848. Leerrede over Openb. XXI: 6 (Digitale versie)
- 1849 - Onderzoek naar de echtheid van de geschiedenis der overspelige vrouw. Johannes VII:53-VIII:11 (Digitale versie)
- 1849 = Het avondmaal en de heilige kunst. Eene proeve (Digitale versie)
- 1850 - Proza en poëzy door Abm. Des Amorie van der Hoeven Jr. Bevat tevens: Herinnering aan Abraham Des Amorie van der Hoeven Jr. door J.J. van Oosterzee (Digitale versie)
- ca. 1850 - Een viertal leerredenen (Digitale versie)
- ca. 1850 - Een avond op Karmel. 1 Kon. XVIII: 41-46 (Digitale versie)
- 1851 - De lijdensweek des Heeren. Een historisch onderzoek (Digitale versie)
- 1851 - Woorden des levens. Leerredenen (Digitale versie)
- 1851 - Het boek der toekomst. Nieuwjaars leerrede over Openbaring V: 7 (Digitale versie)
- 1851 - De leer der Herv. Kerk enz. van Dr. J. H. Scholten, hoogleeraar te Leijden, beschouwd en aangekondigd (Digitale versie)
- 1851 - De kruisiging. Leerrede over Marc. XV: 22-25, 27, 28 (Digitale versie)
- 1851 - De regtvaardiging uit het geloof. Leerrede over Rom. I: 16, 17a (Digitale versie)
- 1851 - Geloofsroem. Leerrede over Rom. VIII : 24 - 39 (Digitale versie)
- 1851 - Het brood des levens. Leerrede (Digitale versie)
- 1851 - De Christusregering voltooid. Leerrede (Digitale versie)
- 1851 - Christus en de heidenwereld. Opwekkende rede [naar aanleiding van Matth. XV:21-28] uitgesproken bij de Broedergemeente te Zeist, den 6den Augustus 1851, bij gelegenheid der algemeene vergadering van de Societeit tot uitbreiding van het evangelie onder de heidenen (Digitale versie)
- 1851 - Verscheidenheid en eenheid van Jezus' discipelen. Leerrede over Joh. I: 35-52 (Digitale versie)
- 1851 - Het visioen der opstanding. Leerrede over Ezech. XXXVII: 1-14 (Digitale versie)
- 1851 - De veertig dagen des Heeren. Een historisch onderzoek (Digitale versie)
- ca. 1851 - Ook een woord over eschatologie. Brief aan Ds. M.A. Jentink. Overdr. uit: Jaarboeken voor wetenschappelijke theologie ; IX. deel., 4. stuk, 1851 (Digitale versie)
- 1852 - Stemmen van Patmos. Leerredenen over de brieven aan de zeven gemeenten van Klein-Azië (Digitale versie)
- 1853 - Toespraken Bij de algemeene vergadering van het Nederlandsche Zendelinggenootschap 1853 (Digitale versie)
- 1853 - De slaande engel. Leerrede over 2 Chron. VII: 13b, 14 (Digitale versie)
- 1853 - Rome's overwinnaar. Toespraak en gebed, gehouden te Rotterdam in de Zondagavond-godsdienstoefening van 10 april 1853 (Digitale versie)
- 1853 - Een oude strijd. Leerrede over Hand. XXVIII. 22b (Digitale versie)
- 1853 - Bedreigd, maar veilig. Leerrede op den gedenkdag der Kerkhervorming, 6 November 1853 (Digitale versie)
- 1853 - Het nieuwe ministerie. Auteur is vermoedelijk: J.J. van Oosterzee. Het betreft het Ministerie Van Hall-Donker Curtius
- 1853 - Op reis. Bladen uit de portefeuille van J.J. van Oosterzee (Digitale versie)
- 1853 - Strijd en verzoening. Een honderdtal aphorismen over kerkelijke tijds- en levensvragen (Digitale versie)
- ca. 1853 - Leerrede over de zaligheid der hongerigen en dorstigen naar geregtigheid volgens Matth. 5: vs. 6 (Digitale versie)
- 1854 - Eene stem van veertig jaren (Digitale versie)
- 1854 - Vijftal leerredenen (Digitale versie)
- 1854 - Het laatste oordeel. Leerrede over Openb. XX: 11, 12 (Digitale versie)
- 1855 - Natuur en Schrift. Twee leerredenen (Digitale versie)
- 1855 - Jacques Saurin. Eene bladzijde uit de geschiedenis der kanselwelsprekendheid (Digitale versie)
- 1855 - Een geopende deur en vele tegenstanders. Opwekkende rede, gehouden bij de Algemeene Vergadering van het Nederlandsche Zendelinggenootschap, te Rotterdam, den 18en Julij 1855 (Digitale versie)
- 1855 - Christologie van het oude verbond (Digitale versie)
- 1855-1861 - Christologie : onderzoek naar den persoon en het werk des Verlossers. Een handboek voor christenen, die weten willen in wien zij gelooven. 3 delen
- 1856 - De betrekking van Göthe tot het christendom (Digitale versie)
- 1856 - Nineveh en de Heilige Schrift. Eene voorlezing (Digitale versie)
- 1856 - Replieken en antikritieken. Overdr. uit: Jaarboeken voor wetenschappelijke theologie; dl. 13, 1855, p. 529-618 (Digitale versie)
- 1856 - De Brief aan Philémon (Digitale versie)
- 1857 - Christologie van het nieuwe verbond (Digitale versie)
- 1857 - Mededeeling aangaande eene aangelegenheid van algemeen protestantsch belang (Digitale versie)
- 1857 - Een papieren noodmunt. De Gustaaf-Adolf-Vereeniging aanbevolen (Digitale versie)
- 1857 - Nog een reisblad van Dr. J.J. van Oosterzee aan Dr. S. Hofmeyr (Digitale versie)
- 1857-1861 - Redevoeringen, verhandelingen en verspreide geschriften (Digitale versie)
- 1859 - Dichterlijk genie. Eene Schiller-studie (Digitale versie)
- 1859 - Mozes. Twaalf leerredenen (Digitale versie)
- 1859 - Een blik op theorie en praktijk der evangelieprediking in het hedendaagsche Duitschland (Digitale versie)
- 1859 - Bethesda. Leerrede over Joh. V: 1-16 (Digitale versie)
- 1860 - Het hoogepriesterlijk gebed. Leerrede over Johannes XVII (Digitale versie)
- 1860 - Levensvragen, beantwoord in leerredenen (Digitale versie)
- ca. 1860 - Uit de reisportefeuille van J.J. van Oosterzee (Digitale versie)
- 1861 - Het Christusbeeld der Schrift
- 1861 - Geschiedenis onzer theologie? Proeve van historische kritiek (Digitale versie)
- 1861 - Levend water. Leerrede over Ezech. XLVII: 1-12, gehouden 20 Januarij 1861, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam (Digitale versie)
- 1861 - Iets over Da Costa (Digitale versie)
- 1861 - Het Christusbeeld der Schrift. Titel keerzijde titelblad: Christologie van het oude en nieuwe verbond (Digitale versie)
- 1861 - Wees een zegen! Leerrede over Genesis XII: 2b (Digitale versie)
- 1861 - Redevoeringen, verhandelingen en verspreide geschriften. II: Varia. Verspreide geschriften (Digitale versie)
- 1862 - Voornaam ongeloof. Leerrede over Johannes VII: 48 (Digitale versie)
- 1863 - Oratio de scepticismo, hodiernis theologis caute vitando. Inaug. rede Utrecht (Digitale versie)
- 1863 - Gewijde bladen. Gedenkboek der geschiedenis des Ouden Verbonds (Digitale versie)
- 1863 - Hoe moet het modern naturalisme bestreden worden? Toespraak bij de hervatting der academische werkzaamheden in September 1863. door J.J. van Oosterzee; voorafgegaan door een brief aan D. Chantepie de la Saussaye, predikant te Rotterdam (Digitale versie)
- 1863 - Een biddend vaarwel. Afscheid aan mijne hartelijk geliefde gemeente te Rotterdam (Digitale versie)
- 1863 - De hoogste wetenschap. Leerrede over 1 Corinth. II: 2. Inleiding tot de lijdensprediking (Digitale versie)
- 1863 - Gedachtenis. Tien leerredenen (Digitale versie)
- 1863 - Het evangelie in Italie. Eene mededeeling bij gelegenheid der Algemeene Vergadering van de Nederlandsche Gustaaf-Adolf-Vereeniging te Delft, Sept. 1862, later in gewijzigden vorm als Voorlezing voorgedragen in eene protestantsche Vereeniging in Utrecht, 31 Maart 1863 (Digitale versie)
- 1864 - Een koningswoord tot eene strijdende kerk (Digitale versie)
- 1864 - Het eeuwig evangelie. Leerrede over Mattheus XXIV vs. 35, uitgesproken te 's Gravenhage, den 17en Julij 1864 (Digitale versie)
- 1864 - Feestbundel. Leerredenen (Digitale versie)
- 1864 - Levensberigt van H. Bouman (Digitale versie)
- 1865 - Een psalm der bevrijding. Leerrede op het halve eeuwfeest van Waterloo (Digitale versie)
- 1865 - Zullen wij nog theologie studeeren, of niet? (Digitale versie)
- 1865 - Eene ziel na den dood. J.L. Heibergs gedicht van dien naam besproken (Digitale versie)
- 1865 - Zestal leerredenen (Digitale versie)
- 1866 - Welke theologie is in staat, de stormen van dezen tijd te verduren?. Toespraak bij de hervatting der academische werkzaamheden in Sept. 1866 (Digitale versie)
- 1866 - Christelijke tijdstemmen. Tien leerredenen (Digitale versie)
- 1866 - Niet verouderd. Leerrede ter gedachtenis der vervulde vijf en twintig jarige evangeliebediening (Digitale versie)
- 1866 - Bloemen van Bijbelschen grond (Digitale versie)
- 1867 - De goede herder. Leerrede (Digitale versie)
- 1867 - Het Johannes-evangelie. Een viertal apologetische voorlezingen (Digitale versie)
- 1867 - Reformatie en revolutie. Een vijftigtal aphorismen (Digitale versie)
- 1867 - Van welke theologen is iets goeds voor de toekomst der kerk te verwachten?. Toespraak bij de hervatting der academische werkzaamheden in September 1867 (Digitale versie)
- 1867 - De vrouw en de nieuwe litteratuur. Eene voorlezing (Digitale versie)
- 1867 - De theologie des Nieuwen Verbonds. Een handboek voor academisch onderwijs en eigen oefening (Digitale versie)
- Geloofsstrijd: een tijdperk (1868)
- 1869 - Oratio de religione christiana, optima verae humanitatis magistra. Rectorale rede Utrecht (Digitale versie)
- 1869 - Het licht onder kennis. Academie-preek (Digitale versie)
- 1869-1870 - De Heidelbergsche Catechismus in twee en vijftig leerredenen
- 1870 - Lankmoedigheid en kracht. Tijdpreek (Digitale versie)
- 1871 - Verwoesting en herstelling. Twee tijdpreeken. Uitgegeven ten voordeele der noodlijdende Nederlanders in Holland, Michigan, Noord-Amerika (Digitale versie)
- 1870-1872 - Christelijke dogmatiek. Een handboek voor academisch onderwijs en eigen oefening
- I (Digitale versie)
- II. 1 (Digitale versie)
- II. 2 (Digitale versie)
- 1872-1873 - Laatste leerredenen (Digitale versie)
- 1872 -1875 - Voor kerk en theologie. Mededeelingen en bijdragen
- Eerste deel (Digitale versie)
- Tweede deel (Digitale versie)
- 1873 - Het christelijk kerkjaar (Digitale versie)
- 1873 - Emanuel Swedenborg, de noordsche geestenziener. Eene historische schets (Digitale versie)
- 1873 - Geen dageraad. Tijdpreek over Jesaia 8: 20, uitgesproken te 's Gravenhage, 16 november 1873 (Digitale versie)
- 1873 - Van waar en waarheen? Eeuwrede op den jubeldag van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, 24 Junij 1873
- 1873 - "Hebt gij Mij lief?" Leerrede [over Joh. 21: 15-19] ter bevestiging van zijnen zoon P.C. van Oosterzee als herder en leeraar te Heino, 27 April 1873 (Digitale versie)
- 1874 - Dichter bij God. Inwijdingsrede der Badkapel te Scheveningen (over Psalm 84) (Digitale versie)
- 1875 - Het jaar des heils. Levenswoorden voor iederen dag. Een christelijk huisboek (Digitale versie)
- 1876 - De dogmatiek en hare toekomst. Toespraak bij de hervatting zijner lessen (Sept. 1876) (Digitale versie)
- 1877 - Evangelie-arbeid. Bevestigingsrede (Digitale versie)
- 1877 - Het vaste fundament. Leerrede van J.J. van Oosterzee, (bij het aftreden als academieprediker te Utrecht) (Digitale versie)
- 1878 - Partijkeus en partijzucht. Toespraak bij de hervatting zijner lessen (Sept. 1878) (Digitale versie)
- 1878 - Het licht in het duister. Leerrede (Digitale versie)
- 1880 - Na veertig jaren. Toespraak bij de hervatting zijner lessen (Sept. 1880) (Digitale versie)
- 1882 - Uit mijn troostbijbel. Iets voor stillen in den lande (Digitale versie)
- 1883 - Uit mijn levensboek - J.J.van Oosterzee (Kemink)
- 1883 - Ter nagedachtenis van Dr. J. J. van Oosterzee - Jacob Isaak Doedes
Vertalingen
- 1858 - De woorden van Jezus verklaard voor het christelijk huisgezin. Vert. van: Die Reden des Herren Jesu door Rudolf Stier
Literatuur
- 1846 - C.W. Opzoomer. De gevoelsleer van Dr. J. J. van Oosterzee, beoordeeld. Bevat: Kritiek op "Proeve over den tegenwoordigen stand der apologetische wetenschap en hare wenschelijke ontwikkeling in onze dagen" door J.J. van Oosterzee, en: Dupliek ter wederlegging der antikritiek van Dr. J.J.van Oosterzee (Digitale versie)
- 1847 - C.J. van Heusden Jz. Eene wetenschappelijke beschouwing der natuur in haren geheelen omvang, het middel om tot waarheid te geraken : eene bijdrage tot opheldering van het Godsbegrip ter gelegenheid van de wetenschappelijke geschillen tusschen den Heer Mr. Opzoomer en de Heren Dr. Scholten, Dr. Oosterzee en anderen (Digitale versie)
- 1848 - De godsdienst, het wezen van den mensch : brief aan Dr. J.J. van Oosterzee van Abm. des Amorie van der Hoeven Jr. (Digitale versie)
- 1851 - J.H. Scholten. Dr J. J. van Oosterzee's beschouwing van het werk. De leer der Hervormde Kerk in hare grondbeginselen, enz. (Digitale versie)
- 1871 - Contra-pleidooi van J. Visscher. Alweder een "advocatus diaboli", in den persoon van den Utrechtschen hoogleeraar dr. J. J. van Oosterzee (Digitale versie)
- 1840 - M. van Rhijn. Gemeenschap en vereenzaming : een studie over J.J. van Oosterzee
- 1980 - Anthonius van Brummelen. Het praktisch-theologisch onderwijs van J.J. van Oosterzee. Proefschrift (Theol.) Utrecht. Met samenvatting in het Duits
Externe links
- Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
- Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1883 - Levensschets van Johannes Jacobus van Oosterzee
- Profiel bij Universiteit Utrecht
- 1 2 Gemeinsame Normdatei; geraadpleegd op: 14 oktober 2015; GND-identificatiecode: 104288469.
- 1 2 "Johannes Jacobus van Oosterzee"; Biografisch Portaal; Biografisch Portaal-identificatiecode: 82875902.
- ↑ SNAC; geraadpleegd op: 9 oktober 2017; genoemd als: Jan Jacob van Oosterzee; SNAC-identificatiecode: w67m4gh7.
- 1 2 3 Catalogus Professorum Academiae Rheno-Traiectinae; geraadpleegd op: 5 februari 2019; Catalogus Professorum Academiae Rheno-Traiectinae-identificatiecode: 1572.
- ↑ "Geen ander Evangelie. Leerrede over Hand. IV:12A"; geraadpleegd op: 14 maart 2021.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1883 – Levensschets van J.J. van Oosterzee
- 1 2 3 Universiteit Utrecht – Hooglerarenprofiel J.J. van Oosterzee
- ↑ Het Willemspark en het Nationaal Monument op Plein 1813 (pdf), p. 8–9.
- 1 2 A.Th. van Deursen, Opwekking van de natie. Het protestantse Réveil in Nederland. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005. ISBN 9789087042639.
- 1 2 3 4 5 6 7 J.I. Doedes & S.D.D. van Veen, “Oosterzee, Johannes Jacobus van”, in: Realencyklopädie für protestantische Theologie und Kirche, 3e druk, deel 14, Leipzig: Hinrichs, 1904, p. 379–386.
- 1 2 R.H. Bremer, “Oosterzee, Johannes Jacobus van”, in: Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme, deel 2, Kampen: J.H. Kok, 1983, p. 351–356.
- ↑ C.W. Opzoomer, De gevoelsleer van Dr. J.J. van Oosterzee, beoordeeld (1846)
- ↑ J.H. Scholten, Dr. J.J. van Oosterzee's beschouwing van het werk (1851)
- 1 2 3 4 5 S.D. van Veen, “Oosterzee, Jan Jakob van”, in: New Schaff–Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge, vol. 8, New York/London: Funk & Wagnalls, 1910, p. 241–242.
- ↑ Google Books – Reformatie en revolutie
- ↑ Van Brummelen, A. ‘‘Het praktisch-theologisch onderwijs van J.J. van Oosterzee’’. Proefschrift, Rijksuniversiteit Utrecht (1980).
- ↑ Toen Voorburg-Leidschendam - Fonteynenburgh. Gearchiveerd op 25 september 2020.
- ↑ Digitale Bibliotheek van Nederland (dbnl) - Sophie Henriette Kautzmann-van Oosterzee (alias Julia).
- ↑ Buitenplaats Hofwijck
- ↑ Informatie over rijksmonumentnummer 514333
| Voorganger: Willem Koster |
Rector magnificus van de Universiteit Utrecht 1868 – 1869 |
Opvolger: Barthold Jacob de Geer van Jutphaas |
