Johannes Christiaan Cornelis Tonnet
| Johannes Christiaan Cornelis Tonnet | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Geboren | 9 juli 1867 Den Haag | |
| Overleden | 4 maart 1937 Vorden | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | Artillerie | |
| Dienstjaren | 1882-1924 | |
| Rang | ||
| Onderscheidingen | zie onderscheidingen | |
Johannes Christiaan Cornelis Tonnet (Den Haag, 9 juli 1867 – Vorden, 4 maart 1937) was een Nederlands generaal-majoor der artillerie die heeft gediend als militair-attaché en inspecteur der Artillerie.
Biografie
Tonnet werd geboren te Den Haag als zoon van Engelbert Jan Dirk Frederik Tonnet en Anna Maria Thiel. Hij trouwde met jkvr. Ernestina Catharina Christina Coenradina Coenen. Hun zoon, Christiaan Tonnet, werd later luitenant-kolonel.
Tonnet volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (1882–1886). Tonnet werd op 29 augustus 1886 benoemd tot tweede luitenant bij het 2e Regiment Vestingartillerie. In de eerste jaren van zijn loopbaan werd hij regelmatig gedetacheerd voor bijzondere diensten: in 1890 bij de commandant der vestingartillerie, en vanaf 1893 bij de Artillerieschietschool, waar hij belast werd met de schietopleiding.
In november 1895 werd hij overgeplaatst naar de Hogere Krijgsschool, waar hij aanvullende opleiding en stafvorming genoot. Na zijn terugkeer bij het regiment in 1898 werd hij in 1899 opnieuw adjudant, ditmaal in stafverband. Van 1901 tot 1902 diende hij bij het bureau van de Chef van de Generale Staf, waarna hij per 1 november 1902 benoemd werd tot leraar aan de Hogere Krijgsschool. In 1907 keerde hij terug naar de Generale Staf, gevolgd door een detachering bij het 2e Regiment Veldartillerie (1910) en het 4e Regiment Vestingartillerie.
Op 1 mei 1913 werd hij majoor bij de Generale Staf en benoemd tot hoofd van de IIe afdeling van het Departement van Oorlog, destijds een belangrijke beleidsafdeling. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Nederland neutraal was, werd Tonnet aangesteld als militair attaché bij het Nederlandse gezantschap in Londen.
Met ingang van 1 augustus 1920 werd Tonnet bevorderd tot generaal-majoor en aangesteld als inspecteur der Bereden Artillerie. Per 15 november 1921 werd hij vervolgens benoemd tot inspecteur der Artillerie, een functie die hij tot 1 mei 1924 vervulde.
De zaak-Boeijink
Na zijn pensionering verwierf Tonnet landelijke bekendheid door zijn betrokkenheid bij de zogenoemde zaak-Boeijink. De landarbeider H.J. Boeijink was volgens Tonnet ten onrechte uit zijn huis aan de Schoneveldsdijk bij Vorden gezet. Verontwaardigd begon hij een landelijke inzamelingsactie om Boeijink aan een nieuwe woning te helpen. De oproep kreeg grote respons: circa 2.500 burgers doneerden meer dan ƒ 6.000, waarmee een perceel bosgrond werd aangekocht en een nieuwe woning kon worden gebouwd.[1]
Tonnet overleed op 4 maart 1937 in Vorden na een korte periode van ongesteldheid.[2]
Staat van dienst
- Tweede luitenant: 1886
- Eerste luitenant: 1889
- Kapitein: 1901
- Majoor: 1913
- Luitenant-kolonel: 1915
- Kolonel: 1918
- Generaal-majoor: 1920
Onderscheidingen
- Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (1909)
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1922)
- Commandant in de Orde van het Britse Rijk (1920)
- Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier (1901)
Publicaties
- Overzicht over het verloop van den wereldoorlog 1914-1918. Koninklijke Militaire Academie (1921).
- Tonnet (1917). Moderne oorlogsvoering. Bewegingskrijg en loopgravenstrijd. Orgaan der Vereeniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap
Bron
- Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag
- ↑ "Overdracht van de woning aan H.J. Boeijink door den gepens. generaal-majoor J.C.C. Tonnet", De Graafschap-bode, 24 oktober 1934. – via Delpher.
- ↑ "Generaal-majoor J.C.C. Tonnet", Haagsche courant, 5 maart 1937. – via Delpher.
| Inspecteur der Artillerie 1921-1924 |
Opvolger: E.F. Insinger |
