Johann Andreas Kauchlitz Colizzi
| Johann Andreas Kauchlitz Colizzi | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Portret door Louis Bernard Coclers (ca. 1800) | ||||
| Ook bekend als | Johannes Colizzi | |||
| Geboortedatum | ca. 1740 | |||
| Geboorteplaats | Chrudim (Bohemen) | |||
| Overlijdensdatum | 15 augustus 1808 | |||
| Overlijdensplaats | Den Haag | |||
| Geboorteland | ||||
| Land | ||||
| Beroep(en) | Componist, clavecinist, hofmusicus, grafisch kunstenaar, taaldocent | |||
| Werken in collectie | Koninklijke Verzamelingen | |||
| (en) Allmusic-profiel | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Johann Andreas Kauchlitz Colizzi (Chrudim, ca. 1740 – Den Haag, 15 augustus 1808) was een Boheemse componist, clavecinist, hofmusicus, grafisch kunstenaar, taalleraar en vrijmetselaar die werkzaam was in Leiden en Den Haag. Zijn werk werd gewaardeerd aan het hof van de Oranjes en binnen de loge La Vertu te Leiden. Als een van de eerste componisten schreef hij specifiek muziek voor een Nederlandse vrijmetselaarsloge, waarmee hij een bijzondere plaats inneemt in de Nederlandse muziekgeschiedenis.[1]
Leven en carrière
Vroege jaren
Colizzi publiceerde zijn eerste liedbundel in 1766 te Braunschweig. Op 15 juni 1766 werd hij aangesteld als docent Italiaans aan de Universiteit Leiden. Ter gelegenheid van het huwelijk van prins Willem V en Wilhelmina van Pruisen publiceerde hij een verzameling liederen en dansen.[1]
In 1772 trouwde hij in Leiden met Cornelia Maria van Dinter, dochter van arts Hermanus van Dinter.[2]
Hofmusicus en theoreticus
In 1774 publiceerde Colizzi zijn theoretische werk Dissertatio Philosophica De Sono, dat mogelijk teruggaat op een manuscript uit circa 1768. Deze verhandeling toont zijn diepere interesse in muziektheorie en akoestiek.
In april of mei 1777 werd hij benoemd tot hofklavecinist aan het stadhouderlijk muziekkorps in Den Haag. Hij gaf muzieklessen aan onder anderen prins Willem Frederik (de latere koning Willem I) en prinses Wilhelmina.[1] Deze positie bracht hem in contact met de hoogste kringen van de Nederlandse samenleving.
Colizzi overleed op 15 augustus 1808 in Den Haag en werd begraven op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Hij werd geportretteerd door Louis Bernard Coclers. Het portret toont hem als geleerde met ganzenveer en boeken, gekleed in een gepoederde pruik.[1]
Muzikaal oeuvre
Colizzi was een productief componist met minstens 180 bekende werken. Zijn repertoire omvatte:
- pianomuziek (voor clavecimbel en fortepiano)
- kamermuziek (sonates, trio's en duetten)
- liederen
- circa zeven opera's (grotendeels verloren)
- gelegenheidswerken voor het hof
- vrijmetselaarsmuziek
Zijn werk werd deels gedrukt, deels als manuscript bewaard. Enkele stukken bevinden zich in de collectie van het Koninklijk Huisarchief.[1]
Een bijzonder verhaal betreft een cantate voor het 200-jarig bestaan van de Leidse universiteit in 1775. Colizzi kreeg hiervoor de opdracht, maar door tijdsdruk kwam het werk nooit tot stand.[3]
Vrijmetselarij
Lid van La Vertu
Colizzi werd lid van de Leidse loge La Vertu. Op 19 mei 1775 werd hij voorgedragen door Felix Joesoepov en op 16 juni 1775 ingewijd. In oktober van dat jaar schonk hij de loge een reeks eigen composities op maçonnieke liedteksten. In 1777 is hij verheven tot meester-vrijmetselaar.[3]
IX Canons (1775)
Colizzi’s belangrijkste bijdrage aan de vrijmetselaarsmuziek waren negen maçonnieke canons, opgedragen aan de Leidse loge La Vertu. De bundel verscheen onder de titel: IX Canons à plusieurs parties, dédiés aux frères Maçons de la Loge La Vertu par le Frère I.A.K.C.. In de titel werd een chronogram verwerkt: de hoofdletters vormen het getal VXMCDLLLVV, dat samen 1775 oplevert.[4]
De teksten zijn niet door Colizzi geschreven, maar afkomstig uit de Franse bundel La Lire Maçonne (1763). Bij Canon II staat bijvoorbeeld expliciet genoteerd: 'Les couplets voyés la Lire Maçonne'.[5] Colizzi voorzag deze bestaande logeliederen van nieuwe meerstemmige muziek.
De negen canons volgen direct de titels en paginavermeldingen uit La Lire Maçonne:
- Chantons à l’honneur de nos Maîtres (Chœur d’Union, p. 34)
- Ah! Quel plaisir délectable (L’Amitié constante, p. 214)
- Anime-moi de ton génie (L’enthousiasme, p. 118)
- Que l’ordre qui nous enchaîne (Planette du maçon, p. 47)
- Frères et Compagnons de cet ordre sublime (Nouvelle Chanson d’Union, p. 6)
- Unissons-nous à cette table (Santé du Vénérable, p. 476)
- Maçons dans ce jour (Travail inutile, p. 320)
- Dans nos banquets, point de mélancolie (Festins maçons, p. 151)
- Où nous nous assemblons (Loge, p. 18)
De canons zijn melodisch eenvoudig en geschikt voor tenoren of hoge baritons. De teksten behandelen klassieke vrijmetselaarsthema’s als vriendschap, broederschap, universele verbondenheid en de rol van de Grootmeester.[6]
De loge toonde zich dankbaar:
- Aen de Tafel L(oge) heeft de Br∴ Colizzi de L∴ aengenaem verrascht met aen dezelv Muzyk van zijne Compositie aentebieden, op eenige liederen onze Orde voor welke blijk van ijver die Br∴ door den Achtbaren Meester, uyt naeme der L∴ hartelyk bedankt is.[7]
Werkenlijst (selectie)
- IX Canons pour les Francs-Maçons de la Loge La Vertu (1775)
- Trois Duos pour violon et violoncelle ou deux violons (uitgegeven ca. 1794–1801, Den Haag)
- Mars ter gedachtenis van Samuel van Schak (1794)
- Cantatina all'occasione della felice nascita de S.A. Reale (1808)[8]
Nalatenschap
Colizzi's muziek wordt bewaard in verschillende bibliotheken en in het Koninklijk Huisarchief. Zijn rol binnen de vrijmetselarij is bijzonder goed gedocumenteerd dankzij de logearchieven van La Vertu. Zijn canons vormen een vroeg voorbeeld van specifiek voor maçonniek gebruik geschreven Nederlandse muziek. Door zijn rol als hofmusicus en vrijmetselaar bouwde hij een brug tussen de hofcultuur en het logeleven in de achttiende eeuw.[8]
- 1 2 3 4 5 Davies, Malcolm (2000). Musici in de loge 'La Vertu', Leiden en Negen Canons van de Vrijmetselarij door Johann Andreas Kauchlitz Colizzi. Thoth : 1–3
- ↑ Dutch Court Opera. 401NederlandseOperas.nl. Geraadpleegd op 26 juni 2025.
- 1 2 Davies, Malcolm (2000). Musici in de loge 'La Vertu'.... Thoth : 4–6
- ↑ (fr) Les canons de Colizzi. Museum Virtual de la Musica Maçonica (MVMM). Geraadpleegd op 28 augustus 2025.
- ↑ (fr) De Vignoles, J.J.A. (1763). La Lire Maçonne, ou Recueil de chansons des Francs-maçons. Rutgers van Laak, 's-Gravenhage.
- ↑ (en) Davies, Malcolm (2006). The Masonic Muse. Songs, music and musicians associated with Dutch Freemasonry: 1730–1806. Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, Utrecht.
- ↑ Jan A.M. Snoek (red.) (1990). Wetten van de loge La Vertu 1758–1819. Loge La Vertu.
- 1 2 Davies, Malcolm (2000). Musici in de loge 'La Vertu'.... Thoth : 9–11
