Joe Tilson
| Joe Tilson | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Tilson in 2014 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Joseph Charles Tilson RA | |||
| Geboren | Londen, 24 augustus 1928 | |||
| Overleden | Cortona, 9 november 2023 | |||
| Nationaliteit | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Kunstschool van Saint Martin,[1] Royal College of Art,[1] British School at Rome[1] | |||
| Beroep | kunstschilder, beeldhouwer | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl | popart | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Royal Academy of Arts, Accademia di San Luca | |||
| Prijzen en erkenningen | Associate Member of the Royal Academy of Arts (1985)[1] | |||
| RKD-profiel | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| Website | ||||
| ||||
Joseph Charles ("Joe") Tilson RA (Londen, 24 augustus 1928 – Cortona, 9 november 2023) was een Engels beeldend kunstenaar. Een groot deel van Tilsons werk als schilder, etser en beeldhouwer wordt gerekend tot de popart.
Leven en werk
Tilson werd in 1928 geboren in de Londense wijk Lewisham. Na een opleiding tot timmerman en meubelmaker, vervulde hij van 1946 tot 1949 zijn dienstplicht bij de Royal Air Force. Hij studeerde van 1949 tot 1952 aan de Saint Martin's School of Art en vervolgde zijn opleiding van 1952 tot 1955 aan het Royal College of Art, beide in Londen. In zijn studententijd werd hij lid van het Institute of Contemporary Arts, waar hij diverse andere kunstenaars ontmoette. Hij was bevriend en werd beïnvloed door onder anderen Frank Auerbach, Leon Kossoff, Bernard Cohen, R.B. Kitaj, Eduardo Paolozzi, Richard Hamilton, Peter Blake, Allen Jones, Patrick Caulfield en David Hockney. In 1955 ontving hij de Rome Prize waardoor hij twee jaar aan de British School in Rome kon studeren. Een stilleven uit deze periode werd opgenomen in het boek Young Artists of Promise van Jack Beddington. Hij keerde in 1957 terug naar Londen en doceerde van 1958 tot 1963 aan Saint Martin's en vervolgens aan de Slade School of Fine Art / University College London. Ook gaf hij enige tijd les aan de School of Visual Arts in New York (1966) en de Hochschule für Bildende Künste in Hamburg (1971/1972).
In de jaren zestig groeide Tilson uit tot een van de belangrijkste figuren van de Britse popartbeweging. Gebruikmakend van zijn eerdere ervaring als timmerman en meubelmaker, vervaardigde Tilson houten reliëfs en constructies. Daarnaast schilderde hij en maakte hij prenten. Zijn eerste solotentoonstelling vond plaats in de Marlborough Gallery in Londen in 1962. Tilsons werk verwierf internationale bekendheid toen het in 1964 werd getoond op de 32e Biënnale van Venetië. Dit leidde in hetzelfde jaar tot een expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam, een van zijn eerste museumtentoonstellingen.
De groeiende deceptie met de westerse consumptiemaatschappij leidde in de jaren 1970 tot een omslag in Tilsons werk. In 1970 sloot hij zijn popartjaren af met de politiek gemotiveerde serie werken PAGES. In 1971 kreeg hij zijn eerste overzichtstentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. De tentoonstelling reisde daarna verder naar België en Italië (Parma). Na de verhuizing van het gezin Tilson naar een pastorie in het landelijke Wiltshire in 1972 begon Tilson een breder scala aan materialen te gebruiken, waaronder steen, stro en touw, in een poging zijn eigen tijd en cultuur te overstijgen door te putten uit mediterrane tradities, geïnspireerd door het neoplatonisme van Ezra Pound, James Joyce en W.B. Yeats. Dit nieuwe oeuvre duidde hij aan met de term ALCHERA.[2] In 1977 sloot hij zich aan bij de prestigieuze Londense Waddington Galleries; daarnaast exposeerde hij bij Alan Cristea in Londen en Giò Marconi in Milaan. Er volgden diverse overzichtstentoonstellingen, onder andere in Vancouver Art Gallery (1979) en Arnolfini Gallery in Bristol (1984). Vanaf 1985 was Tilson geassocieerd lid van de Royal Academy of Arts (ARA) en vanaf 1991 gewoon lid, waarna hij de postnominale letters RA (Royal Academician) achter zijn naam mocht zetten.

Ook in de jaren 1990 had Tilson wereldwijd diverse solotentoonstellingen, onder andere in Cortona Centro Culturale Fontanella Borghese in Rome (1990), Plymouth City Museum (1991), Palazzo Pubblico in Siena (1995), Mestna Gallery in Ljubljana (1996) en Galleria Comunale d'Arte in Cesena (2000). Tilsons werk werd onder andere bekroond met de Gulbenkian Foundation Prize (1960) en de Grand Prix d'Honneur op de Biënnale van Ljubljana (1996). Eveneens in 1996 werd hij uitgenodigd om het vaandel te beschilderen voor de Palio in Siena. In 2002 vond een grote overzichtstentoonstelling plaats in de Royal Academy of Arts in Londen en in 2006 in het Palazzo Doria in Loano. Ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag in 2018 organiseerden zijn twee Londense galeries, Marlborough Fine Art en Alan Cristea Gallery, de combitentoonstelling Joe Tilson at 90. In 2019 kreeg hij de opdracht om een installatie te maken voor het Swatch-paviljoen op de Biënnale van Venetië, geïnspireerd door zijn werken Stones of Venice. Onderdeel van dit project was een door hem ontworpen horloge in beperkte oplage.
Tilson woonde en werkte zowel in Londen als in Italië (Venetië en Arezzo). In 1956 trouwde hij in Venetië met de kunstenares Joslyn Morton (geb. 1934) en kreeg met haar drie kinderen: Jake (geb. 1958), Anna (geb. 1959) en Sophy (geb. 1965).
Joe Tilson overleed op 95-jarige leeftijd in Cortona.
Openbare collecties
Werken van Joe Tilson bevinden zich in een groot aantal museale collecties, onder andere Tate Gallery (Londen), Victoria and Albert Museum (Londen), Koninklijke Collectie (VK), Walker Art Gallery (Liverpool), Scottish National Gallery of Modern Art (Edinburgh), Louisiana Museum (Humlebæk, DK), Sprengel Museum Hannover, Kunsthalle Basel, Ludwig Museum Boedapest, Galleria nazionale d'arte moderna e contemporanea (Rome), Museu Calouste Gulbenkian (Lissabon), Kunstmuseum van Sharjah (VAR), National Gallery of Australia (Canberra), Art Gallery of Ontario (Toronto), Museum of Modern Art (New York), Walker Art Center (Minneapolis), Museo de Arte Contemporáneo de Caracas en Museu de Arte de São Paulo.
In Nederland bevindt zich werk van Tilson in de collecties van Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen (Rotterdam) en Valkhof Museum (Nijmegen).[3] In België is Tilsons werk vertegenwoordigd in de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.
Externe links
- Website Joe Tilson
- Joe Tilson op Artcyclopedia
- Joe Tilson op IMDb
- Joe Tilson presenteert Humans in a Machine World | One Pair of Eyes (BBC documentaire, 1969)
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Joe Tilson op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- (en) Biography op joetilson.com
- 1 2 3 4 Who's Who; Who's Who UK-identificatiecode: U37733.
- ↑ De basis van ALCHERA zijn cirkelvormige geheugensteuntjes die verwijzen naar de vier windstreken, de vier elementen, de vier seizoenen, de maanmaanden, labyrintladders, woorden en symbolen. Daarnaast zijn eerdere structuren uit zijn oudere werk te herkennen, zoals het alfabet, de zeven dagen van de week, de vijf zintuigen, enz.
- ↑ Werk van Tilson bevond zich tevens in de Peter Stuyvesant Collectie te Amsterdam. Niet bekend is waar dit werk na de veilingen van 2010/2011 is terechtgekomen.
.jpg)