Patrick Caulfield
| Patrick Caulfield | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Patrick Joseph Caulfield, CBE, RA | |||
| Geboren | Londen, 29 januari 1936 | |||
| Overleden | Londen, 29 september 2005 | |||
| Begraafplaats | Highgate Cemetery[1] | |||
| Nationaliteit | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Royal College of Art, Chelsea College of Art and Design | |||
| Beroep | kunstschilder, graficus | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl | popart | |||
| Beïnvloed door | Juan Gris | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Royal Academy of Arts | |||
| Prijzen en erkenningen | Commandeur in de orde van het Britse rijk | |||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Patrick Caulfield, CBE, RA (Londen, 29 januari 1936 – Londen, 29 september 2005) was een Engels beeldend kunstenaar. Zijn werk als schilder en graficus wordt gerekend tot de popart, soms met elementen van fotorealisme.
Leven en werk
Patrick Joseph Caulfield werd in 1936 geboren in de West-Londense wijk Acton. Van 1956 tot 1960 studeerde hij aan de Chelsea School of Art. In zijn studententijd won hij twee prijzen waarmee hij na zijn afstuderen een reis naar Griekenland en Kreta kon financieren. Het bezoek aan Kreta bleek belangrijk, want Caulfield vond inspiratie in de Minoïsche fresco's en de heldere, harde kleuren op het eiland. Een van zijn beste vrienden was de abstracte schilder John Hoyland, die hij voor het eerst ontmoette op de tentoonstelling Young Contemporaries in 1959. Van 1960 tot 1963 vervolgde hij zijn studie aan het Royal College of Art. Medestudenten waren onder anderen David Hockney en Allen Jones. Van 1963 tot 1971 gaf hij les aan de Chelsea School of Art. In 1964 exposeerde hij op de New Generation-tentoonstelling in de Whitechapel Gallery in Londen. Caulfield werd daarna geassocieerd met de popartbeweging, een label waar hij zich zijn hele carrière tegen verzette, omdat hij zichzelf eerder zag als een 'formeel' kunstenaar. In 1969 exposeerde hij voor het eerst in de galerie van Leslie Waddington, die hem meer dan dertig jaar zou blijven vertegenwoordigen.

Caulfields schilderijen zijn figuratief en tonen vaak enkele eenvoudige objecten in een interieur. Kenmerkend is het gebruik van egale vlakken met eenvoudige kleuren, omgeven door zwarte contouren. Sommige van zijn werken worden gedomineerd door één enkele tint. Vanaf midden jaren 1970 verwerkte Caulfield meer gedetailleerde, realistische elementen in zijn werk, waarvan After Lunch (1975) een vroeg voorbeeld is.[2] Ook het werk Still-life: Autumn Fashion (1978) bevat een verscheidenheid aan stijlen – sommige objecten zijn afgebeeld met dikke zwarte contouren en egale kleuren, maar een kom oesters is voor een deel realistisch afgebeeld, terwijl andere delen zijn uitgevoerd met een lossere penseelvoering.[3] Caulfield keerde later terug naar zijn eerdere, meer uitgeklede schilderstijl.
In 1987 werd Caulfield genomineerd voor de Turner Prize voor zijn tentoonstelling The Artist's Eye in de National Gallery in Londen. In 1993 werd hij lid van de prestigieuze Royal Academy of Arts, waarna hij de postnominale letters RA achter zijn naam mocht zetten. In 1996 werd hij benoemd tot commandeur in de Orde van het Britse Rijk (CBE). In 2004 verwoestte een brand in een opslagloods vele werken uit de Saatchi-collectie, waaronder drie van Caulfield. In september 2010 werden Caulfield en vijf andere Britse kunstenaars, Howard Hodgkin, John Walker, Ian Stephenson, John Hoyland en R.B. Kitaj, opgenomen in de tentoonstelling The Independent Eye: Contemporary British Art From the Collection of Samuel and Gabrielle Lurie in het Yale Center for British Art in New Haven (Connecticut).
Hij overleed in 2005 op 69-jarige leeftijd en is begraven op Highgate Cemetery in Londen. De straat in de wijk Acton waar zijn geboortehuis stond werd na zijn dood omgedoopt tot Caulfield Road toen het gebied werd herontwikkeld.
Collecties
.jpg)

Werken van Patrick Caulfield bevinden zich in een groot aantal museale collecties, onder andere Tate Gallery (Londen), Victoria and Albert Museum (Londen), Royal Academy of Arts (Londen), British Council (Londen & Manchester), Manchester Art Gallery, Manchester, Whitworth Art Gallery (Manchester), Walker Art Gallery (Liverpool), National Museum Wales (Cardiff), Scottish National Gallery of Modern Art (Edinburgh), Irish Museum of Modern Art (Dublin), Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía (Madrid), Museum of Modern Art (New York), National Gallery of Art (Washington DC), Dallas Museum of Art, Virginia Museum of Fine Arts (Richmond), National Gallery of Australia (Canberra), National Gallery of Victoria (Melbourne) en Auckland Art Gallery Toi o Tāmaki.
Zijn werk bevindt zich tevens in tal van privécollecties, onder anderen van Charles Saatchi en David Bowie. Daarnaast werkte Caulfield in opdracht. In 1990 ontwierp hij een glas-in-loodraam voor restaurant The Ivy in de Londense wijk Covent Garden. In 1992 ontwierp hij een 12 meter lang tapijt voor het hoofdkantoor van de British Council in Manchester, en in 1984 en 1995 balletdecors voor respectievelijk Party Game en Rhapsody in het Royal Opera House. In 2001 beschilderde hij de orgelluiken van het Great West Organ in de kathedraal van Portsmouth.
In Nederland is voor zover bekend geen werk van Caulfield in openbare collecties aanwezig. In België bezit de provincie Limburg een werk van Caulfield.[4]
Externe links
- Patrick Caulfield op waddingtoncustot.com
- Patrick Caulfield op alancristea.com (gearchiveerd)
- Patrick Caulfield op tate.org.uk
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Patrick Caulfield op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ https://www.telegraph.co.uk/culture/3649932/Outline-of-a-not-so-Pop-artist.html.
- ↑ Zie afbeelding After Lunch op Engelstalige Wikipedia.
- ↑ Zie afbeelding Still-life: Autumn Fashion op liverpoolmuseums.org.uk.
- ↑ Gekaderd. Een selectie uit de kunstcollectie van de provincie Limburg (België). PCCE, Hasselt.