Jihlava
| Statutaire stad in Tsjechië | |||
|---|---|---|---|
![]() ![]() | |||
![]() | |||
| Situering | |||
| Regio (kraj) | Vysočina | ||
| District (okres) | Okres Jihlava | ||
| Coördinaten | 49° 24′ NB, 15° 35′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 87,86 km² | ||
| Inwoners | 54.624 (1 januari 2025) | ||
| Hoogte | 523 m | ||
| Politiek | |||
| Burgemeester | Petr Ryška | ||
| Overig | |||
| Postcode(s) | 586 01 | ||
| Gemeentenummer | 586846 | ||
| Website | www.jihlava.cz | ||
| Foto('s) | |||
![]() | |||
| De fontein van Amphitrite | |||
| |||
Jihlava, Tsjechisch: ⓘ, Duits: Iglau, is een Tsjechische statutaire stad in de regio Vysočina, en maakt deel uit van het district Jihlava. Historisch gezien is Jihlava een Moravische stad, maar tegenwoordig ligt de stad ook gedeeltelijk in Bohemen. De stad ligt aan de gelijknamige rivier de Jihlava (Duits: Igel) en is de oudste mijnstad van Tsjechië.
Geschiedenis

Jihlava ontwikkelde zich sinds de vroege middeleeuwen tot centrum van mijnbouw. In 1250 verhief Wenceslaus I van Bohemen de stad Iglavia tot koninklijke stad. De zilverwinning trok mijnwerkers uit met name Saksen. Rond de stad ontstonden dorpen waar Beierse boeren voedsel voor de stad verbouwden. Door deze migranten ontstond zo een groot Duitstalig eiland midden in het koninkrijk Bohemen. Tot 1945 was dit de op een na grootste Duitstalige gemeenschap binnen Tsjechisch-sprekend gebied. In het Habsburgse Rijk werd Iglau een omvangrijke garnizoensstad met vier infanteriebataljons van het keizerlijke Oostenrijkse leger.
Vanaf het midden van de 19e eeuw mochten zich Joden zich in de stad vestigen. De Joodse gemeenschap groeiden uit tot 1.500 inwoners.In de 19de eeuw groeiden de tegenstellingen tussen Duitstalige en Tsjechische inwoners die van het plattelanders kwamen. De stad bleef dominant Duits van taal en cultuur. Bij de de oprichting van het nieuwe Tsjecho-Slowakije in 1919 was 80% van de stadsbevolking nog Duitstalig. Daarna werd het Tsjechisch dominant. In 1938 het Sudetenland geannexeerd door Nazi-Duitsland en werd de stad weer Duitstalig. Veel tweetaligen pastten zich als Duitser aan. Ruim duizend Joden werden uit Iglau afgevoerd en vermoord in vernietigingskampen.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de stad in mei 1945 weer deel Tsjecho-Slowakije. Ruim tienduizend Duitstaligen werden op grond van de Beneš-decreten het land uitgezet. Het inwonertal van de stad is daarna onder het vooroorlogse niveau gebleven.
Vanaf 1951 werden in Jihlava showprocessen gehouden tegen tegenstanders van het communistisch bewind. Nadat de legers van het Warschaupact Tsjecho-Slowakije waren binnengevallen om een einde te maken aan de Praagse Lente vond in Jihlava in 1969 de zelfverbranding van Evžen Plocek plaats.
Jihlava kreeg in 2000 de status statutaire stad.
Geboren in Iglau/Jihlava volgens naoorlogse gemeentegrenzen
- Paul Ignaz Bayer (1656–1733), barokbouwmeester, maakte zich los van de tot dan dominante Noord-Italiaanse voorbeelden
- Karl Friedrich von Kübeck (1780–1855), hervormer van de Oostenrijkse staatsfinanciën
- Ottokar Lorenz (1832–1904), genealogisch historicus aan de universiteit van Wenen
- Heinrich Breitenstein, (1848–1930), arts en zoöloog in dienst van het Nederland-Indisch koloniaal bestuur
- Gustav Mahler (1860-1911), Oostenrijks componist van wereldfaam
- Franz Mannsbarth (1877–1950), Oostenrijks luchtvaartpionier
- Arthur Seyß-Inquart (1892-1946) Oostenrijks nazipoliticus, benoemd tot hoogste functionaris in het bezette Nederland; in Neurenberg tot de strop veroordeeld
- Rudi Weissenstein (1910-1992), Israëlisch fotograaf
- Alfred Habermann (1930–2008), werd na vestiging in Duitsland internationaal befaamd als kunstsmid en metaalbewerker
- Rupert Timpl (1936–2003), biochemicus aan Duitse universiteiten en ontdekker van extra-cellulaire matrix proteinen



