Jan van Beuningen
| Jan van Beuningen | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Jan van Beuningen (portret van Jacob Gole) | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Geboren | 27 januari 1667 Amsterdam | |||
| Overleden | 18 september 1720 Curaçao | |||
| Doodsoorzaak | ziekte; waarschijnlijk gele koorts | |||
| Nationaliteit | Nederlands | |||
| Geboorteland | ||||
| Beroep | koopman, bankier, vrijheer, heer, gouverneur | |||
| ||||
Jan van Beuningen (Amsterdam, 27 januari 1667 – Curaçao, 18 september 1720) was een Nederlands koopman, bankier, dichter, diplomaat, kunsthandelaar, kunstverzamelaar en bestuurder. Hij was vrijheer van Zuylenburgh, Heer van Darthuizen, en enige maanden gouverneur van Curaçao, totdat hij plotseling overleed.
Biografie
Jan Hendricx van Beuningen werd geboren als zoon van Hendrick van Beuningen (1639–1697) en Maria Lethor (1641–1711). Drie dagen na zijn geboorte werd hij gedoopt in de Westerkerk in Amsterdam, op 30 januari 1667. Op 7 april 1695 trouwde hij in Amsterdam met Catharina Constantia van Leeuwen (1676–1720), een dochter van een dominee. Zijn schoonmoeder was de zus van Ferdinand van Collen en van Jeremias van Collen, die meerdere malen interim-gouverneur en van 1710 tot 1715 gouverneur van Curaçao was. Uit dit huwelijk werd een dochter geboren: Antonia Ulricia (1713–1765). Haar doop werd bijgewoond door Anton Ulrich von Braunschweig-Wolfenbüttel.[1]
Van Beuningen woonde in Amsterdam op de Herengracht, nabij het Koningsplein, net buiten de Gouden Bocht. In 1719 werd hij directeur van de Sociëteit van Suriname. Eerder bekleedde hij diverse functies, zoals: commissaris (1704), leidinggevende in de burgerwacht (1706–1709), bewindhebber van de West-Indische Compagnie (1712), ambachtsheer (1714) en kunstagent.
In 1720 volgde hij zijn jongere broer Jonathan van Beuningen (1677–1724) op als gouverneur van Curaçao.
Als nieuwe gouverneur klaagde Jan van Beuningen in 1720 in een brief aan de Westindische Compagnie, kamer Amsterdam, over de erbarmelijke omstandigheden van de slaafgemaakten op het eiland.[2]
t' is deerlijk om aan [te] sien, hoe de rampsaalige verminkte oude slaave, om de duurte van de mais door haar onmedoogende meesters vrijgegeeve, weggejaagt en van honger langs de straate kruypende, met gekerm het ijnde van haar beclaaglik leeve, all brullende soeke. Met honde is meer deernis in Neerlant.
Jan van Beuningen overleed na vier dagen ziekte op Curaçao. Zijn overlijden kwam als een schok voor het eiland.[3]
Kunst en cultuur
Van Beuningen was ook kunstverzamelaar en kunsthandelaar. Volgens Houbraken (1719) bezat hij negen werken van Luca Giordano. Hij speelde een belangrijke rol bij de veiling van de kunstcollectie van koning-stadhouder Willem III in 1713 en trad op als gevolmachtigde namens hertog Anton Ulrich van Braunschweig-Wolfenbüttel bij de veiling van de nalatenschap van Petronella de la Court.
- Jan van Beuningen. RKD — Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Geraadpleegd op 20 septembewr 2025
- Jan Hendricx van Beuningen. Ecartico. Geraadpleegd op 20 septembewr 2025
- ↑ Antonia Ulricia van Beuningen. Ecartico. Geraadpleegd op 20 september 2025
- ↑ Vrij van Slavernij: Curaçaose Vrijbrieven. Nationaal Archief (15 maart 2008). Gearchiveerd op 15 maart 2008. Geraadpleegd op 6 september 2024 – via web.archive.org.
- ↑ Nederlansch gedenkboek: of, Europische mercurius. A. van Damme (1720). Gearchiveerd op 8 september 2024. Geraadpleegd op 6 september 2024.
%252C_by_Jacobus_Gole.jpg)