Jan Goetghebeur

Jan Goetghebeur, kloosternaam Anselmus Goetghebeur, (Oostende, 31 januari 1925) was de veertigste abt van de benedictijnenabdij Affligem.

Levensloop

Jan Goetghebeur was de vijfde van de acht kinderen van volksvertegenwoordiger Karel Goetghebeur en Clotilde Van Outrijve. Er volgden later nog drie kinderen uit het tweede huwelijk van zijn vader. Jan was een van de vijf kinderen in het gezin die een geestelijke roeping volgden.

Hij volbracht zijn humaniorastudies aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Oostende.

Op 16 mei 1940 vluchtte het gezin voor de Tweede Wereldoorlog naar Frankrijk; het kwam terecht in Mâcon. Op 31 augustus waren ze terug in Oostende.

Op 8 september 1943 trad hij in de Abdij Affligem in en kreeg hij de kloosternaam Anselmus. Zijn tijdelijke geloften sprak hij uit op 5 oktober 1944; zijn plechtige professie deed hij op 11 december 1947. Op 29 augustus 1948 werd hij tot diaken en op 31 juli 1949 tot priester gewijd, telkens door de pauselijke nuntius, Mgr. Fernando Cento. Op zijn 25ste werd hij assistent van de novicemeester. In 1951 ging hij studeren aan de Pauselijke Lateraanse Universiteit in Rome. Hij verbleef in Sant' Anselmo, waar een internationale gemeenschap van professoren en studenten uit Europa en de V.S. (thans [2025] uit de hele wereld) als benedictijnen leefden. Het is tevens de verblijfplaats van de abt-primaat, het hoofd van de Benedictijner Confederatie.

In 1953 promoveerde hij tot licentiaat kerkelijk recht. Terug in Affligem werd hij achtereenvolgens huismeester, tweede econoom en novicemeester.

Op 14 april 1962 werd hij door de vijftig leden van de kloostergemeenschap verkozen tot veertigste abt van Affligem. Als abt werd hij geïnstalleerd door zijn voorganger, Dom Franco de Wyels en, op 25 juli, gewijd door Mgr. De Smedt. Als wapenspreuk koos hij Praesum ut prosim (Ik leid om [u] ten bate te zijn).

Het waren de jaren van vernieuwingen binnen de maatschappij en binnen de Kerk. Hij interesseerde zich in het bijzonder voor de nieuwe inzichten op exegetisch, theologisch en liturgisch gebied. Bij de concrete toepassingen ervan ging hij met geleidelijkheid te werk. Stilaan werd het officie in het Nederlands gezongen. Vanaf 1965 roept hij vaker dan de constituties vereisen de hele abdijgemeenschap bijeen voor overleg. Vanaf 2 oktober 1965 werd de conventsmis dagelijks geconcelebreerd, wat haar duidelijk tot een echte gemeenschapsmis maakte. Vanaf 1968 mochten de monniken weer hun doopnaam aannemen. De abt deed dat ook en was daarna "abt Jan". Vele voorbijgestreefde gebruiken werden achterwege gelaten.

Maar hij hield wel vast aan de kern van het benedictijnenleven, het gezamenlijk koorgebed, en hij drong aan op stipte aanwezigheid daarbij. Daarom zocht hij zo veel mogelijk naar zinvol werk binnen de abdijmuren en beperkte hij in zekere mate de externe werkzaamheden van de monniken, zoals de pastoraal in de omliggende parochies verzorgen of werken als leraar in scholen, want die verhinderden de monniken aanwezig te zijn in het koorgebed.

Op 4 juni 1967 werd het Cultureel Centrum feestelijk in gebruik genomen. Het diende voor het passende onthaal van bezoekers aan de abdij, er werden voordrachten gegeven en tentoonstellingen georganiseerd, o.a. van hedendaagse kunstenaars; tevens diende het als sociaal centrum. De coronapandemie bracht het stille einde van het Cultureel Centrum.

Een nieuwe abdijkerk moest worden gebouwd. Het sobere bouwwerk, ontworpen door architect André Van den Broecke, werd in 1972 ingewijd.

Abt Goetghebeurs activiteiten beperkten zich niet tot de Abdij Affligem. Hij had ook een prominente rol in de congregatie van Subiaco.

Van 1984 tot 1995 werd hij visitator en hoofd van de Vlaamse benedictijnenprovincie van die congregatie, waartoe de abdijen van Affligem, Dendermonde, Keizersberg (Leuven), Steenbrugge en de missie van Pietersburg in Zuid-Afrika behoren, evenals de benedictinessenabdijen van Hekelgem, Bonheiden, Brugge en Gistel behoren. Als visitator reisde hij onder meer vijf maal naar de missie in Noord-Transvaal. Natuurlijk woonde hij regelmatig de bijeenkomsten bij van de visitatoren met de abt-praeses van de congregatie van Subiaco.

Als licentiaat kerkelijk recht werd hij lid van de juridische commissie van die congregatie. Die commissie bereidde de revisie van de constituties van de orde voor, waartoe het generaal-kapittel van 1988 besloot.

Hij werd door die activiteiten internationaal bekend, en tijdens dat generaal-kapittel van 1988 werd hij aangezien als een mogelijk opvolger van abt-praeses Denis Huerre. Maar hij wist zich van die taak vrij te pleiten.

Einde 1999 nam hij ontslag, omdat hij op 31 januari 2000 75 jaar zou worden, de leeftijdsgrens waarop een abt volgens de constituties geacht wordt ontslag te nemen. Hij was bijna 38 jaar abt en daarmee toen de langst in functie zijnde benedictijnenabt ter wereld. Hij werd in februari 2000 opgevolgd door dom Benedictus Verschelden.

Hij blijft actief als "gewoon monnik". Hij is cantor en verantwoordelijke voor de liturgie, hoort biecht, preekt vaak, is dienstbaar in de zegenkapel en als vriendelijke portier.

Daarnaast publiceerde hij nog talrijke artikelen en gaf hij nu en dan voordrachten. Hij werd ook nog een aantal keren gevraagd als (con)visitator.

Bij de viering van de zestigste verjaardag van zijn kloosterleven, in oktober 2004, werd een fototentoonstelling gehouden waarin zijn leven werd geëvoceerd en werd hem een liber amicorum aangeboden, met een beknopte levenskroniek.

Er volgden nog vieringen, die hij probeerde min of meer discreet te houden. Bij de viering van zijn 100ste verjaardag op 1 februari 2025 lukte dat niet. Twee dagen ervoor wijdde de VRT een reportage aan hem, de dag nadien publiceerde Het Nieuwsblad een interview met hem en publiceerde Otheo een YouTube video over die verjaardag.[1] Op de dag zelf ging hij zelf voor in een pontificale dankmis, met 16 concelebranten, besloten met een Te Deum.

Literatuur

  • Frank TEIRLINCK, Dom Jan Goetghebeur 60 jaar monnik in Affligem, in: Kerknet, 14 oktober 2004.
  • Frank TEIRLINCK, red. Abt Jan Goetghebeur. In dienst van God en de Broeders. Affligem, 2004. (= Het liber amicorum van 2004.)
  • Dom Jan GOETGHEBEUR, Erwin MANTINGH, Raymond VAN UYTVEN, Luc VAN EECKHOUDT, Frans VAN DROOGENBROECK, Dom Wilfried VERLEYEN en Jaak OCKELEY, 950 Jaar Affligem, Affligem, 2012.
  • Frank TEIRLINCK, 150 jaar monniken in Affligem (1870-2020). Monnik worden en mens blijven. Affligem, 2020,pp.44-47;376-379.
  • Frank TEIRLINCK, red. Abt Jan Goetghebeur 100 jaar = jg. 56 nr. 2. (2025) van Abdij Affligem: Verleden heden toekomst.
  • Frank TEIRLINCK, "Levenskroniek van een honderdjarige: Dom Jan Goetghebeur (1925) abt emeritus van Affligem", in Jaarboek 8 / 2025 van de Heemkundige Kring De Faluintjes, pp. 95–152.

Noot

  1. Abt Jan Goetghebeur 100 jaar.