Jacoba Surie

Jacoba Surie
1960
1960
Persoonsgegevens
Geboren Amsterdam, 5 september 1879
Overleden Amsterdam, 5 februari 1970
Geboorteland Nederland
Begraafplaats ZorgvliedBewerken op Wikidata
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Rijksakademie van beeldende kunstenBewerken op Wikidata
Leermeester Coba Ritsema, Joseph Mendes da CostaBewerken op Wikidata
Beroep kunstschilder
Werkveld schilderkunstBewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1894 - 1970
Werklocatie Amsterdam,[1] Italië (1912),[1] Frankrijk (1918)[1]Bewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Arti et Amicitiae, Amsterdamse Joffers, Kunstenaarsvereniging Sint Lucas, Pulchri StudioBewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen Willink van Collenprijs (1913), Koninklijke Medaille ter beschikking gesteld door koningin Wilhelmina (1929)Bewerken op Wikidata
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Jacoba Surie, ook Coba Surie, (Amsterdam, 5 september 1879 - aldaar, 5 februari 1970) was een Nederlands kunstschilderes. Ze behoorde tot de schildersgroep de Amsterdamse Joffers. Zij was ook aquarellist, graficus, tekenaar en lithograaf.[2]

Leven en werk

Jacoba Surie krijgt lintje van Van Hall (1963)

Surie werd in 1879 in Amsterdam geboren als dochter van de makelaar Hendrik Carel Surie en Sara Johanna Lingeman. Zij werd opgeleid aan de Teekenschool voor den Werkenden Stand te Amsterdam en aan de Rijksakademie van beeldende kunsten eveneens te Amsterdam. Ze kreeg onder meer les van Coba Ritsema en Joseph Mendes da Costa. Surie was lid van verschillende kunstgezelschappen, zoals Arti et Amicitiae en de Vereeniging Sint Lucas in Amsterdam, Pulchri Studio in Den Haag en Pictura Veluvensis in Renkum. Surie wordt gerekend tot de Amsterdamse Joffers, samen met Lizzy Ansingh, Jo Bauer-Stumpff, Ans van den Berg, Nelly Bodenheim, Marie van Regteren Altena, Coba Ritsema en Betsy Westendorp-Osieck. Surie was als beeldend kunstenaar werkzaam in Amsterdam.[2] Met Ans van den Berg, ook een van de Amsterdamse Joffers, deelde zij een huis en een atelier aan de Keizersgracht. Met haar maakten ze diverse reizen zowel in Nederland als daarbuiten.

Het werk van Surie werd meermalen bekroond. In 1913 won zij de Willink van Collenprijs en in 1929 de gouden medaille van koningin Wilhelmina. Werk van Surie bevindt zich in de collecties van het Stedelijk Museum Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag en het Gemeentemuseum Helmond.

Surie overleed in februari 1970 op 90-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam. Zij werd begraven op de begraafplaats Zorgvlied.

Zij was een volle nicht van kunstenares Jo Strumphler.