Jacob Valk

Jacob Valk
Persoonsinformatie
Geboortedatum 1755Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats DelfshavenBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 18 oktober 1846Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats AmsterdamBewerken op Wikidata
Opleiding en beroep
Beroep(en) bouweropzichter[1]Bewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Jacob Valk (Delfshaven, gedoopt 20 februari 1757Amsterdam, 18 oktober 1846) was een Nederlands timmerman en architect.

Hij was zoon van Aagje van Heiningen en Cornelis Valk.[2] Hijzelf was getrouwd met Maria Droog (volgens overlijdensakte zoon) en/of Catharina Janssen (volgens overlijdensakte Jacob).[3] Zoon Reinier van Kempe(n) Valk trad in de voetsporen van zijn vader, werd meester timmerman en architectuurtekenaar.[4] Jacob was oom van timmerman en architect Leendert Valk.

Valks werkzaamheden begonnen als oppermagazijnmeester van scheepsbouw op de Rijkswerf van de Marine in Rotterdam. In 1816 werd hij benoemd tot inspecteur maritieme gebouwen bij het Loodswezen Amsterdam. Vanaf dan hield hij zich actief bezig met herstel, restauratie, bouw en lichtverspreiding van vuurtorens langs de kust van de Noordzee en Zuiderzee. Een van zijn eerste werken van in 1817/1818 de ombouw van een kerktoren tot vuurtoren in Westkapelle. Vervolgens werkte hij aan vuurtorens/bakens op Fort Kijkduin (1820-1821), de Vuurtoren van Hellevoetsluis (1822), de lichtinstallatie te Goedereede (1833) en veel later die van Marken (1839). Die laatste twee kwamen vermoedelijk tot stand door ondersteuning door zijn neef Leendert Valk, die vanaf 1832 op hetzelfde kantoor werkzaam was, dat onder leiding stond van Anthony Cornelis Twent. Overigens liepen toen de functies timmerman, opzichter, bouwkundige en architect in elkaar over.

In 1842 ging Jacob Valk met eervol ontslag (lees pensioen). Hij overleed in Amsterdam. Zijn verklaring van overlijden meldt een leeftijd van 91 jaar, de zoon hield het in het bericht van overlijden op 92 jaar.