Gewone knolvezelkop

Gewone knolvezelkop
Gewone knolvezelkop
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Inocybaceae
Geslacht:Inocybe
Soort
Inocybe praetervisa
Quél. (1883)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De gewone knolvezelkop (Inocybe praetervisa) is een paddenstoel uit de familie Inocybaceae. Hij leeft ectomycorrhiza vormend met loofbomen in bossen, parken en lanen op enigszins kalkrijk zand, leem of klei.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Hoed

De soort heeft een klokvormige hoed die later vlakker wordt en 3–5 cm breed is. Hoed in centrum glad, naar de rand glad tot vezelspletig. Rand aanvankelijk iets ingerold, daarna recht en ten slotte iets omhooggebogen. De kleur is in het midden bruin, koperbruin of goudolijfkleurig, naar de rand toe okerkleurig. Soms geheel geelachtig of oker, of met de top iets bruin.

Steel

De steel is 5–6 cm lang en 0,4–0,8 cm dik. De vorm is cilindrisch, aan de basis iets verdikt met een kleine, zwak begrensde knol. Oppervlak bovenaan witachtig met okertint, onderaan bruinachtig; over de hele lengte berijpt, bovenaan sterker. Het vlees is wit en verkleurt in de steel geelachtig.

Lamellen

De lamellen zijn aanvankelijk licht oker, later lichtbruin. De lamelsnedes zijn wit behaard.

Sporenprint

De sporenprint is kleibruin.

Microscopische kenmerken

Microscopisch kenmerkt gewone knolvezelkop zich door hoekige sporen met 7-15 knobbels en sporenmaat 10–12 × 7–9 µm. De basidia meten 30–32 × 10–12,5 µm. Zowel pleuro- als cheilocystiden zijn aanwezig, meestal spoelvormig met apicale kristallen en een hyaliene of lichtgele wand. Cheilocystiden en pleurocystiden 45–70(–80) × 13–20 µm met een wanddikte van ca. 2 µm. Caulocystiden vergelijkbaar, maar iets dunner en kleiner.

Vergelijkbare soorten

De soort lijkt op onder meer de Inocybe cookei en Inocybe rimosa, maar onderscheidt zich door de knobbelige sporen en de aanwezigheid van een knol.

Ecologie

De gewone knolvezelkop groeit ectomycorrhizisch bij loof- en naaldbomen, met voorkeur voor beuk. Hij verschijnt solitair of in troepen in de late zomer en herfst.

Verspreiding

De gewone knolvezelkop komt voor in Europa, Azië en Noord-Amerika.

In Nederland komt de hij vrij zeldzaam voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'kwetsbaar'.

Giftigheid

Inocybe praetervisa wordt beschouwd als giftig. De paddenstoel bevat muscarine, een stof die ernstige vergiftigingsverschijnselen kan veroorzaken zoals overmatig speekselvloed, transpiratie, misselijkheid, darmklachten en in zware gevallen ademhalingsfalen.