Huwara

Huwara of Huwwara (Arabisch: حُوّارة) is een Palestijns dorp gelegen in het noorden van de Westelijke Jordaanoever van Palestina. Het ligt 7,28 kilometer ten zuiden van de stad Nablus, in het Gouvernement Nablus. Het dorp ligt 503 m boven zeeniveau.[1] Als stad bestaat Huwara sinds 1900.

Huwara
Huwwara (kaart 2018)

Inwoners

Volgens het Palestijns Centraal Bureau voor de Statistiek had de stad in 1922 een bevolking van 921, allen moslims[2], in 1945 1300 inwoners, allen moslims, met 7982 dunams land, waarvan 129 stedelijk was bebouwd; het overige bestond uit beplantingen met landbouwgewassen, olijf- en fruitbomen, geïrrigeerd land en graanvelden.[3] In 2017 had de stad 6.659 inwoners.[4]

In 1947 werd de eerste basisschool gebouwd. Kinderen uit de omliggende plaatsen gaan in Huwara naar school. Het aantal scholen is sindsdien uitgebreid. Rondom Huwara liggen in het noorden de plaatsen Asira al-Qibliya en Burin, ten oosten de plaatsen Awarta, Odala en Beita, ten westen Jamma'in en Einabus en in het zuiden Za'atara en Yasuf.

Bezettingspolitiek van Israël

Na de verovering in 1967 houdt Israël de Westelijke Jordaanoever van Palestina bezet en worden er rondom Huwara Joodse Israëlische nederzettingen gebouwd, die volgens internationaal recht illegaal zijn. Door middel van - eveneens illegale - buitenposten (outposts) breiden ze zich uit op geconfisqueerd Palestijns grondgebied en scheiden de Palestijnse dorpen van elkaar.

Een Israëlische soldaat ziet toe op Palestijnen die staan te wachten bij het Huwara checkpoint voor toegang tot Nablus, 12 juni 2006

Tussen de nederzettingen zijn Israëlische verbindingswegen aangelegd die afgesloten zijn voor Palestijnen. De grote noord-zuid verbindingsweg (Route 60) loopt langs de Palestijnse steden Jenin, Nablus en, naar het zuiden langs Ramallah, Jeruzalem, Hebron en Ad Dhahiriya; hij is geblokkeerd met Israëlische controleposten (checkpoints). Er zijn ook Israëlische wegen naar en door Huwara aangelegd, zogenoemde 'bypassroads', met aan weerskanten ervan bufferzones.

Bij de Oslo-akkoorden die uitzicht moesten geven op een Palestijnse staat was 38% van het grondgebied van Huwara ingedeeld als zone-B en de overige 62 % als zone-C.

Sinds begin 21ste eeuw, onder premierschap van Ariel Sharon die de uitbreiding van nederzettingen aanmoedigde, was er een sterke groei van het aantal illegale buitenposten op de Westelijke Jordaanoever. Het Israëlische defensieleger (IDF) steunde dit met beveiliging en met het bouwen van de infrastructuur.

Confiscatie van Palestijns land

Israël confisqueerde ten westen van Huwara 1354 dunams grondgebied van Huwara, Burin en Asira al Qibliya en bouwde er in 1983 de nederzetting Yitzhar met ruim 1100 Joodse religieus nationalistische kolonisten.[5] Daar kwam ook een Israëlische militaire basis met een militaire controlepost, bij Palestijnen bekend als 'Za'atara' checkpoint, gelegen tussen de noordelijke en zuidelijke Gouvernementen van de Palestijnse Autoriteit. Deze plek werd een centraal punt voor mensenrechtenschendingen jegens Palestijnse burgers, zoals doden, arrestaties, marteling, weigeren van toegang en daaruit voortvloeiend verkeersproblemen. Ook worden regelmatig verplaatsbare checkpoints voor voetgangers opgezet, resulterend in geweld, botsingen en arrestaties van Huwara-inwoners. Israëlische kolonisten bouwden op de zuidoostelijke heuvels op 0,5 en 1,5 kilometer van Yitzhar op land van Huwara twee militaire buitenposten. Daarmee werd een barrière rond het Palestijnse grondgebied en de bevolking gevormd wat de bron werd van aanvallen op de Palestijnse inwoners en hun land.

Sinds Benjamin Netanyahu voor zijn verkiezing begin 2021 toenadering zocht tot de extreemrechtse en religieus-zionistische partijen van Bezalel Smotrich en Itamar Ben Gvir laaide het geweld van kolonisten tegen de Palestijnse bevolking op. In dezelfde tijd werd de Huwara-bypassroad aangelegd op 1580 dunams geconfisqueerd landbouwgrond en land met 3000 fruitbomen van zeven dorpen: Huwara, Beita, Burin, Awarta, Yatma, Sawiya en Yasof. De grootste nederzettingen-weg die de nederzettingen en buitenposten rond Nablus verbindt met de Za'tara kruising ten zuiden van Huwara, en verder naar het zuiden op de Westelijke Jordaanoever.[6]

Aanvallen door kolonisten

In maart 2021 werden door stenengooiende kolonisten onder meer in Huwara ramen ingegooid en auto's beschadigd met stenen en verf.[7]

In januari 2022 reed een konvooi van zo'n dertig auto's door Huwara waarbij ze inwoners aanvielen, stenen gooiden, Palestijnen aanvielen en winkels vernielden. Achttien kolonisten werden gearresteerd, maar slechts één werd aangeklaagd.[8]


Geweld in Huwara 2023

Op zondag 26 februari 2023 opende een Palestijnse schutter, later geïdentificeerd als Hamas-agent Abdel Fattah Hussein Kharousha, het vuur op twee Israëlische kolonisten van 19 en 20 jaar oud, afkomstig uit Har Bracha terwijl zij door Huwara reden, waarbij zij om het leven kwamen. In de nacht daarop vielen honderden kolonisten 's nachts Huwara binnen, staken staken volgens de Palestijnse media ongeveer 30 huizen en auto's in brand. Tientallen Palestijnen moesten worden behandelt voor het inademen van traangas. Drie Israëli's werden gewond nadat ze door stenen werden geraakt. [9] Een man werd doodgeschoten. Getuigen beschreven hoe militairen de kolonisten hielpen.[10] De dag na de moord op de twee Israëlische jongeren hadden zich groepen jongeren, van wie velen gemaskerd verzameld en controleerden voertuigen op Palestijnen, om wraak te nemen voor de moord op twee broers uit een nederzetting. Soldaten stonden op enige afstand en lieten hen hun gang gaan. Op diezelfde dag ging een kleinere groep op dezelfde wijze te keer in het nabijgelegen dorp Burin nabij Yitzar ze gooiden stenen, staken voertuigen en magazijnen in brand, en doodden en stalen schapen. Ooggetuigen meldden dat soldaten de kolonisten de hele tijd begeleidden en eveneens traangas en granaten gooiden naar inwoners die naar buiten kwamen om zich te verdedigen. Hieraan voorafgaand was na rellen in het dorp Za'atara een Palestijn dood gevonden.[11][12]

Dagen na deze terreuraanval van kolonisten rechtvaardigde en steunde Smotrich, minister van Financiën en tevens minister in het ministerie van Defensie, de verwoestende aanval van de kolonisten. Hij ontkende het bestaan van Joods terrorisme en riep op tot het wegvagen van het Palestijnse dorp.[13]

De terreuraanvallen in Hawara bleven meer dan een week doorgaan; volgens de ngo Yesh Din ook deel uitmakend van de 'Poerim- festiviteiten, geruggensteund door de regering en zonder handhaving door de autoriteiten'. Na de terreuraanval moesten vier Palestijnen, onder wie een meisje naar het ziekenhuis, gewond door stenen van kolonisten en traangas van het leger.[14]

Een maandenlang onderzoek door CNN, gebaseerd op analyses van video's van de gebeurtenis, een exclusief getuigenis van een soldaat, zowel als interviews met zeven getuigen en twee Palestijnse journalisten, wierp nieuw licht op de handelingen van de Israëlische strijdkrachten: de soldaten bleven niet alleen in gebreke om het oproer in Huwara te stoppen, maar ze beschermden de inwoners niet toen de kolonisten de Palestijnse huizen en bedrijven in brand staken en reacties van hulpdiensten blokkeerden. Daarentegen vuurden ze traangas en schokgranaten af op de Palestijnse inwoners toen die stenen gooiden in reactie op de agressie van de kolonisten. Enkele leden van de Knesset, inclusief een wetgever, waren erbij betrokken via een WhatsApp groep; een Knessetlid van Smotrich's ultra-nationalistische 'Religieus Zionisme'-partij, die in Yitzhar woont; en een Knessetlid die zich had aangesloten bij leden van de Regionale Raad die kolonisten representeert. Alle kolonisten waren zonder aanklacht vrijgelaten.

De Israëlische commandant van de Westelijke Jordaanoever noemde het nietsontziende geweld een pogrom. Israëls militaire top-officier Herzl Halevi zei in een verklaring in maart dat het een zeer ernstige zaak is, die onder verantwoordelijkheid van het Israëlische defensieleger (IDF) nooit had mogen gebeuren.[15]

Voormalig generaal van het Noordelijke Legerdistrict, Amiram Levin, riep in een toespraak tijdens de wekelijkse pro democratie-demonstratie in Tel Aviv op 13 augustus 2023 de legerleiders op om op te staan tegen de ministers Bezalel Smotrich en Itamar Ben Gvir die "bezig zijn jullie te betrekken bij oorlogsmisdaden."[16]

Op 6 oktober 2023 werd een 19-jarige jongen gedood bij een aanval door kolonisten. Het Palestijnse Rode Kruis meldde dat tenminste 51 Palestijnen werden gewond gedurende zijn begrafenis, toen Israëlische militairen traangas en kogels afvuurden.[17]

Zie ook