Henri Puvrez

Henri Puvrez
Persoonsgegevens
Volledige naam Henri François Jean Baptiste Auguste Puvrez
Geboren Sint-Jans-Molenbeek, 8 april 1893
Overleden Antwerpen, 25 juni 1971
Geboorteland België
Signatuur Handtekening
Opleiding en beroep
Leermeester Isidore De RudderBewerken op Wikidata
Beroep beeldhouwer
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1913-1954
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
België
Sereniteit (1947-1950)

Henri François Jean Baptiste Auguste (Henri) Puvrez (Sint-Jans-Molenbeek, 8 april 1893Antwerpen, 25 juni 1971) was een Belgisch beeldhouwer.[1][2]

Leven en werk

Henri Puvrez was een zoon van industrieel Jean Baptiste Puvrez en Marguerite Auguste Fanny Guillelmine Catharine de Groulart.[3] Als kind woonde hij twee jaar met zijn ouders in Spanje (1902-1903).[4] Nadien woonde hij in Brussel of de omgeving daarvan. Op 18-jarige leeftijd ging hij aan het werk bij een ornamentist. Hij besloot beeldhouwer te worden en ging in 1913 ging naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel, waar hij een aantal maanden les kreeg van Isidore De Rudder. De lessen bestonden met name uit het bestuderen van antieke kunstwerken, als beeldhouwer was Puvrez grotendeels autodidact.[5] Hij trouwde in april 1914 met Jeanne Bévierre,[6] met wie hij twee zoons kreeg.

Aanvankelijk is zijn werk realistisch, vanaf 1919 maakte hij werk in art-decostijl. Een tentoonstelling van zijn werk in dat jaar werd slecht ontvangen. Hij veranderde van stijl, ging meer terug naar de figuur, maar in 1922 werd een zelfportret geweigerd voor de salon van Gent. Het tij keerde nadat de directeur van Galerie Le Centaure hem in 1923 de ruimte gaf voor een nieuwe expositie, de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) kochten er een familiegroep van Puvrez aan. Puvrez ontwikkelde een eigen stijl, waarbij hij zijn beelden vereenvoudigde en overdrijvingen en maniërisme vermeed. Hij hakte bij voorkeur en taille directe,[7] vanaf begin jaren 30 steeds vaker in blauwe hardsteen. Waar tijdgenoten als Jozef Cantré en Oscar Jespers kozen voor hoekige figuren, koos Puvrez voor ronde vormen, waarbij het beeld Sereniteit (1947-1950) als zijn hoogtepunt kan worden beschouwd.[8] Door artritis werd het werken in steen vanaf 1937 lastiger en in 1942 moest hij daarmee stoppen.[5] Hij ging over op boetseren en tussen 1942 en 1952 maakte hij vooral bustes. In 1954 maakte hij zijn laatste werken. Puvrez exposeerde meerdere malen, niet alleen binnen België. In 1949 nam hij deel aan de eerste internationale beeldententoonstelling Sonsbeek in Arnhem.[9] In 1951 nam hij deel aan de tentoonstelling "Tien Belgische Beeldhouwers" in het Stedelijk Museum Amsterdam, die werd georganiseerd in het kader van het Nederlands-Belgisch Cultureel Akkoord. Naast hem exposeerden Jozef Cantré, George Grard, Oscar Jespers, Charles Leplae, George Minne, Constantin Meunier, Constant Permeke, Ernest Wijnants en Rik Wouters.[10][11] Hij was lid van de kunstenaarsverenigingen L'Art Libre en L'Académie brabançonne.

Puvrez was van 1946 tot 1958 als docent verbonden aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Aanvankelijk als vervanger van Ernest Wijnants, in 1954 werd hij benoemd tot hoogleraar. Hij vestigde zich ook in Antwerpen en leerde Nederlands om met zijn leerlingen te kunnen communiceren. Tot zijn leerlingen behoorden Jos Hermans, Hein Koreman, Ad Louwinger, Fieke Smit, Karel Van de Putte, Felix van Kalmthout en Hein Vree. Naast het lesgeven was Puvrez adviseur van burgemeester Lode Craeybeckx bij de oprichting van het Middelheimmuseum (1950-1951), correspondent (1951) en lid (1954) van de Koninklijke Academie van België,[12] lid van de Bijzondere Commissie, de aankoopcommissie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (1958)[13] en lid -vanaf 1965 voorzitter- van de commissie die zich bezighield met de restauratie van het Paleis der Academiën.

De beeldhouwer werd benoemd tot grootofficier in de Kroonorde en in de Leopoldsorde. Puvrez overleed op 78-jarige leeftijd. Hij liet een door hem zelf opgestelde oeuvrecatalogus na, vastgelegd in vier folioboekjes, waarin meer dan 200 beeldhouwwerken zijn opgenomen.[14]

Enkele werken

Galerij

Literatuur

  • Roger Avermaete (1950) Henri Puvrez. Antwerpen: De Sikkel, voor het Ministerie van Open Onderwijs, in de serie Monographieën over Belgische Kunst.
Zie de categorie Henri Puvrez van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.