Henri Bernard (professor)

Henri Bernard
Henri Bernard in 1945
Henri Bernard in 1945
Algemene informatie
Titulatuur Ridder-Commandeur in de Orde van het Britse Rijk, Grootofficier in de Orde van Leopold II, baron (1986)
Geboren 3 augustus 1900
Brussel
Overleden 15 februari 1987
Schaarbeek
Nationaliteit Belg
Beroep Militair, historicus, professor
Bekend van Officier tijdens de Tweede Wereldoorlog, verzetsstrijder, professor krijgsgeschiedenis aan de Koninklijke Militaire School

Henri Bernard (Brussel, 3 augustus 1900 – Schaarbeek, 15 februari 1987) was een Belgisch militair, historicus en professor. Hij diende als officier in het Belgische leger, nam deel aan de Achttiendaagse veldtocht tijdens de Tweede Wereldoorlog en was actief in het verzet. Na zijn vlucht naar Engeland speelde hij een rol in de voorbereiding van de geallieerde landing in het Europese continent. Na de oorlog werd hij professor krijgsgeschiedenis aan de Koninklijke Militaire School (KMS). In 1986 werd hij door koning Boudewijn in de adelstand verheven als baron.

Levensloop

Jeugd en opleiding

Henri Bernard was de zoon van Léopold Bernard, een hooggeplaatst officier van het Belgische leger, en Clémence Dewez. Hij volgde middelbaar onderwijs aan het Collège Saint-Michel en het Institut Saint-Louis in Waver, waar hij in 1918 afstudeerde in de Grieks-Latijnse humaniora.

Tussen 1908 en 1913 vergezelde hij vaak zijn vader tijdens diens bezoeken aan Gérard Leman, commandant van de Koninklijke Militaire School en later verdediger van de vestingen van Luik, en aan Jules Jacques, tweede in bevel van de KMS, die na de Eerste Wereldoorlog bekend zou staan als “Jacques de Dixmude“.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, onder de Duitse bezetting van België, was Bernard actief als verdeler van de clandestiene krant La Libre Belgique. Voor deze inzet ontving hij in 1919 het Burgerlijk Ereteken 1914-1918 (1ste klasse).

In 1923 trouwde hij; het paar kreeg twee zonen en een dochter.

Militaire loopbaan

Bernards militaire loopbaan begon op 2 december 1918 als vrijwilliger bij het 2de Regiment Grenadiers. Op 26 december 1921 werd hij bevorderd tot onderluitenant en toegewezen aan het 9de Linieregiment. Van 9 december 1924 tot 14 augustus 1929 volgde hij als leerling van de 85ste promotie genie en artillerie een opleiding aan de KMS. Tijdens deze periode werd hij op 26 december 1924 bevorderd tot luitenant en toegewezen aan het 4de Regiment Genie in Namen.

Op 26 maart 1930 werd Bernard kapitein en geplaatst bij het Regiment van de Transmissietroepen in Vilvoorde. In 1932 volgde hij een opleiding aan de Krijgsschool, waarna hij op 21 augustus 1934 het brevet van stafbevrethouder (SBH) behaalde. Op 4 april 1935 werd hij belast met het doceren van geografie aan de Krijgsschool. Vanaf 20 juli dat jaar deed hij dit als lid van het Regiment van de Transmissietroepen.

Op 27 juli 1938 werd Bernard chef van het 3de bureau van de staf van het 1ste Legerkorps. Vanaf 15 juni 1939 leidde hij de sectie werken van de 4de Directie van de Genie en Fortificaties (4 DGnF), belast met de constructie van de KW-stelling, waar Belgische, Britse en Franse troepen een Duitse invasie moesten afslaan. Toen de stelling op 15 mei werd opgegeven na de doorbraak bij Sedan, organiseerde Bernard de terugtocht van zijn eenheden. Op 18 mei verving hij de commandant van de 4 DGnF en kreeg het bevel zijn eenheid naar Frankrijk te verplaatsen. Na de capitulatie van België 28 mei 1940 bereikte zijn eenheid Montpellier (6 juni), waar ze werd ontbonden.

Bernard trad toe tot het kabinet luitenant-generaal Henri Denis, minister van Landsverdediging, dat geïnstalleerd was in Villeneuve-sur-Lot (Frankrijk). Op 30 september 1940 keerde hij terug naar Brussel, waar hij werkte voor de Belgische administratie en tegelijk actief was in het verzet. In oktober 1941 werd het clandestiene inlichtingennetwerk geïnfiltreerd door een verrader, waardoor Bernard en zijn echtgenote in gevaar verkeerden. Eind 1941 wisten zij met hun dochter via Frankrijk en Portugal naar Engeland te vluchten.

Van 1942 tot 1944 diende Bernard in Londen bij het Belgische Ministerie van Landsverdediging. Op 10 september 1944 verliet hij Londen als stafchef van de Belgische missie bij het SHAEF (Supreme Headquarters Allied Expeditionary Forces). Op 26 juni 1944 werd hij bevorderd tot majoor SBH. Hij werd stafchef van de 1ste Infanteriebrigade en nam deel aan de Slag van het Reichswald als gedetacheerde bij de 52ste Infanteriedivisie. Op 5 april 1945 raakte hij gewond bij een ongeval, waardoor hij niet kon deelnemen aan verdere operaties tot de capitulatie 8 mei 1945.

Na de oorlog werkte Bernard in de staf van het Belgische leger, later in een instructiecentrum en uiteindelijk als commandant van de school voor vervolmaking in Bosvoorde. Op 26 maart 1948 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en 26 maart 1950 tot kolonel. In 1948 en in 1950 was hij aide-de-camp van prins-regent Karel van België.

Als lid van het Geheim Leger werd hij erkend als inlichtingenagent en als kapitein en majoor van het verzet.

Academische carrière

Professor en historicus

Bernards ervaringen als docent aan de Krijgsschool, strijder tijdens de Achttiendaagse veldtocht, verzetsstrijder, stafofficier in Londen, en bij de geallieerden en de Belgische Brigade Piron vormden de basis voor zijn academisch werk. Toen de KMS na de oorlog heropend werd, doceerde hij vanaf 12 januari 1946 hij ermee belast krijgskunst, militaire geschiedenis en aardrijkskunde.

Op 13 januari 1948 werd hij benoemd tot professor militaire geschiedenis. Op 1 juni 1951 werd zijn ontslag als actief officier aanvaard en werd burgerprofessor aan de KMS, met behoud van zijn graad en anciënniteit.

Werken

Tijdens zijn academische loopbaan publceerde Bernard talrijke boeken, artikelen en monografieën. Volgens LibraryThing,[1] omvat zijn oeuvre 34 titels (inclusief heruitgaven), terwijl het Pallas-systeem[2] 57 items registreert, waaronder 51 boeken en artikelen. Daarnaast schreef hij 25 bijdragen voor de Biographie Nationale en de Nouvelle Biographie Nationale.[3]

Bernards werken kenmerken zich door een vernieuwende benadering van krijgsgeschiedenis, zijn pleidooi voor een Europese unie en afwijzing van totalitarisme. Zijn stijl was helder, beeldend en soms scherp. Hieronder een selectie van izjn belangrijkste publicaties:

Vernieuwende werken

  • De Marathon à Hiroshima (3 delen + 3 atlassen, 1948-1949)[4][5][6]: een synthese van 25 eeuwen militaire strategie en denken.
  • Par la paix armée vers la guerre totale. (1951)[7]: Analyse van de escalatie naar totale oorlog in de 20ste eeuw.
  • Leçons d'histoire militaire (2 delen en 2 atlassen, 1952)[8]: Een standaardwerk over de militaire geschiedenis van WOII.
  • Des séismes nationaux aux éruptions mondiales. Compléments d'histoire contemporaine (1954)
  • La guerre et son évolution à travers les siècles (2 delen en 2 atlassen) (1956-1957)[9]
  • Guerre totale et guerre révolutionnaire (3 delen en 3 atlassen) (1965-1968)[10][11][12]: Onderzoek naar totale oorlog en revolutionaire conflicten in de 19de en 20ste eeuw.
  • Totale oorlog en revolutionaire oorlog (2 delen) (1965)[13]: Nederlandse bewerking van bovenstaand werk.

Andere historische werken

  • La Campagne de Belgique de 1815 ou la faillite de la liaison et des transmissions (1954) (2 delen)[14]: Analyse van de communicatiefouten tijdens de Slag bij Waterloo.
  • L'An 14 et la campagne des illusions (1983)[15]: Gebaseerd op het velddagboek van zijn vader over de Eerste Wereldoorlog.
  • L'Armée Secrète, 1940-1944 (1986), met naschrift van Henri Bernard.[16]: Geschiedenis van het Belgische verzet.
  • L'autre Allemagne: la résistance allemande à Hitler, 1933-1945 (1976)[17]
  • Bataille de Belgique-Dunkerque, 10 mai - 4 juin 1940 (1990)[18]
  • Begrippen van historische kritiek (1961)[19]
  • Der verhängnisvolle Irrtum: Hitlers Fehlkalkulation in den Ardennen beschleunigte vor 40 Jahren das Ende (1984)[20]: Over de rol van de gendarmerie tijdens het Ardennenoffensief.
  • Die Ardennenschlacht[21]
  • Die Ardennenschlacht und die Bedeutung St. Viths (1969)[22]
  • Encyclopédie de la guerre 1939-1945 (1977)[23][24]
  • Esprit de la Résistance et conscience européenne (1980)[25]: Een oproep tot hen die het Europa van de toekomst vorm geven.
  • Geest van het verzet en Europees bewustzijn (1980)[26]
  • Het Geheim Leger, 1940-1944 (1986)[27]
  • Histoire de la Résistance européenne. La "quatrième force" de la guerre 39-45 (1968)[28]: Over de solidaire weerstand in de bezette landen als eerste manifestatie van de Europese idee.
  • Historique de la position Koningshooikt-Wavre (KW) et de la 4e Direction du Génie et des Fortifications (4 DGnF) (1987)[29]
  • Krijgsgeschiedenis van Marathon tot Hiroshima. 3/1. De oorlog 1939-1945: de periode van geallieerd overwicht (november 1942-augustus 1945) (1949)[30]
  • La bataille d'Ardenne: l'ultime Blitzkrieg de Hitler (décembre 1944-janvier 1945) (1984)[31]: Analyse van het Ardennenoffensief.
  • La bataille d'Ardenne: l'ultime Blitzkrieg de Hitler (1990)[32]
  • La bataille d'Ardenne: l'ultime Blitzkrieg de Hitler[33]
  • La bataille d'Ardenne: l'ultime Blitzkrieg de Hitler (1994)[34]
  • La guerre de Sécession des États-Unis, 1861-1865 (1973-1975)[35]: Werk waarin Bernard de oorlog als een totale oorlog behandelt en er op wijst dat de lessen van die oorlog miskend werden.
  • La nouvelle bibliothèque de l'honnête homme (1968)[36]: Werk waarin Bernard het hoofdstuk Philosophie de l'Histoire schrijft.
  • La Résistance 1940-1945 (1968-1969)[37]: Een inleiding tot de geschiedenis van het Belgische verzet en een bron voor de studie ervan.
  • Le communisme et l'aveuglement occidental (1982)[38]: Werk waarin Bernard het wezen van het marxisme-leninisme en het leninisme-stalinisme belicht, zonder enige vooringenomenheid tegenover het Russische volk. Het is een pleidooi voor het respect voor de menselijke waardigheid.
  • Les Dossiers de la Seconde Guerre mondiale (1964)[39]
  • Le Duc de Wellington et la Belgique (1973)[40]: Biographie van de overwinnaar van Waterloo van 18 juni 1815.
  • Panorama d'une défaite. Bataille de Belgique-Dunkerque 10 mai-4 juin 1940 (1984)[41]: Toelichting van de politieke strategie van België van 1936 tot 1940 en de daaropvolgende tragische gebeurtenissen van België.
  • Terre commune. Histoire des Pays de Benelux, microcosme de l'Europe (1962)[42]: Getuigenis van Bernards Europese overtuiging.
  • Totale oorlog en revolutionaire oorlog (1965)[43]
  • Un maquis dans la ville. Historique des Milices patriotiques de Schaerbeek (1970)[44]: Vertelt een aspect van de Belgische clandestiene strijd tegen de bezetter.
  • Un Géant de la Résistance: Walthère Dewé (1971, 1973)[45]: Brengt het verhaal van een verzetsstrijder tijdens de twee wereldoorlogen.
  • Jean del Marmol, une grande figure de l'Armée secrète (1972): Schetst het levensverhaal van een vriend van het Geheim Leger.
  • Le Duc de Wellington et la Belgique (1972-1983)[46]: Bernard vertelt wat België aan de Hertog van Wellington verschuldigd is na Waterloo en in 1830.
  • Esprit de la Résistance et conscience européenne - Geest van het Verzet en Europees Bewustzijn (1980)[25]: Pleidooi voor Europese eenheid gebaseerd op verzetservaringen.

Verenigingen

Bernard was actief in diverse academische en historische verenigingen, waaronder:

  • Centre Européen d'Histoire Burgondo-Rhénane (Bazel);
  • Leerstoel “Études bourguignonnes“ aan Universiteit van Leuven;
  • International Institute for Strategic Studies (Londen);
  • Académie belgo-espagnole d'Histoire.

Onderscheidingen

Bernard ontving diverse onderscheidingen, waaronder:

In 1989 werd de polytechnische promotie van de KMS naar hem vernoemd: "Promotie Professor Baron Henri Bernard".

Bronnen

  • Bernard, H. (1979). In memoriam Général L.A.J. Bernard 1862-1928, Bruxelles.
  • Thomas, E. (1994). Henri Bernard. In: Nouvelle Biographie Nationale, vol. 3, pp. 25-29. Koninklijke Academie van België.
  • Cauvin, A. (1988). La liaison dangereuse 1940-1942. Bruxelles: Éditions J.-M. Collet.
  • Debruyne, E. (2008) La guerre secrète des espions belges 1940-1945. Bruxelles: Éditions Racine.
  • De Vos, L. (1994). La Belgique et la Seconde Guerre mondiale. Bruxelles: Éditions Racine.
  • Verhoeyen, É. (1994). La Belgique occupée. De l'an 40 à la libération.. Bruxelles: De Boeck Université.
  • de Mûelenaere, J. (1991). Le Service de renseignement et d'action Luc-Marc, une poignée d'hommes. Louvain-la-Neuve: UCL, mémoire de licence inédit.
  • Dujardin, J. (1980). « Le Service Luc été 41-été 42 », dans Cahiers d'Histoire de la Seconde Guerre mondiale.
  • Ricquier, J.-C. (1981) « Les souvenirs du Professeur Henri Bernard », dans Revue générale, numéros 8 - 10, août-septembre 1981.
  • de Mûelenaere, J. Souvenirs Henri Bernard, de 1945 à aujourd'hui, archives familiales inédites.